Paarden voeren

De zondagse wandeling ging door de natuur, ik had er die week paarden zien draven. Onderweg erheen vertelde hij me dat kinderen in de klas hadden gezegd dat Iza een naam voor meisjes was. ‘Iza kan voor allebei, maar Izabel en Liza zijn namen voor meisjes,’ zei ik. ‘En Izar?’ stelde hij voor. ‘Ze zullen je ermee plagen en zeggen dat je van ijzer bent,’ zei ik. ‘En Izau?’ probeerde hij nog. ‘Dat is een varken in het Duits, dat wil je niet.’ Hij concludeerde dat Iza een korte naam was die hij met trots kon dragen. Ik was ik die middag niet zo trots op mezelf, vanwege de paarden. Altijd ging de wandeling langs een paardenwei. De dieren stonden met de hoofden over het prikkeldraad gebogen en schrokten het brood en de appel naar binnen. Vandaag had ik een nieuwe route door de natuur gekozen, eigenlijk een te lange wandeling voor hem. Toen we tenslotte bij een hek aankwamen,
Lees verder...

Lilith

Lilith is de naam die Lucebert verzon voor zijn muze. Andere schrijvers en dichters gingen hem voor. Hölderlin (1770-1843) noemde zijn muze Diotima. Paul van Ostaijen (1896-1928) schreef een lofdicht op de filmster Asta Nielsen. Nabokov (1899-1977) schreef zijn roman Lolita – waarvan wordt beweerd dat hij de naam oppikte uit de krant toen hij de uitslagen van de paardenraces las, omdat een beroemd renpaard zo heette. Anderen menen dat Lolita een verwijzing is naar het lied ‘Die fesche Lola,’ uit de film Der Blaue Engel (1930), waarin Marlene Dietrich (1901-1992) de hoofdrol speelde. Lucebert, het kan niet anders, dacht bij Lilith ook aan het lied Lili Marleen, gezongen door Marlene Dietrich. Zij zong het in de oorlogsjaren zowel in het Duits als in het Engels. Het lied was populair bij soldaten aan beide fronten. Het lied gaat over een soldaat die hoopt zijn geliefde te zullen zoenen in het licht van een straatlantaarn. In het licht van de lantaarn worden de schaduwen
Lees verder...

Lucepérd

Omkeringen zie je dikwijls in de poëzie van Lucebert (1924-1994) bijvoorbeeld in het beroemde gedicht Visser van ma yan: ‘onder wolken vogels varen / onder golven vliegen vissen / maar daartussen rust de visser // golven worden hoge wolken / wolken worden hoge golven / maar intussen rust de visser.’ Over de waardering van het omslagmoment in dit gedicht zijn de meningen verdeeld. Is de in rust verkerende visser een spil waar de wereld om draait – of is hij juist een speelbal der elementen? De vraag is echter wat zo’n waardering waard is als de betekenis van de vissersvrouw (zij is in dit gedicht overigens niet in beeld) wordt vergeten. In andere gedichten noemt Lucebert haar wel, ze heet: Lilith. Zij is zijn luxepaard, de inspiratiebron voor hemzelf als dichtend werkpaard. Mijn blog ‘Lucepérd’ (spreek uit: lûdsjepeerd) had eigenlijk Kapseizend paard (2) moeten heten omdat ik hier voortborduurt op mijn vorige blog waarin ik de dichtbundel ‘Liederen van een kapseizend paard’,
Lees verder...

Kapseizend paard

Van het chtonische naar het aquatische overstappen, betekent de kunst verstaan het hoofd boven water te houden. Aandacht dient uit te gaan naar zwem- of vaarkunst, opdat ’t spreken niet kopje onder gaat in taal die nergens op slaat. ‘t Water in gaan is een ander element verkennen, is zoeken naar grond onder handen en voeten. Wie die kunst verstaat, baart opzien en zal dankzij de wet van Archimedes het gevoel hebben te vliegen. Wie het niet kan, zal zich spoedig op de zeebodem wanen, zoals tuinder Jacob Meiland in Tonnus Oosterhoffs verhalenbundel Kan niet vernietigd worden (1996). Meiland loopt ’t water in en blijft nog dagen, weken op de zeebodem doorlopen, totdat uiteindelijk de zee zich geheel met hem heeft vereenzelvigd. Wie angst voor water heeft, dient ‘t spiegelende element eerst grondig te verkennen. Het paardige bekijken vanuit aquatisch perspectief heeft per definitie iets oppervlakkigs. Die oppervlakkigheid is van belang om verdrinking te voorkomen. Iemand kan het ook te kwaad krijgen als
Lees verder...

Hoefbevangenheid

Kijk een gegeven paard altijd in de bek. Doe je het niet, dan zet je hem misschien voer voor dat hij niet goed kauwt, met alle gevolgen van dien. Zoals: koliek (hevige buikpijn) en hoefbevangenheid! Bekijk het gegevene dus. En maak geen ophef als dat wat je kreeg tegenvalt. Als je jezelf als gegeven beschouwt, leef je in bescheidenheid. Het gegevene in de bek kijken betekent dat je uit voorzorg aan zelfonderzoek doet (een regelmatig tandartsbezoek helpt ook). Tenzij het kwaad al is geschied. Je staat verkrampt op je benen en weet met jezelf geen raad. Dan is te vrezen dat je lijdt aan hoefbevangenheid. De oorzaak van hoefbevangenheid bij paarden is een doorbloedingsprobleem in de hoef. Dit gaat met hevige pijn gepaard en kan leiden tot onherstelbare schade en invaliditeit. Het ontstaat door hoge concentraties giftige stoffen in het bloed, veroorzaakt door een stoornis in het maag-darmstelsel ten gevolge van verkeerd, of onverteerd voedsel. Door kramp in de buik neemt
Lees verder...

Bossche ode op JZ

    van spraakmakers pallet slingeren niet mis te verstane klodders   verf kletst   op muren ramen deuren monden   tegen schaduwloze taal uit de boom gevallen eenden drijven in blauwe vulliszakken   geen nood, hoera! daar huist ook wolk breuk je navel streng te pronk aan de kraaiende kimme vist hoofdstedelijke o gen op uit diepgezwommen gr88888888   en scheert ze met de al gen krabber   ik schrijft er m’n brieven mee: – ik houd, zij houdt, wij houten echt en hemelsbreed vindt elke brief de weg terug naar eigen nest waar hooggetande steunpilaren in blauw hun afscheid koeren   doet iemand ertoe die met de deur in en verf smijt, af- schraapt, de vracht  bevraagt, zich schuwend afvraagt waar de kwast wiens hand het pallet hoe de duim te bevragen   wie schoot op straten van kinderhoofdjes de pijl af en spreidde haar beenderen   Hjir lykwols zoenen blote voeten knekelgraag een karrenspoor naar ’t zôajn dat aan vallende wijzers gehangen oren betrekt, polsend op handen zijnde bedes   wees dan
Lees verder...