-athene-musea-04

Lugnasad

Hij keerde de sneeuwstorm de rug toe en verliet de studeerkamer. In de refter maakte hij de haard aan en nestelde zich bij het vuur. Hij las een boek en dronk een glas wijn terwijl buiten de wind joelde. Het was al bijna donker toen de deurbel ging.

Met een zucht legde hij het boek neer om te kijken wie het was. Hij wilde niet opendoen, maar gezien de weersomstandigheden kon hij iemand niet buiten laten staan. De ijswind sloeg hem in het gezicht toen hij de deur open deed.

‘Waling, ik moet echt met Jeroen spreken.’

Voor hem stond een Eskimo die sprak met de stem van Esther.

Hij gebaarde dat ze binnen moest komen. De Eskimo gleed over de drempel en bleef op de deurmat staan.

‘Hoe kom jij hier?’ vroeg hij, nadat hij de wind had buitengesloten.

‘Op de fiets, maar halverwege ben ik gaan lopen… Ik moet Jeroen spreken.’

Hij bracht haar naar de refter en bood haar zijn stoel bij de haard aan. Zelf ging hij naar de keuken om warme chocola voor haar te maken. Met een hete beker kwam hij terug.

‘Nog steeds verdiept in de Kelten?’ vroeg Esther en wees naar het boek dat op de grond lag.

‘Ze versierden hun huizen met hulst zodat elfen en feeën erin konden schuilen.’ Hij wees naar de hulst die hij rondom had opgehangen. ‘En zie, meer dan een fee is hier.’

Ze lachte vermoeid.

‘Shakespeare heeft er zelfs een liedje over gemaakt, het klinkt zo:

Heigh ho! Sing heigh ho! Unto the green holly:

Most friendship is feigning, most loving mere folly:

Then, heigh ho, the holly!

This life is most jilly.

 

‘Is Jeroen boven?’ vroeg Esther.

‘Hij is weg. Sinds zaterdag al. Ik weet niet waar hij is.’

‘Dus toen ik de eerste keer belde, was hij er nog?’

‘Nee, de zaterdag ervoor is hij al weggegaan. Hij en ik hebben een meningsverschil. Hij wil hier blijven wonen, maar ik niet.’

‘Hij heeft me er iets over verteld,’ zei ze.

‘Heeft hij je ook bedankt voor de surprise die je hem had gestuurd?’

‘Life is most jilly,’ zei ze met een zucht. ‘Is Irina er niet?’

‘Nee, zij en ik gaan niet verder. Ik ben liever alleen.’

Esther dronk de chocola en keek naar vuur. ‘Ik zal vannacht hier moeten blijven. Teruggaan kan echt niet, onderweg moest ik over hoge sneeuwduinen klimmen. Ik moet mijn moeder bellen.’

Terwijl ze telefoneerde, ging hij de keuken in om kerstkliekjes te vermommen in lekkere hapjes.

‘Die was behoorlijk overstuur. Het restaurant helemaal leeg, alle reserveringen geannuleerd vanwege het weer,’ zei ze.

Hij wilde vragen waarom ze Jeroen moest spreken, maar hij vroeg het niet. In plaats daarvan vertelde hij over de Keltische paarden. Hij wist er het nodige van omdat hij Jeroen een maand geleden had beloofd te helpen bij het maken van een muziekstuk over Troje. Nu Jeroen er niet was, vertelde hij Esther over de paarden. Het voelde als een missie. Hij kon zijn kennis overdragen, als een zendeling. Wat hij wist, zou niet verloren gaan. Wat een geluk! Stevig in het zadel begon hij te vertellen over zijn hippologische mensbeeld.

‘Ik heb research gedaan voor de muziek die Jeroen met jou wilde spelen,’ zei hij. ‘De Keltische goden vertonen zich vaak in de gedaante van een paard. Hun woord koning is afgeleid van het woord hengst dat ook held betekent. Het koningschap was niet voorbehouden aan mannen, er zijn ook verhalen van roemruchte vorstinnen bekend.’

Esther luisterde en at ondertussen de kliekjes die er feestelijk uitzagen. Ze kreeg weer kleur op de wangen.

‘Het paard is een zinnebeeld van moed en leiderschap. Het zijn eigenschappen, die, via de ketel over gaan naar de aanstaande koning of koningin. Paarden waren heilig. Luister: toen Julius Caesar een stad belegerde, stierven er duizenden inwoners van de honger. Ze aten de lijken, maar van de paarden die op stal stonden, bleven ze af. Die werden niet geslacht.

Tijdens het Lugnasad, het wederopstandingsfeest op 1 augustus, ter ere van de god Lug, werden er paardenrennen gehouden. Het was trouwens ook een huwelijksfeest. Dat weten we dankzij de Sint Michaelfeesten die in Schotland nog worden gevierd, dat feest heeft diepe wortels in het Keltische Lugnasad.

Bij de inauguratie van een koning werd een witte hengst geofferd. De koning gedroeg zich tijdens de slacht als een paard. Het dier werd dan in stukken gehakt en gekookt in een bronzen ketel. De koning moest een bad nemen in die ketel en van de soep drinken, waarna de soep aan de gasten werd opgediend. Daarom hadden de Kelten van die grote ketels, man en paard gingen erin.

Dat koningsbad komt trouwens overeen met een oud Hindoeïstisch ritueel. Een afbeelding ervan is te zien in een tempel op Bali. De Rigveda bevat teksten die tijdens dat paardenoffer werden gereciteerd en in de Mahabharata wordt het offer bezongen. De afbeelding op Bali laat niet een koning zien, maar een koningin in bad! En in de Sint Patrickskathedraal in Dublin is een beeld te zien van een naakte vrouw die naar haar paardenoren wijst. Zij is een Keltische vruchtbaarheids- en krijgsgodin. Wie weet, misschien is ze Morrigan wel, de spokenkoningin. Zij werd ook als paard afgebeeld, of als vrouw te paard, of als een vliegende kraai boven een paard. In de Germaanse mythologie zijn deze godinnen bekend als de Walküren, ook te horen in de Ring van Wagner. Ik heb een gouden munt met de afbeelding van zo’n naakte furie. Een andere munt heb ik ook, met de afbeelding van een kraai boven een paard.’

‘Ik weet dat u zich voor numismatiek interesseert,’ onderbrak ze hem. ‘Mijn vader verzamelde ook munten. Wist u dat koning Darius de eerste was die zich op een munt liet afbeelden? Op de Dareik, staat hij als een geknielde boogschutter, om te laten zien dat hij een doel voor ogen had en met verstand regeerde. Hij wilde geen domme stier of leeuw op zijn geld, maar zichzelf als doelgericht mens. Hij was zijn tijd ver vooruit. Hij was het ook die de joden uit hun ballingschap liet terugkeren naar hun land. Hij gaf ze zelfs geld mee om de tempel in Jeruzalem te herbouwen.’

Hij hoorde wel wat ze zei, maar wist niet goed wat hij met de informatie aan moest. Leeuwen en stieren? Dat waren toch geen paarden? Een boogschutter?

Er was nòg iets wat Esther moest weten. ‘Het volgende is waar gebeurd. Een Keltische koningin kwam in opstand tegen de Romeinen en wil de strijd aan gaan. Ze bevraagt een hazenorakel voordat ze ten strijde trekt en de loop van de haas blijkt gunstig. En ja hoor, de strijd wordt gewonnen. Als dank worden de buitgemaakte Romeinse vrouwen aan de Keltische strijdgodin geofferd. Dat klinkt misschien raar, maar de Kelten voelden zich vertrouwd met de dood. Er was eens een koning zo geliefd, dat, toen hij stierf, de onderdanen hem volgden in het graf. Er zijn rituele massazelfmoorden bekend, ter ere van Tigernmas, de god van de dood en het goud, wiens feest men elk jaar in de winter vierde.’

Terwijl hij sprak over dood en rituelen, raakte hij meer en meer op dreef en wist van geen ophouden. Esthers aanwezigheid voelde als een geschenk, als een wonder. Ze was hier! Zomaar. Uit het niets was ze gekomen. Zonder haar was alles wat hij wist verloren gegaan, maar nu niet. Ze was intelligent, bij haar zaaide je niet op de rotsen.

‘Nu vertel ik je over Brigit. Zij was de Keltische Maria, maar geen marionet zoals de christelijke Moeder. Haar naam komt van Briganti, een woord dat verwant is aan brhati. In het Sanskriet betekent dat woord de verhevene. Haar feest, het Imbolc, werd op de eerste februari gevierd. Op twee februari wordt tegenwoordig het feest van Maria-Lichtmis gevierd. Je ziet, er staat weer een Keltische godin aan de wieg van een christelijke feestdag.’

Hij merkte dat Esther onrustig werd. Ze had om zich heen gekeken en ongetwijfeld de jerrycans zien staan die in de hoeken van de refter stonden. En nu, terwijl hij over Brigit sprak en vertelde over de vuurcultus en het in brand steken van reusachtige figuren van stro, onderbrak ze hem en wees naar het tolletje dat op de kloostertafel lag.

‘Waling, is dat een dreidel?’