Onderwaterhordenlopen

Een filosofisch hordentheater

In de Volkskrant van afgelopen zaterdag (7 augustus 2015) geeft Annette Embrechts een impressie van het Boulevardfestival dat momenteel in ’s-Hertogenbosch plaats vindt. In haar artikel roert ze het thema aan van de enkeling versus de groep. Het thema van de individualiteit is een filosofisch onderwerp bij uitstek. Omdat ik ook inwoner van deze stad ben, las ik haar artikel aandachtig.

De manier waarop ze tegen het collectief versus de eenling aankijkt, roept echter vragen bij me op. Ze blijft van buitenaf tegen haar onderwerp aankijken, terwijl individualiteit zich juist leent tot een benadering van binnenuit. Er is dan meer over te vertellen dan Embrechts doet. Ook krijgt dan het kunstenaarschap van de kunstenaars de lof die het toekomt. Het is jammer dat dit in Embrechts’ stuk niet gebeurt.

GerardVisserFilosoof Gerard Visser beschrijft in zijn boek ‘Water dat zich laat oversteken’ hoe individualiteit als een brug kan fungeren tussen het collectief en de eenling. Jeroen Bosch lichtte in zijn schilderijen 500 jaar geleden al een tipje van de sluier van die individualiteit op.

Embrechts slaagt er in haar stuk niet in een verbinding te leggen tussen groep en individu; ze blijft hangen in een dualisme. Haar artikel kopt met: ‘Licht filosofisch theater met zuidelijke toon.’ Ze vervolgt met: ‘Wij tegen zij, de eenling tegen het collectief – de thematiek op het Bossche theaterfestival biedt stof tot nadenken. Al wordt er óók gedanst.’

Helaas valt er in haar stuk denkend niet te dansen, hoogstens hield ik het hoofd boven water door flink te watertrappelen. Het filosofische gehalte van haar stuk laat aan gewicht te wensen over, maar dat is niet erg omdat het denken zelf gewichtloos is. Inhoudelijk wordt het stuk samengevat onder de kopjes: ‘Asbestvezeltje gooit roet in het eten’ en ‘Dwarsligger.’

Realiteit

Zij begint met een uitleg van de realiteit waar de organisatie van het festival mee te kampen had. Die realiteit was een opstandige eenling die de voortgang van het festival frustreerde. Ik citeer: ‘Eén fanatieke milieuactivist had met de vereniging Het Groene Hart Brabant en de dreiging van een rechtszaak de angst voor gezondheidsrisico’s zo weten op te schroeven dat een asbestconcentratie die normaliter nergens voor problemen zorgt nu het festival deels de das omdeed. Zelfs Wim van de Donk, commissaris van de koning in Brabant, vroeg zich tijdens de opening openlijk af of Nederland-evenementenland niet doorschiet in risicomanagement en veiligheidseisen.’

Embrechts maakt geen onderscheid tussen de opstandige eenling en het flintertje asbestvezel. Wat voor individu haar eenling precies is, wat zijn beweegredenen waren, blijft duister. Zij schetst het beeld van een fanatiekeling die feitelijk even onbetekenend en ongevaarlijk is als een flintertje asbest. Daarna maakt ze een overstap van deze realiteit naar de wereld van het theater en zegt: ‘Een dwarsligger die de horde frustreert, dat is ook het thema van de audiowandeling Remote ‘s-Hertogenbosch van Rimini Protokoll. () De massa wil altijd groeien en heeft richting nodig, een dirigent. () De groepsgame in steegjes verhoogt de spanning, maar komt net niet helemaal uit de verf. Wordt het ‘wij’ tegenover ‘zij’ of ‘ik’ versus het ‘collectief’? Remote ‘s-Hertogenbosch ontpopt zich als licht filosofisch hordetheater.’

Hordentheater

Hier raak ik als lezer de weg kwijt. Wat bedoelt zij met filosofisch hordetheater? Bij mij roept het een beeld op van een onderwater-hordenloop waarbij sprongen worden gemaakt waar helemaal geen horden staan en waar wordt vergeten te springen waar dat wel had gemoeten. Embrechts’ stuk is niet een beschrijving van de realiteit van een ik versus de groep, maar dat van een theater rondom een asbestvezeltje. Hiermee staat haar realiteit onder water en is niet echt serieus te nemen. Het resultaat is een zweverige struikelpartij.

hordenJenneke

De echte realiteit die benoemd had moeten worden, de reële tegenstelling tussen eenling en collectief, is die van het gemeentebestuur als vergunningverlener en een ik die kritiek op de vergunning had. Strikt genomen waren er gegronde twijfels over de vraag of de vergunning verleend had mogen worden, maar de gemeente had een oogje toegeknepen. Onder de druk van de milieuactivist werd op het laatste moment besloten de vergunning toch maar in te trekken. De realiteit draait dus niet om dat flintertje asbest, maar om de vraag waarom die ene activist (te fanatiek?) voet bij stuk hield en waarom het gemeentebestuur (te laf?) bakzeil haalde.

Het realistische beeld dat nu is ontstaan, is dat van het gemeentebestuur als de vertegenwoordiger van het collectief en de ene milieuactivist als de ik. Maar willen we echt zicht krijgen op de beweegredenen van beiden, dan dient dit beeld binnenstebuiten te worden gekeerd, dan komen we te weten wat er van binnen speelt. Zodra we dat doen, blijkt de eenling geen echte enkeling te zijn, maar de vertegenwoordiger van het collectief! En het gemeentebestuur blijkt niet de vertegenwoordiger van het collectief, maar is een groepje losse eenlingen.

De milieuactivist heeft namelijk geen persoonlijk gewin bij zijn halsstarrig vasthouden aan de juiste procedures. Het enige wat hij doet, is de gemeente consequent wijzen op de afgesproken procedures en de verantwoordelijkheid die het heeft als vergunningverlener. Hij doet dit uit het oogpunt van het algemeen belang. Hiermee is hij niet echt een individu maar handelt als vertegenwoordiger van het collectief. Het stadsbestuur daarentegen handelt inconsequent omdat het eerst een vergunning verleent en deze bij nader inzien weer intrekt. Dit gedrag is te verklaren uit persoonlijke afwegingen en politieke belangen. Niet de bestuurders zijn de vertegenwoordigers van het collectief, zij zijn individuen, politici met eigen voorkeuren en belangen. Juist hùn individualiteit gaf de doorslag bij het besluit tot afgelasting.

Ik ging op zoek naar deze individuen, maar ze bleken onvindbaar in de media. Met geen woord wordt over hen gerept. Wie zijn zij en wat zijn hun beweegredenen? Opmerkelijk in dit verband is de berichtgeving van Omroep Brabant, waarin een reactie op de afgelasting wordt gegeven door Boulevard-directeur Viktorien van Hulst. Zij noemt de vondst van asbest (hoezo vondst – dat er asbest lag was al een halfjaar algemeen bekend, ook bij haar) een grote tegenvaller en is ‘ontzettend teleurgesteld’ door de ingrijpende beslissing die ze moest nemen. Ze wil geen enkel risico nemen en heeft daarom de Tramkade ontruimd. Een hard gelag; de plotselinge verplaatsing van veel voorstellingen en andere activiteiten gaat geld kosten maar ook inhoudelijk en artistiek waren de plannen voor de Tramkade voor haar belangrijk.

Omroep Brabant tovert haar ten tonele alsof zij als directeur van het festival verantwoordelijk was voor de afgelasting. Maar zij neemt zo’n besluit niet, dat doet de vergunningverlener. In plaats van de echte verantwoordelijken, de politici te bevragen, geeft Omroep Brabant een theatrale voorstelling van zake. De indruk die hierdoor ontstaat is dat de politici liever uit de wind blijven. Hun impopulaire maatregel is namelijk niet bepaald bevorderlijk voor hun imago en kan hen stemmen kosten. Ze vinden het dus niet erg dat een festivaldirecteur als bliksemafleider fungeert.

Woede

Opmerkelijk zijn de scheldkanonnades die de milieuactivist over zich heen kreeg. Een cultuur & feest minnende ‘elite’ van ’s-Hertogenbosch schold hem op Facebook uit voor rotte vis en verweet hem schijnheiligheid en egotripperij. Niemand die het stadsbestuur angsthazerij verweet. De woede richtte zich volledig op deze eenling, terwijl hem weinig te verwijten valt. Eerder zou een stad zich gelukkig moeten prijzen met iemand die, zonder winstoogmerk, gemeentebestuurders op de huid zit en hen het vuur aan de schenen legt, zodat ze kunnen laten zien wat ze waard zijn.

girardZondebok

Mijns inziens is deze woede niet oprecht en betreft het stemmingmakerij. Het doet me denken aan het zondebokmechanisme van de filosoof Rene Girard. In situaties waarin de meute het niet goed weet en de kluts kwijt is, richt het zijn frustratie op een onschuldige zondebok. De woede bekoelt en de rust keert weer als zo’n eenling collectief is gelyncht. Maar als je dat mechanisme doorziet, zou het dan niet in ieders belang zijn om de jacht te openen op politieke angsthazerij? Waar politici hun verantwoordelijkheid niet nemen, ontstaat chaos en zoekt de meute een zondebok.

Individualiteit en devotie

Om achter de oorzaak van je woede te komen, dien je te zoeken naar de spreekwoordelijke kluts. Die kluts lijkt mij de individualiteit te zijn. Echte individuen weten waar ze staan en lopen niet weg. Gerard Visser geeft in het boek ‘Water dat zich laat oversteken’ filosofische handreikingen voor daadwerkelijke individualiteit. Zijn boek is een spannende poging om de existentiefilosofie van Nietzsche en Heidegger te verbinden met het oude begrip ‘ziel’. Hij probeert de ziel nieuw leven in te blazen en baseert zich daarbij op de middeleeuwse geschriften van de mysticus Meister Eckhart (1260-1328). Deze was in de westerse filosofie de eerste die de individualiteit als uitgangspunt nam voor zijn denken. Hij baseerde zich niet op collectief geaccepteerde ideeën, maar op de persoonlijke beleving. Individualiteit is gebaseerd op beleving waarvan de waarheid per definitie persoonlijk blijft. Zijn ideeën werden indertijd door de paus als ketterijen bestempeld en verboden, maar ze vonden ruim honderd jaar later via Thomas a Kempis (1380-1471) opnieuw weerklank en werden veel gelezen. Thomas a Kempis was de inspirator van de beweging van de Moderne Devotie. Hij schreef het boek De imitatione Christi (1441), waarin hij uitlegt hoe de navolging van Christus diende te gebeuren. Zijn boek bevat het gedachtegoed van Meister Eckhart.

Jeroen Bosch (1450-1516), kunstenaar en tijdgenoot, schilderde extreme voorstellingen en gaf rauwe maatschappijkritiek. Zijn werk wordt vaak in verband gebracht met de beweging van de Moderne Devotie. Ook kardinaal Nicolaas van Cusa (1401-1464) is in één adem te noemen met de beweging. Deze baseerde zich eveneens op het gedachtegoed van Meister Eckhart, het inspireerde hem tot een vredesdialoog tussen religies en volken. Hiervoor ontwikkelde hij het concept van de ‘una religio in rituum varietate’ (de ene religie in de verscheidenheid van gebruiken en riten). Hij leerde Hebreeuws en Arabisch om de dialoog tussen Christenen, Joden en Islamieten vorm te kunnen geven. Het is waarschijnlijk dat Jeroen Bosch is beïnvloed door de Moderne Devotie. Via deze beweging nam hij kennis van het gedachtegoed van de kardinaal en Meister Eckhart.

Realiteit en theater

Keren we terug naar het Boulevardfestival in het hier en nu. Ik houd dan het schilderij De tuin der lusten van Bosch graag in gedachten. Dit schilderij zet me telkens op scherp: het doet me steeds afvragen wat ik ervan als reëel en wat ik als theater moet zien.

Bosch_Gardendelights

Een ander schilderij van Bosch is ook te noemen, het is dat van De Goochelaar. Dit werk geldt voor mij als bewijs dat Jeroen Bosch een waar  individu is geweest. Het beeld stelt bedrog aan de kaak en probeert ook op een humoristische manier een brug te slaan tussen collectief en enkeling.

Goochelaar

Embrechts stelt de vraag naar de realiteit ook. Ze doet dat expliciet aan het slot van haar stuk, als ze de theatermaker vraagt naar het wezen van zijn werk. Ik citeer: ‘Ook over ik & ons, gaat het stuk ‘Waar het vlakke land gaat plooien’ van Toneelgroep Maastricht. De geblutste en/of gebalsemde zuidelijke ziel, gedrenkt in zachte g’s en kolengruis, wordt met muziek, songteksten en monologen brutaal onder de loep genomen. Echter ook met mededogen. Want de zuidelijke theatermaker bepaalt de toon tijdens Theaterfestival Boulevard. Wat die toon precies is, daar wilde theatermaker Freek Vielen zich in zijn openingsspeech niet aan branden. Het zal de komende festivalweek blijken.’

Mijns inziens heeft Jeroen Bosch 500 jaar geleden al een heldere toon gezet. Zijn schilderijen nemen de zuidelijke ziel onder de loep en tonen waar het in het leven wezenlijk om gaat. In 2016 komen zijn schilderijen van over de hele wereld thuis in ’s-Hertogenbosch, voor de grootste Boschtentoonstelling ooit.

Goochelaar-echtpaar

De vraag van Toneelgroep Maastricht, ‘Waar het vlakke land gaat plooien,’ kan ik als volgt beantwoorden. Voor mij vindt het plaats in mijn achternaam en het gebeurt wanneer lippen zich tot een glimlach plooien als ze de trucs van goochelaars doorzien. Misschien mag ik een wedervraag stellen: welke toneelgroep weet zich zo te plooien dat het de zielen van zuidelijke politici eens onder de loep nemen kan?