Tjarco Duinstra

Alle artikelen van Tjarco Duinstra

 

De vlucht van Issaschar – eerste deel

  1. HALTEBANG. De naam voor de band vond ze op een dag toen ze lijnen trok tussen de steden waar de leden geboren waren. Een lijn van Havanna naar Leningrad en een lijn van Teheran naar Bangkok. De lijnen kruisten elkaar in de stad Groningen. Alweer tien jaar geleden. Ze bladerde in het fotoalbum en bekeek de foto’s. Op elke foto stak haar gezicht bleek af bij de lachende gezichten van de anderen, terwijl ze vandaag juist hoopte iets opbeurends op de foto’s te ontdekken. Joans donkere huid straalde warmte uit. En Irmgard leek een bosnimf met die groene ogen. Zijzelf stond er verloren bij alsof ze uit de Russische misère zó het podium was opgestapt. Mischa was een verhaal apart, weduwe van middelbare leeftijd die met haar dochtertje Iran was ontvlucht, tegelijk met de Sjah. Ze was halverwege de middag gestopt met repeteren. De concentratie was er niet, haar spel klonk mat. Ze had de saxofoon in de
Lees verder...  

De vlucht van Issaschar – proposal

Tijd en plaats De roman speelt zich af in 1986. In dat jaar ontplofte in Tsjernobyl een kerncentrale en in de VS explodeerde de spaceshuttle Challenger. Voor de hoofdpersonen is 1986 een belangrijk jaar omdat zij elkaar dan ontmoeten. De plaats van handeling is een vervallen klooster. Eén van de hoofdpersonen maakt een reis naar Wit-Rusland om meer te weten te komen over haar geschiedenis. Enkele hoofdstukken spelen zich daar af. Hoofdpersonen Er zijn 3 hoofdpersonen: Waling van Geest (42) en zijn zoon Jeroen (19) en Irina Dantsjenko (33). Waling woont met zijn zoon Jeroen in een oud klooster. Hij is in het klooster geboren, zijn joodse moeder zat er ondergedoken. Na de oorlog is zij vertrokken naar Israël en liet hem bij de abt achter. Waling is na zijn scheiding gaan varen en zag Jeroen gedurende 10 jaar niet. Sinds hij terug is in het klooster, is hij in de ban van oude Keltische munten die hij vond en
Lees verder...  

Lilith

Lilith is de naam die Lucebert verzon voor zijn muze. Andere schrijvers en dichters gingen hem voor. Hölderlin (1770-1843) noemde zijn muze Diotima. Paul van Ostaijen (1896-1928) schreef een lofdicht op de filmster Asta Nielsen. Nabokov (1899-1977) schreef zijn roman Lolita – waarvan wordt beweerd dat hij de naam oppikte uit de krant toen hij de uitslagen van de paardenraces las, omdat een beroemd renpaard zo heette. Anderen menen dat Lolita een verwijzing is naar het lied ‘Die fesche Lola,’ uit de film Der Blaue Engel (1930), waarin Marlene Dietrich (1901-1992) de hoofdrol speelde. Lucebert, het kan niet anders, dacht bij Lilith ook aan het lied Lili Marleen, gezongen door Marlene Dietrich. Zij zong het in de oorlogsjaren zowel in het Duits als in het Engels. Het lied was populair bij soldaten aan beide fronten. Het lied gaat over een soldaat die hoopt zijn geliefde te zullen zoenen in het licht van een straatlantaarn. In het licht van de lantaarn worden de schaduwen
Lees verder...  

Sinterklaas is dood – leve Paardeklaas!

Een overlijdensbericht:   Oplettende kinderen hebben gemerkt dat Sint al jaren niet echt werkt. Hij is afwezig, komt slecht uit zijn woorden zag niet hoe Pieten de orde verstoorden.   Hij is zichzelf niet, net zo min als zijn Piet. Geen wonder, hij kan niet zichzelf zijn. Waarom? Wie is hij? Hoe kan dat zijn? Hoor hier het onderliggend verdriet.   Volwassenen weten: de Sint was zeer oud. En geen mens is onsterfelijk, meneer. Het onvermijdelijke gebeurde, niet kortbij maar al vrij lang geleden overleed hij.   De Sint die toen kwam aangevaren, is een ander. En? Waren er geen bewaren? Waarom die ander voor lief genomen, hij die het imago stal is feitelijk een dief.   Ouders wisten zich geen raad, ze vonden de dood te zwart-wit, ze stonden met monden vol tanden, wisten niet hoe ze dan het goede gevoel aan kinderen overdragen konden.   Maar luister eens hier, want hoort de dood niet bij het leven? Spoort
Lees verder...  

Lucepérd

In de poëzie van Lucebert (1924-1994) vinden vaak omkeringen plaats. Dat gebeurt bijvoorbeeld in het gedicht Visser van ma yan, waarvan de tekst luidt: ‘onder wolken vogels varen / onder golven vliegen vissen / maar daartussen rust de visser // golven worden hoge wolken / wolken worden hoge golven / maar intussen rust de visser.’ Over de juiste interpretatie van dit gedicht zijn de meningen verdeeld en dat komt omdat het omslagpunt – de in rust verkerende visser – verschillend wordt gewaardeerd. Is hij de spil waar alles om draait, of de speelbal der elementen? Hoe dan ook, het is de vraag of de waardering zelf wel in evenwicht is als de betekenis van de vissersvrouw – zij is in dit gedicht niet in beeld – wordt genegeerd. De rust van een visser kan niet zonder haar. In andere gedichten noemt Lucebert haar wel, zelfs haar naam: Lilith. In Luceberts poëzie veranderen werkpaarden in luxepaarden – en omgekeerd. Lilith is
Lees verder...  

Kapseizend paard

Van het chtonische naar het aquatische overstappen, betekent de kunst verstaan het hoofd boven water te houden. Aandacht dient uit te gaan naar zwem- of vaarkunst, opdat ’t spreken niet kopje onder gaat in taal die nergens op slaat. ‘t Water in gaan is een ander element verkennen, is zoeken naar grond onder handen en voeten. Wie die kunst verstaat, baart opzien en zal dankzij de wet van Archimedes het gevoel hebben te vliegen. Wie het niet kan, zal zich spoedig op de zeebodem wanen, zoals tuinder Jacob Meiland in Tonnus Oosterhoffs verhalenbundel Kan niet vernietigd worden (1996). Meiland loopt ’t water in en blijft nog dagen, weken op de zeebodem doorlopen, totdat uiteindelijk de zee zich geheel met hem heeft vereenzelvigd. Wie angst voor water heeft, dient ‘t spiegelende element eerst grondig te verkennen. Het paardige bekijken vanuit aquatisch perspectief heeft per definitie iets oppervlakkigs. Die oppervlakkigheid is van belang om verdrinking te voorkomen. Iemand kan het ook te kwaad krijgen als
Lees verder...  

The art of Horsemanship

Ergens in de geschiedenis ging het mis en het fatale moment is dankzij Homerus te traceren. Het was bij Troje. Of daarvoor al, maar Homerus schreef het op en dat telt. Prehistorische grotschilderingen verwijzen naar het eerste begin ruim 30.000 jaar geleden. Opgravingen brachten aan het licht dat de domesticatie van paarden 5000 jaar voor de jaartelling plaats had. In het tweede millennium zorgde het zes spakige wiel met ijzerbeslag voor een revolutie, strijdwagens met paarden ervoor verschenen op het strijdtoneel. Mens en paard toonden in vliegende vaart hun kunsten, maar ook verdween toen het geloof in het paardige. Hoe? Hoor. De kunstenaar Maurizio Cattelan zette in de zomer van 2003 op de dakrand van het Kölner Museum een jongetje neer. In de ronde vorm van het dak is gemakkelijk een paard te herkennen. ‘t Joch zat er vier maanden lang non stop te trommelen. Hij verwijst naar de figuur Oskar uit de roman Die Blechtrommel, van Günter Grass (1927-2015). De verfilming (1979)
Lees verder...  

Brexit and Black Beauty

De Europese toekomst na de Brexit is onzeker. Wel weten we dat de Engelse meerderheid het paard verkoos boven de Euro. Een verrassende keuze, maar we hadden het ook kunnen weten. De Britten wedden graag en ze weten als geen ander dat wie op het juiste paard wedt, verstand van kansberekening heeft én van paarden. Deze week kopte het nieuws: ‘Italiaanse banken hebben te maken met honderden miljarden aan slechte leningen.’ Die leningen deren de Britten niet meer, ze hebben goed gegokt. Maar het Engelse Pond staat er helemaal niet rooskleurig voor, dus zit de kick ‘m blijkbaar niet in het gokken, maar in de band met ‘t paard. Culturele icoon Gina M. Dorré legt in haar ‘Victorian Fiction and the Cult of the Horse’ (2006) de Engelse ziel bloot. Ze ontdekt dat het paard dè culturele icoon is in de bloeiperiode van de Britse geschiedenis. In kunst en literatuur dient het paard als medium om de maatschappelijke situatie tot
Lees verder...  

Naar het innerlijk

Kunstenaar Wim T. Schippers leverde in 1997 een bijdrage aan het project Panorama 2000 – kunst rondom de Domtoren in Utrecht. Zijn idee was om pal naast de Domtoren een 112 meter diep gat (de exacte hoogte van de toren) te graven. Schippers: ‘De Negatieve Domtoren boort door alle aardlagen en trotseert het grondwater. De bezoeker kan afdalen en zo de historie en de archeologie van Utrecht ter plekke bestuderen.’ Het idee werd om praktische redenen niet uitgevoerd, maar in 2005 kwam stichting Initiatief Domplein met een plan dat het wel haalde, namelijk: het toegankelijk maken van de historische grond onder de Dom. De bezoeker van DOMunder kan kennismaken met een dwarsdoorsnede van 20 eeuwen geschiedenis op 5 meter onder de grond. Hoe kwam Schippers op het idee van de Negatieve Domtoren? Het kan niet anders of hij las in zijn jeugd Naar het middelpunt der aarde (1866) van Jules Verne en kwam zo op het idee.  Jules Verne vertelt hoe een
Lees verder...  

Toets der kritiek

Wie tot de kern van een zaak wil doordringen, doet er goed aan vooraf een inschatting te maken van het te behalen resultaat. Het is nooit de kern die het resultaat bepaalt, het zijn de omstandigheden die het ‘m doen. Want hoezo, de kern? Het maakt verschil of je naar de kern wilt tijdens het slijpen van een diamant, of bij het pellen van een ui. Of terwijl je met iemand praat over koetjes en kalfjes, of over het paardige. Doet de kern dan niet ter zake? Zeker wel, waar zouden we anders in willen doordringen? Iets in de kern raken, betekent gebruik maken van een wil die doorgrondt – en dat is een uitgesproken aardse wil. Naast deze ene wil zijn er nog drie andere te noemen: een wil die verluchtigt, één die verdiept en één die aanvuurt (lucht, water, vuur). Ze leiden naar andere doelen. Hoe nu ontstaat de wil die doorgrondt? Ik denk dat het een erfelijke
Lees verder...  

Hoefbevangenheid

Wie nalaat een gegeven paard in de bek te kijken, loopt een gevaar. Hij kan het paard dan per ongeluk voer voorzetten dat niet goed wordt gekauwd, met alle gevolgen van dien: koliek (hevige buikpijn) en hoefbevangenheid. Natuurlijk bekijkt iemand het gegevene wel. En het is een goede gewoonte om, als het wat tegenvalt, hiervan geen ophef te maken. Doorgaans ervaar ik mijn leven niet als iets dat ik helemaal aan mezelf te danken heb, maar vooral als iets dat is verkregen en dat ik met anderen deel. Wie zichzelf als gegeven beschouwt, kijkt in bescheidenheid. Echter, wie te kijken nalaat, loopt risico’s. Het gegeven paard wel in de bek kijken wil zeggen: het vanzelfsprekende negeren en overgaan tot zelfonderzoek – niet bij voorbaat uit ontevredenheid, maar uit nieuwsgierigheid en uit voorzorg. Tenzij het kwaad al is geschied en je verkrampt op je benen staat en je geen raad weet met jezelf – dan is er, paards gesproken, te vrezen
Lees verder...  

Het Paardige

Paarden, of ik daar niet eens iets over wilde schrijven, vroeg ze me. Ik schudde het hoofd, want ik heb niks met paarden. Ze zijn me te groot, ik vind ze eng. Onnozel ook, omdat (als ik paard was) ik me niet liet commanderen door iemand die niet op zijn eigen benen wil staan. Mij is de ezel liever vanwege zijn koppige karakter. Paarden zijn slaafs. Rudy Kousbroek (1929-2010) zegt het in Opgespoorde wonderen (2010) zo: ‘Zo wordt de wanhoop vertegenwoordigd door het paard, maar de humor, de weerstand en de opstandigheid door de ezel. Daarom is dit het dier dat wij de grootste dankbaarheid zijn verschuldigd.’ Liever de ezel dus. De ezel-humor is ook te vinden in de oude Joodse literatuur (Bijbel). Het paard wordt er met gezond wantrouwen bejegend, maar de ezel geniet het volle vertrouwen. Dat was omdat het paard een statussymbool was en omdat paarden nodig waren in een oorlog. In Psalm 32:9 staat te lezen:
Lees verder...  

De versierde boom

Hel☧, dacht ik na ’t lezen van het nieuwste boek van filosoof Peter Sloterdijk. Ik volg hem al 20 jaar en weet dat hij de Westerse cultuur kritisch tegen het licht houdt. De laatste tijd merk ik dat de stemming in zijn boeken er niet beter op wordt. Zijn laatste boek ‘De verschrikkelijke kinderen van de nieuwe tijd,’ slaat echt alles. Niet eerder las ik van hem zo’n deprimerend boek. 1 INTRODUCTIE Rode draad in zijn boek is de gedachte dat de generatiewisselingen de zwakke schakels zijn van een cultuur. Elke volgende generatie maakt zich de cultuur weer eigen, of doet dat niet, of verzet zich er tegen. Sloterdijk wil aandacht voor de houding van verzet die zijns inziens kenmerkend is voor het Westen. Vanaf 1400 tot 2000 zijn er ongeveer 20 generatiewisselingen geweest. Twintig keer heeft er een wisseling plaatsgevonden van een vader op een zoon. Hoe verliepen die wisselingen en waartoe hebben ze geleid? ‘We bevinden ons in een vliegtuig
Lees verder...  

Bossche ode op JZ

    van spraakmakers pallet slingert een niet mis te verstane klodder vette   verf kletst   tegen muren ramen deuren monden binnenstebuiten gekeerd   tegen schaduwloze taal uit de boom gevallen eenden achterna gevlogen weggedreven in blauwe vulliszakken – alle onderweg naar een vijver die vuur slurpt   geen nood want hoera! daar huist ook Al lehr wolk breuk je navel streng te pronk aan de kraaiende kimme vist hij o gen uit opgezwollen gezichten op als uit diepgezwommen gr88888888 en scheert ze met zijn All gen krabber   ook schrijft hij zijn brieven er mee: – Ik houd van zij Houdt van hij houdt Van – echt er elke brief vindt hemelsbreed de weg terug naar eigen nest waar hooggetande steunpilaren eeuwig oudblauw afscheid koeren   dus wat doet dan zo  ’n iemand ertoe die met de deur smijt de verf afschraapt, de vracht  bevraagt, zich schuwend afvraagt waar de kwast wiens hand het pallet, hoe onder de duim vragen zich roeren:   wie schoot de pijl af – wie? spreidde haar beenderen op een straat van stenen kinderhoofdjes   mij
Lees verder...  

Stenen verdrinken niet

Paul Celan, pseudoniem voor Paul Antschel (1920-1970) wordt gerekend tot de belangrijkste dichters van de tweede helft van de twintigste eeuw. Zijn gedichten zijn vaak moeilijk te doorgronden, hij verwerkte er zijn ervaringen in van de Holocaust. Een beroemde zin uit het gedicht Todesfuge luidt: ‘Der Tot ist ein Meister aus Deutschland.’ In dat gedicht herdenkt hij zijn moeder die in een kamp werd vermoord. Celan heeft eens gezegd dat het gedicht bedoeld was als een graf voor haar. Er zijn interpretatoren die Celans oeuvre beschouwen als ‘herdenkingspoëzie’. Zijn gedichten zouden uitsluitend gaan over het drama van de moord op miljoenen joden. Maar als poëzie enkel een middel is om terug te kijken, is het dan niet zijn ziel kwijt? Onderstaand fragment komt uit de bundel Atemwende (Ademkeer) uit 1967. De vertaling is van Ton Naaijkens (2003).   IN DEN FLÜSSEN nördlich der Zukunft werf ich das Netz aus, das du zögernd beschwerst mit von Steinen geschriebenen Schatten.   IN
Lees verder...  

Nigger, are you crasy?

Velen hoopten dat de kwestie van het ras zou zijn beslecht met Obama als president. Sinds de geweldsuitbarstingen in de zomer van 2014 is duidelijk dat die hoop niet gegrond is. Hoe verwoord je racisme? Hierover stond 31 juli een artikel in de NRC, met de kop: ‘Nigger are you crasy?’ In het stuk gaf Guus Valk een heldere analyse van de rassenproblematiek in de VS. Aan de hand van recent verschenen romans wierp hij licht op hoe verschillend je het woord ‘ras’ kunt bezien. Maar The Washington Post kreeg lucht van de kop en maakte er korte metten mee. De toon was ongeveer als volgt: Wat verbeelden Nederlanders zich eigenlijk? Zomaar dat N-woord gebruiken in de krant? Ze mogen hun mond wel eens houden en de hand in eigen boezem steken. Zelf discrimeren ze er lustig op los met hun Black Peter en Sinterklaas. De toon is gezet. Mede door The Washington Post begint de zwartepietendiscussie deze zomer al.
Lees verder...  

Een filosofisch hordentheater

In de Volkskrant van afgelopen zaterdag (7 augustus 2015) geeft Annette Embrechts een impressie van het Boulevardfestival dat momenteel in ’s-Hertogenbosch plaats vindt. In haar artikel roert ze het thema aan van de enkeling versus de groep. Het thema van de individualiteit is een filosofisch onderwerp bij uitstek. Omdat ik ook inwoner van deze stad ben, las ik haar artikel aandachtig. De manier waarop ze tegen het collectief versus de eenling aankijkt, roept echter vragen bij me op. Ze blijft van buitenaf tegen haar onderwerp aankijken, terwijl individualiteit zich juist leent tot een benadering van binnenuit. Er is dan meer over te vertellen dan Embrechts doet. Ook krijgt dan het kunstenaarschap van de kunstenaars de lof die het toekomt. Het is jammer dat dit in Embrechts’ stuk niet gebeurt. Filosoof Gerard Visser beschrijft in zijn boek ‘Water dat zich laat oversteken’ hoe individualiteit als een brug kan fungeren tussen het collectief en de eenling. Jeroen Bosch lichtte in zijn schilderijen 500 jaar geleden
Lees verder...  

‘s-Hertogenbosch verdient geen hel

Op dinsdag 14 juli neemt de gemeenteraad van ‘s-Hertogenbosch een besluit over de toekomst van een stuk natuur achter het Jeroen Bosch ziekenhuis. Er staan ruim honderd bomen, waaronder tientallen walnoten, kersen, pruimen, appels en perenbomen. De gemeente noemt het een volkstuin, maar in wezen is het een recreatie gebied voor mens en natuur waarin de biodiversiteit een kans krijgt. De gemeente wil daar een parkeergarage bouwen voor meer dan duizend auto’s. De politieke besluitvorming heeft wel iets weg van het schilderij De tuin der lusten van Jheronimus Bosch. Deze schilder leefde 500 jaar geleden, hetgeen de stad in 2016 met een grote tentoonstelling herdenkt. Op dat schilderij kom ik straks terug. Eerst schilder ik de politieke gang van zake. Ik zeg het niet graag luidop en schrijf dus fluisterend dat de plaatselijke politici duimendraaiers zijn die liever bij elkaar op schoot zitten dan daadkrachtig beleid te maken (uitgezonderd Bosch Belang, de SP, de Groenen en GroenLinks). In het afgelopen
Lees verder...  

De aap die over water liep

Toen iemand me vroeg wat ik toch met het paardige bedoel, bladerde ik door mijn artikelen en las ik het stuk over Frans de Waal weer. Twee jaar geleden schreef ik dat stuk. En terwijl ik het tijdens de paasdagen herlas (en ook maar meteen herschreef), realiseerde ik me dat het idee van het paardige hier is ontstaan. Apen hoef je niet te leren klimmen en mensen hoef je niet te leren denken, was mijn stelling. Toch vindt Frans de Waal dat mensapen mij te denken geven. In zijn recente boek: ‘De Bonobo en de Tien Geboden’ (2013), vertelt hij over het gedrag van mensapen. Zijn observaties zijn vaak grappig en ook ontroerend. Hij laat zien dat primaten zich emotioneel in elkaar kunnen verplaatsen en dat ze het vermogen hebben elkaar te troosten. Ze hebben ook een gevoel voor rechtvaardige beloning. Het altruïstische gedrag waarvan ze blijk geven, levert hen geen individueel voordeel op, maar waarborgt de harmonie in de groep. Dit
Lees verder...  

Zielig of bezield – door de bomen ’t Bosch (8)

Jeroen Bosch is een liefhebber van duivels, niet van bomen. Hij schildert zijn hellegedrochten op houten panelen, dus enige compassie met de geduldige leveranciers van het hout is dan wel te verwachten. Hij schildert echter voornamelijk holle, dode bomen. Zijn afkeer van bomen doet denken aan de missionaris Bonifatius die zevenhonderd jaar voor hem heilige eiken in Friesland liet kappen om de Germaanse goden te provoceren, wat hem terecht duur kwam te staan. Vanwaar Bosch’ aversie voor bomen en hoe is zijn voorkeur voor duvels te verklaren? Aan jaarringen hechtte hij geen waarde – hij zag niks in een cyclische tijd van zaaien en oogsten, bloeien en afsterven. Hierin verschilt Bosch radicaal met een schilder als Van Gogh die zijn inspiratie wel haalde uit de natuur, denk aan zijn bloeiende appelbomen. Bosch is in de ban van een soort ongeduld, hij forceert met de duivels een opening naar een tijd met een doel. Bosch wil zicht krijgen op een rechtlijnige
Lees verder...  

Zielig of bezield – door het oog van Jeroen Bosch (7)

De ogen zijn de spiegel van de ziel, zei Leonardo da Vinci. Hij bedoelde dat de ogen van de ander laten zien of ze jou bevestigen of niet – de ogen zijn dus een spiegel voor de ander die erin kijkt. Anderen menen dat de ogen een venster zijn naar de ziel. Bekend is de mythe van Narcissus die dacht dat hij via het spiegelende vijverwater in zijn ziel kon kijken. Hij boog te diep voorover, viel in het water en verdronk. De moraal van het verhaal ten spijt, moedigen bepaalde psychologen hun cliënten aan om diep in zichzelf te kijken, bijvoorbeeld door voor een spiegel zichzelf in de ogen te kijken. Ik heb in dit zevende deel over Jeroen Bosch, de schilder in de ogen gekeken die 500 jaar geleden overleed. Om begrijpelijke redenen was dat een hels karwei. De ogen van de ziel De filosoof Plato  dacht dat de ziel ogen had, en vleugels zelfs. Na de dood zou
Lees verder...  

Zielig of bezield – Bosch’ ware ik (6)

Ik droomde vannacht dat ik Jeroen Bosch was. Niemand begreep mijn schilderijen en dat maakte me woedend. Wakker geworden, wist ik weer dat ik helemaal niet tekenen, laat staan schilderen kan, ik zou nooit Jeroen Bosch kunnen zijn. Vanwaar dan zo’n droom? Omdat zijn werk me intrigeert en Bosch’ ware ik niet bestaat zonder het mijne. Ik probeer hem te begrijpen en dat begrijpen vat ik liefst letterlijk op: als een mentaal gejudo. Met een mooie worp wil ik hem de lucht in – en in een houdgreep krijgen. Een spiegelgevecht is het, waarbij ik voor zijn schilderijen gekke bekken trek. Ik speel een taalspel met schijnbewegingen die minstens zo interessant zijn als de krachtmeting zelf. In het echt had ik Bosch natuurlijk nooit de mat op gekregen. Wel hadden we een boom kunnen opzetten over Jacobs worsteling te Pniël en we hadden vast gelachen om moeder Rebecca die, via haar zoon, haar blinde man Izaäk voor het lapje hield.
Lees verder...  

Zielig of bezield – een nieuwe lente (5)

Iemand houdt van de lente, of krijgt last van een voorjaarsdepressie. Ik neigde zelf tot het laatste. Een warme voorjaarsdag gaf me dikwijls valse hoop, de lente vond ik een verraderlijk jaargetijde. Maar sinds ik eigenaar ben van een volkstuin, zit ik jaarlijks op mijn knieën naar de grond te turen om te zien of de tuinbonen en kapucijners al doorbreken. Ze kunnen goed tegen de nachtvorst. Een week sneeuw in maart deert ze niet. De plantenbakken op mijn balkon vul ik vroeg in maart met viooltjes. Zij kunnen ook goed tegen de vorst, in tegenstelling tot de hanggeraniums die ik pas in juni plant. Of Jeroen Bosch ooit knielde op een bed violen, waag ik te betwijfelen. Volgens mij hield hij niet van bloemen, hij schildert ze nergens, behalve in De tuin der lusten – als symbolen van schone schijn en obsceniteit. Mogelijk was zijn reactie op de lente net als die van O. Den Beste (Wim de Bie).
Lees verder...  

Zielig of bezield – natuur of cultuur (4)

Het verschil tussen natuur en cultuur is het centrale thema in de schilderkunst van Jeroen Bosch. Natuur enerzijds: het instinctmatige, collectieve, en de cyclus van geboorte- leven- dood – en cultuur anderzijds: het individuele, verstandelijke, rechtlijnige – staan bij Bosch in contrast, waarbij hij duidelijk partij kiest voor het ‘cultuurlijke’. De natuur vindt hij verdacht: het zit vol onzuivere verleidelijkheden die de mens afhouden van het goede. De verhouding tussen goed en kwaad speelt de hoofdrol en maakt dat zijn schilderijen een sprookjesachtige sfeer hebben. Het sprookjesachtige bij Bosch is verontrustend en appelleert aan het gezonde verstand. Bosch provoceert en hij zet je aan het denken. Het ‘oogstrelende’ staat in dienste van de achterliggende bedoeling die de kijker moet zien te raden. Die bedoeling heeft steevast te maken met de verhouding tussen natuur en cultuur. Deze verhouding was in zijn tijd net zo verontrustend als nu, al dacht de 15e eeuwer deze wel heel anders dan de 21e eeuwer nu.
Lees verder...  

Een hand in de brievenbus, Kellendonklezing 2015

Het bijwonen van de Kellendonklezing, afgelopen maandag 23 februari, was een belevenis. Het onderwerp was: Engagement, taal en verbeelding. De openingszin van Maarten Asscher was om te lachen, hij citeerde een zin uit de brief van voormalig premier Balkenende, gericht aan Harry Mulisch. In de brief riep de politicus alle Nederlandse schrijvers op om een moreel standpunt in te nemen. Want dat was hoog tijd, gezien de belabberde staat waarin de Europese politiek in dat (morele) opzicht verkeerde. Om eerlijk te zijn, ergens begrijp ik zo’n curieuze actie van Balkenende wel. De vraag is alleen of hij, vanuit zijn politieke ambacht en christelijke perspectief het werk van alle Nederlandse schrijvers wel kende en zo ja, of hij vanuit zijn christelijk-politieke bedrijf wel snapte wat ze schreven. Blijkbaar niet, concludeerde Asscher, want dan had hij die brief aan Mulisch niet geschreven. Toch was ik het niet helemaal eens met Asscher. Want is de situatie niet ook zo dat uitgeverijen zich steeds
Lees verder...  

Zielig of bezield – wat bezielt Jeroen Bosch? (3)

In welke stemming verkeerde Jeroen Bosch bij het schilderen van de Tuin der lusten? De volgende muziek heb ik in gedachten als ik me indenk met welke concentratie hij schilderde. Ik zet het graag aan als achtergrondmuziek als ik me in het schilderij verdiep. Overigens kan hij zelf deze muziek niet hebben gehoord, omdat er in zijn tijd nog geen piano bestond. Wel waren er kerkklokken. Ze werden gegoten voor de toren van de toen in aanbouw zijnde Sint Jan. Het gieten van klokken was een hels karwij en moest, wegens de soms duizenden kilo’s wegende gevaarten, ter plekke gebeuren. Op een keer vloog bijna het kerkorgel in brand. De muziek in de tijd van Bosch, klonk bijvoorbeeld zo. In 2009 maakte Camera Trajectina op teksten van Gerrit Komrij een voorstelling naar aanleiding van het schilderij de Zeven Zonden (dat op grond van dendrochronologische datering echter niet van Bosch kan zijn). Wat beweegt iemand om mensen te schilderen die zich, van
Lees verder...  

Zielig of bezield – op expeditie (2)

Het schilderij van Bosch dat ik onlangs op het internet tegenkwam, kende ik al. De eerste keer dat ik het zag, dertig jaar geleden, was toen ik met een kameraad  aan het winkelen was in Hoog Catharijne. Ik zag de poster in een etalage liggen en wist meteen: die wil ik. Eigenlijk had ik het schilderij jaren daarvoor al eens gezien in een aflevering van de tv-jeugdserie Floris, waarin het schilderij uit de handen van Grutte Pier wordt gered. De poster verhuisde mee, van de ene naar de andere studentenkamer, totdat hij tenslotte in de prullenbak belandde omdat ik mijn vertrouwen in de schilder verloren had. Tijdens mijn studie las ik de filosoof Nietzsche en daarna had ik geen vertrouwen meer in religieuze kunst. Zijn filosofische analyse leidde er toe dat ik geen idee had hoe er van de christelijke traditie iets goeds te maken was. Ik studeerde nota bene theologie, een studie waar ik uit interesse aan was begonnen,
Lees verder...  

Zielig of bezield – terrorisme (1)

De betekenis van de ziel lijkt in het maatschappelijk debat te zijn verdwenen. Het woord bestaat nog wel in de taal, maar waart erin rond als een spook. Sporadisch doet een politicus wel eens een poging om te bezielen, maar succesvol is dat niet, zo sloeg voormalig premier Balkenende eens een raar figuur toen hij Nederlanders opriep tot een VOC-mentaliteit. In die tijd verscheen ook het essay Adel van de Geest (2009) van Rob Riemen die waarschuwde dat in een gepolitiseerde wereld moralisten de dienst uitmaken ten koste van de vrijheid van de cultuur. Hij riep in zijn boek de lezers op zich om hun ziel te bekommeren. Zijn oproep kwam echter zelf eerder moraliserend dan bezielend over. Wel bracht hij voor het voetlicht dat er in het huidige maatschappelijk bestel weinig animo of ontvankelijkheid is voor een adel van de geest. Toen kwam cultuurfilosoof Peter Sloterdijk op een zondagochtend op bezoek in het boekenprogramma van Wim Brands. Sloterdijk werd
Lees verder...  

Poetin over de knie van Margarita

Boelgakovs roman De Meester en Margarita is hèt medicijn tegen Poetinisme. Geschreven in 1940, is het nu weer actueel omdat hij laat zien dat een leider zonder juiste vrouw het niet redt. Waarschijnlijk las Poetin de roman niet, of hij begreep de humor van de hoofdpersoon Woland, zoals de Duivel in het boek heet, verkeerd. Michail Boelgakov (1891-1940) maakte de publicatie zelf niet meer mee. Het boek kwam in 1967 uit, zevenentwintig jaar na zijn dood. Het verhaal is een schitterende satire op het culturele leven in Stalins Sovjetunie. Boelgakov voert tevens een levensechte Jezus Christus ten tonele. Het verschijnen van de roman in 1967 werd als een teken van culturele liberalisering opgevat. De schrijver die zijn leven lang gedwarsboomd werd door de stalinistische censuur, geldt nu in Rusland als een van de grootste moderne schrijvers. In Rusland is het een cultboek, in Nederland is het ook bekend, mede dankzij de informatieve website waarop alle informatie over het boek is
Lees verder...  

Waarheid in een schoen

Tijdens een kanotocht over het Paterswoldsemeer had ik m’n schoenen uitgedaan en op de punt van de boot gezet. De week daarop schreef ik er een gedicht over. Toen wist ik niet dat die schoenen sprekend leken op het paar dat Van Gogh eens schilderde. Nu weet ik dat wel, en ook dat de filosoof Heidegger iets over die schoenen zegt in De oorsprong van het kunstwerk, een college uit 1936. Aan de hand van dat schilderij legt hij uit wat ware kunst is. Zijn visie op kunst heeft mij geholpen om mijn eigen gedicht beter te leren begrijpen, ik kijk er met andere ogen naar. De wil tot waarheid Vanwaar de drive van Heidegger (1889-1976) om te zoeken naar zoiets als ‘de waarheid’? Wat bewoog hem en hoezo dacht hij dit voor anderen te kunnen bepalen? Rüdiger Safranski beschrijft in Heidegger en zijn Tijd welke weg H bewandelt. Het startpunt is de Eerste Wereldoorlog. Na die oorlog staat de
Lees verder...  

Verwoest Huis op Noord, 2014

Een geologie van het buitengewone   Had Marjan Teeuwen haar Verwoest Huis op Noord driehonderd jaar geleden gerealiseerd, dan was ze waarschijnlijk als heks op een kerkplein verbrand, want een huisvrouw die het huis zo toetakelt, moest wel van de duvel bezeten zijn. Tweehonderd jaar geleden was haar werk mogelijk een monument geworden ter ere van de overwinning bij de Slag bij Waterloo. Het was dan gezien als ruïne waarop het nieuwe Europa kon worden gebouwd. Honderd jaar geleden had het werk kunnen staan voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, een oorlog met ongekende aantallen doden. Het had symbool kunnen zijn voor de gevaren van de techniek en een oorlog waarvan een ieder dacht dat het de allerlaatste was. Deze aanloop over een periode van driehonderd jaar is een mogelijke, maar niet realistische benadering van de kunst van Marjan Teeuwen. Niet realistisch, omdat haar werk niet toen tot stand kwam, maar nu. Toch is zo’n aanloop zinnig, omdat hij
Lees verder...  

Sinterklaas is nog niet jarig

Onze goedheiligman bevindt zich nog op volle zee, maar de zwartepietendiscussie is al met zo’n heftigheid losgebarsten dat het lijkt alsof iedereen nog in Sinterklaas gelooft. Ik geloof niet meer in Sinterklaas, al kan ik me heel goed verplaatsen in de hoofdpersoon van een kort verhaal van Vonne van der Meer in Nachtgoed (1993). Het verhaal (Het zingen, het water, de peen), gaat over een jongen die zo verknocht is aan het ritueel van het zetten van de schoen, dat hij in Sinterklaas blijft geloven, ook als volwassen man. Zijn moeder doet haar best hem te begrijpen, maar kan dat niet. Frans Kellendonk (1951-1990) heeft zowaar geprobeerd om na de dood van god het katholieke geloof nieuw leven in te blazen, door net te doen alsof god wel bestaat. Een soort Sinterklaas als het ware. Hoe hij zich dat geloof voorstelde, schreef hij in De veren van de Zwaan en in Geschilderd eten. De ophef over de zwarte pieten heeft
Lees verder...