Lugnasad

Hij keerde de sneeuwstorm de rug toe en verliet de studeerkamer. In de refter maakte hij de haard aan en nestelde zich bij het vuur. Hij las een boek en dronk een glas wijn terwijl buiten de wind joelde. Het was al bijna donker toen de deurbel ging. Met een zucht legde hij het boek neer om te kijken wie het was. Hij wilde niet opendoen, maar gezien de weersomstandigheden kon hij iemand niet buiten laten staan. De ijswind sloeg hem in het gezicht toen hij de deur open deed. ‘Waling, ik moet echt met Jeroen spreken.’ Voor hem stond een Eskimo die sprak met de stem van Esther. Hij gebaarde dat ze binnen moest komen. De Eskimo gleed over de drempel en bleef op de deurmat staan. ‘Hoe kom jij hier?’ vroeg hij, nadat hij de wind had buitengesloten. ‘Op de fiets, maar halverwege ben ik gaan lopen… Ik moet Jeroen spreken.’ Hij bracht haar naar de refter en
Lees verder...

De vlucht van Issaschar – eerste deel

1 Ze zette haar saxofoon in de hal neer, waar Lenin vanaf de poster aan de wand over het instrument en over ieders toekomst waakte. Eigenlijk moest ze de hele middag repeteren, maar de concentratie was er niet, haar spel klonk mat. Ze wist hoe dat kwam, ze had de brief nog niet lezen. Op zijn sterfdag las ze altijd de brief. Met een zucht liep ze naar de kast om de brief te pakken, maar in plaats daarvan nam ze het fotoalbum uit de kast met de foto’s van HALTEBANG, zo heette de band. Tien jaar geleden had ze de naam gevonden toen ze lijnen trok tussen de steden waar de leden geboren waren, een lijn van Havanna naar Leningrad en een lijn van Teheran naar Bangkok. De lijnen kruisten elkaar in de stad Groningen. Ze bekeek de foto’s en zag dat haar gezicht elke keer bleek afstak bij de lachende gezichten van de anderen. Joans donkere huid bijvoorbeeld,
Lees verder...

De vlucht van Issaschar – proposal

Tijd en plaats Groningen, najaar 1986 Hoofdpersonen Drie hoofdpersonen: Waling van Geest (42) en zijn zoon Jeroen (19) en Irina Dantsjenko (33). Waling woont met zijn zoon Jeroen in een vervallen klooster. Hij is er geboren toen zijn joodse moeder er ondergedoken zat. Na de oorlog liet ze hem in het klooster achter en ging naar Israël. Waling heeft het klooster geërfd en woont er sinds enkele jaren weer, samen met zijn zoon Jeroen die muzikant wil worden. Waling is in de ban van oude Keltische munten die hij in het klooster vond en waarvan hij de afbeeldingen ontcijfert. Jeroen heeft twee passies, zijn duiven en de saxofoon. Hij laat zijn duiven lange afstanden vliegen en ze komen steeds bij hem terug (de titel De Vlucht van Issaschar verwijst hiernaar). Zijn moeder kwam om bij een verkeersongeluk, waarna Jeroen bij zijn vader is gaan wonen. Hij meent dat het ongeval geen toeval was en dat zijn moeder zelfmoord pleegde. In het
Lees verder...

Lilith

Lilith is de naam die Lucebert verzon voor zijn muze. Andere schrijvers en dichters gingen hem voor. Hölderlin (1770-1843) noemde zijn muze Diotima. Paul van Ostaijen (1896-1928) schreef een lofdicht op de filmster Asta Nielsen. Nabokov (1899-1977) schreef zijn roman Lolita – waarvan wordt beweerd dat hij de naam oppikte uit de krant toen hij de uitslagen van de paardenraces las, omdat een beroemd renpaard zo heette. Anderen menen dat Lolita een verwijzing is naar het lied ‘Die fesche Lola,’ uit de film Der Blaue Engel (1930), waarin Marlene Dietrich (1901-1992) de hoofdrol speelde. Lucebert, het kan niet anders, dacht bij Lilith ook aan het lied Lili Marleen, gezongen door Marlene Dietrich. Zij zong het in de oorlogsjaren zowel in het Duits als in het Engels. Het lied was populair bij soldaten aan beide fronten. Het lied gaat over een soldaat die hoopt zijn geliefde te zullen zoenen in het licht van een straatlantaarn. In het licht van de lantaarn worden de schaduwen
Lees verder...

Lucepérd

Omkeringen zie je dikwijls in de poëzie van Lucebert (1924-1994) bijvoorbeeld in het beroemde gedicht Visser van ma yan: ‘onder wolken vogels varen / onder golven vliegen vissen / maar daartussen rust de visser // golven worden hoge wolken / wolken worden hoge golven / maar intussen rust de visser.’ Over de waardering van het omslagmoment in dit gedicht zijn de meningen verdeeld. Is de in rust verkerende visser een spil waar de wereld om draait – of is hij juist een speelbal der elementen? De vraag is echter wat zo’n waardering waard is als de betekenis van de vissersvrouw (zij is in dit gedicht overigens niet in beeld) wordt vergeten. In andere gedichten noemt Lucebert haar wel, ze heet: Lilith. Zij is zijn luxepaard, de inspiratiebron voor hemzelf als dichtend werkpaard. Mijn blog ‘Lucepérd’ (spreek uit: lûdsjepeerd) had eigenlijk Kapseizend paard (2) moeten heten omdat ik hier voortborduurt op mijn vorige blog waarin ik de dichtbundel ‘Liederen van een kapseizend paard’,
Lees verder...

Kapseizend paard

Van het chtonische naar het aquatische overstappen, betekent de kunst verstaan het hoofd boven water te houden. Aandacht dient uit te gaan naar zwem- of vaarkunst, opdat ’t spreken niet kopje onder gaat in taal die nergens op slaat. ‘t Water in gaan is een ander element verkennen, is zoeken naar grond onder handen en voeten. Wie die kunst verstaat, baart opzien en zal dankzij de wet van Archimedes het gevoel hebben te vliegen. Wie het niet kan, zal zich spoedig op de zeebodem wanen, zoals tuinder Jacob Meiland in Tonnus Oosterhoffs verhalenbundel Kan niet vernietigd worden (1996). Meiland loopt ’t water in en blijft nog dagen, weken op de zeebodem doorlopen, totdat uiteindelijk de zee zich geheel met hem heeft vereenzelvigd. Wie angst voor water heeft, dient ‘t spiegelende element eerst grondig te verkennen. Het paardige bekijken vanuit aquatisch perspectief heeft per definitie iets oppervlakkigs. Die oppervlakkigheid is van belang om verdrinking te voorkomen. Iemand kan het ook te kwaad krijgen als
Lees verder...

Hoefbevangenheid

Kijk een gegeven paard altijd in de bek. Doe je het niet, dan zet je hem misschien voer voor dat hij niet goed kauwt, met alle gevolgen van dien. Zoals: koliek (hevige buikpijn) en hoefbevangenheid! Bekijk het gegevene dus. En maak geen ophef als dat wat je kreeg tegenvalt. Als je jezelf als gegeven beschouwt, leef je in bescheidenheid. Het gegevene in de bek kijken betekent dat je uit voorzorg aan zelfonderzoek doet (een regelmatig tandartsbezoek helpt ook). Tenzij het kwaad al is geschied. Je staat verkrampt op je benen en weet met jezelf geen raad. Dan is te vrezen dat je lijdt aan hoefbevangenheid. De oorzaak van hoefbevangenheid bij paarden is een doorbloedingsprobleem in de hoef. Dit gaat met hevige pijn gepaard en kan leiden tot onherstelbare schade en invaliditeit. Het ontstaat door hoge concentraties giftige stoffen in het bloed, veroorzaakt door een stoornis in het maag-darmstelsel ten gevolge van verkeerd, of onverteerd voedsel. Door kramp in de buik neemt
Lees verder...