Alles begint in een stal

Achter elk begin zit weer een ander begin. Dat maakt beginnen lastig. Er is altijd een weg terug met de mogelijkheid van een nieuw begin, ook al was je reeds begonnen. Dit is voor Bertolucci en zijn film Novecento niet anders. Hij kiest in zijn film voor een Bijbelse oplossing. Net als in het Bijbelse scheppingsverhaal zijn er bij hem twee beginnen die in elkaar grijpen.

Voordeel van deze noodoplossing is dat het de aandacht afleidt van een filosofisch onoplosbaar probleem, zodat er tenminste wordt begonnen.  

Gen. 1 is een abstract verhaal (lied) over een vliegende start van hemel, aarde, planten, dieren en mensen in zes dagen. Gen. 2 dat erop volgt, is een paradijsverhaal met als begin de mens en daarna verschijnen er dieren (en ook de vrouw). In Gen. 1 zijn de dieren er eerst, in Gen. 2 de mens. Een dubbel begin dus met verhalen die elkaar tegenspreken. Was de mens er eerst, of waren het de dieren? De Bijbel kent een niet-rechtlijnig beginverhaal, zeg maar gerust: een krom begin. De vraag is of dit erg is. Misschien is krom-zijn wel in lijn met de tijd zelf?

Bertolucci laat Novecento beginnen op 25 april 1945, Bevrijdingsdag in Italië. Een jonge partizaan loopt zingend door het veld, de oorlog is zo goed als voorbij. Ineens wordt er op hem geschoten en hij sterft onnodig. (De scene, waarin een man de ander in het veld vermoordt, doet denken aan het verhaal van Kaïn en Abel.)

Verderop zijn vrouwen aan het hooien. Vanaf de hooiwagen ziet een van hen hoe in de verte fascisten de benen nemen. De vrouwen rennen er met hun hooivorken achteraan. Mannen komen met geweren te hulp en roepen: “Voor Stalin! Voor Stalin! Neem die zwarthemden te grazen!”

De jongen Leonidas (denk aan de Spartaanse koning die bij Thermopylae tegen de Perzen vocht) vraagt ook een geweer en krijgt er eentje. “Ik ga er iemand mee dood schieten,” zegt hij. De jongen loopt naar het landhuis van zijn baas Alfredo Berlinghieri. Op de deurmat veegt hij eerst de modder van zijn schoenen, dan gaat hij naar binnen. “Vive Stalin,” roept hij en houdt Alfredo onder schot. Maar de baas zomaar neerschieten, dat kan hij niet. Alfredo merkt dit. Hij glimlacht en roept ook: “Vive Stalin.” De jongen blijft de baas onder schot houden en neemt hem mee naar de stal. “Leonidas, weet je dat mijn grootvader hier is overleden?” zegt Alfredo. De jongen zegt dat zijn partizanennaam Olmo is. “Weet je dan wie Olmo was?” vraagt Alfredo. De jongen zegt dat Olmo de dapperste was. En als Alfredo vraagt hoe hij dan over zijn baas denkt, roept Leonidas: “Er zijn geen bazen meer!”

Terwijl Leonidas zijn baas onder schot houdt in een stal, begint de film opnieuw. We bevinden ons nu in het jaar 1900. Een dronken nar loopt luidkeels roepend door de nacht, hij roept dat Verdi dood is. (Het doet denken aan Nietzsches dolle mens die roept dat God dood is.) De ochtend daarop wordt Olmo geboren en enkele uren later Alfredo. Dit is het begin van Bertolucci’s verhaal over de zoon van de rijke landeigenaar en de arme boerenzoon Olmo die bevriend raken.

Een dubbel begin van deze film dus. Eerst een abstract hier-en-nu van geweld, vijandschap, pijn, dood. De kijker ziet een schitterend Italiaans landschap waarin mensen elkaar doodschieten en met hooivorken te lijf gaan. En een jongen die van plan is zijn baas dood te schieten, maar bij de deur aangekomen veegt hij zijn voeten. En als hij zijn baas in het vizier heeft, weet hij niet hoe hij hem zal ombrengen. Het andere begin is de geboorte van twee jongens waarna het verhaal volgt van hun vriendschap.

Je kan zeggen dat de film Novecento over vriendschap gaat. Toch is het raar dat de film dan begint met woede, pijn, verdriet. Het dubbele begin van de film roept een vraag op: is vriendschap het beëindigen van oorlog? Of is oorlog het einde van vriendschap? Met andere woorden, begint alles met oorlog en beëindig je oorlog met vriendschap? Of begint alles met vriendschap die uitloopt op oorlog?

Ondertussen loeien de koeien en vliegen de zwaluwen in en uit. Leonidas staat daar nog en houdt zijn baas Alfredo onder schot.