-athene-musea-04

Lugnasad

Hij keerde de sneeuwstorm de rug toe en verliet de studeerkamer. In de refter maakte hij de haard aan en nestelde zich bij het vuur. Hij las een boek en dronk een glas wijn terwijl buiten de wind joelde. Het was al bijna donker toen de deurbel ging. Met een zucht legde hij het boek neer om te kijken wie het was. Hij wilde niet opendoen, maar gezien de weersomstandigheden kon hij iemand niet buiten laten staan. De ijswind sloeg hem in het gezicht toen hij de deur open deed. ‘Waling, ik moet echt met Jeroen spreken.’ Voor hem stond een Eskimo die sprak met de stem van Esther. Hij gebaarde dat ze binnen moest komen. De Eskimo gleed over de drempel en bleef op de deurmat staan. ‘Hoe kom jij hier?’ vroeg hij, nadat hij de wind had buitengesloten. ‘Op de fiets, maar halverwege ben ik gaan lopen… Ik moet Jeroen spreken.’ Hij bracht haar naar de refter en
Lees verder...

Magritte_6667_small_large@2x

De vlucht van Issaschar – eerste deel

1 Ze zette haar saxofoon in de hal neer, waar Lenin vanaf de poster aan de wand over het instrument en over ieders toekomst waakte. Eigenlijk moest ze de hele middag repeteren, maar de concentratie was er niet, haar spel klonk mat. Ze wist hoe dat kwam, ze had de brief nog niet lezen. Op zijn sterfdag las ze altijd de brief. Met een zucht liep ze naar de kast om de brief te pakken, maar in plaats daarvan nam ze het fotoalbum uit de kast met de foto’s van HALTEBANG, zo heette de band. Tien jaar geleden had ze de naam gevonden toen ze lijnen trok tussen de steden waar de leden geboren waren, een lijn van Havanna naar Leningrad en een lijn van Teheran naar Bangkok. De lijnen kruisten elkaar in de stad Groningen. Ze bekeek de foto’s en zag dat haar gezicht elke keer bleek afstak bij de lachende gezichten van de anderen. Joans donkere huid bijvoorbeeld,
Lees verder...

ScreenHunter_650 Jan. 26 12.42

De vlucht van Issaschar – proposal

Tijd en plaats In 1986 ontplofte in Tsjernobyl een kerncentrale en in de VS explodeerde de spaceshuttle Challenger. De drie hoofdpersonen ontmoeten elkaar in dit jaar in een oud klooster in Groningen. Hoofdpersonen De 3 hoofdpersonen zijn: Waling van Geest (42) en zijn zoon Jeroen (19) en Irina Dantsjenko (33). Waling woont met zijn zoon Jeroen in het klooster, hij is er geboren toen zijn joodse moeder er ondergedoken zat. Na de oorlog is zij naar Israël gegaan en liet hem achter. Sinds enkele jaren woont Waling er weer, samen met Jeroen die hij jarenlang niet heeft gezien. Sinds hij terug is, is hij in de ban van oude Keltische munten die hij heeft gevonden en waarvan hij de afbeeldingen ontcijfert. Jeroen wil muzikant worden en is dol op zijn postduiven, hij laat ze lange afstanden vliegen en ze komen steeds bij hem terug. Sinds zijn moeder is verongelukt, woont hij bij zijn vader, Jeroen meent dat zijn moeder niet zomaar
Lees verder...

screenhunter_426-sep-16-17-29

Lilith

Lilith is de naam die Lucebert verzon voor zijn muze. Andere schrijvers en dichters gingen hem voor. Hölderlin (1770-1843) noemde zijn muze Diotima. Paul van Ostaijen (1896-1928) schreef een lofdicht op de filmster Asta Nielsen. Nabokov (1899-1977) schreef zijn roman Lolita – waarvan wordt beweerd dat hij de naam oppikte uit de krant toen hij de uitslagen van de paardenraces las, omdat een beroemd renpaard zo heette. Anderen menen dat Lolita een verwijzing is naar het lied ‘Die fesche Lola,’ uit de film Der Blaue Engel (1930), waarin Marlene Dietrich (1901-1992) de hoofdrol speelde. Lucebert, het kan niet anders, dacht bij Lilith ook aan het lied Lili Marleen, gezongen door Marlene Dietrich. Zij zong het in de oorlogsjaren zowel in het Duits als in het Engels. Het lied was populair bij soldaten aan beide fronten. Het lied gaat over een soldaat die hoopt zijn geliefde te zullen zoenen in het licht van een straatlantaarn. In het licht van de lantaarn worden de schaduwen
Lees verder...

screenhunter_382-aug-24-21-06

Lucepérd

Omkeringen zie je dikwijls in de poëzie van Lucebert (1924-1994) bijvoorbeeld in het beroemde gedicht Visser van ma yan: ‘onder wolken vogels varen / onder golven vliegen vissen / maar daartussen rust de visser // golven worden hoge wolken / wolken worden hoge golven / maar intussen rust de visser.’ Over de waardering van het omslagmoment in dit gedicht zijn de meningen verdeeld. Is de in rust verkerende visser een spil waar de wereld om draait – of is hij juist een speelbal der elementen? De vraag is echter wat zo’n waardering waard is als de betekenis van de vissersvrouw (zij is in dit gedicht overigens niet in beeld) wordt vergeten. In andere gedichten noemt Lucebert haar wel, ze heet: Lilith. Zij is zijn luxepaard, de inspiratiebron voor hemzelf als dichtend werkpaard. Mijn blog ‘Lucepérd’ (spreek uit: lûdsjepeerd) had eigenlijk Kapseizend paard (2) moeten heten omdat ik hier voortborduurt op mijn vorige blog waarin ik de dichtbundel ‘Liederen van een kapseizend paard’,
Lees verder...

screenhunter_416-sep-07-13-52

Kapseizend paard

Van het chtonische naar het aquatische overstappen, betekent de kunst verstaan het hoofd boven water te houden. Aandacht dient uit te gaan naar zwem- of vaarkunst, opdat ’t spreken niet kopje onder gaat in taal die nergens op slaat. ‘t Water in gaan is een ander element verkennen, is zoeken naar grond onder handen en voeten. Wie die kunst verstaat, baart opzien en zal dankzij de wet van Archimedes het gevoel hebben te vliegen. Wie het niet kan, zal zich spoedig op de zeebodem wanen, zoals tuinder Jacob Meiland in Tonnus Oosterhoffs verhalenbundel Kan niet vernietigd worden (1996). Meiland loopt ’t water in en blijft nog dagen, weken op de zeebodem doorlopen, totdat uiteindelijk de zee zich geheel met hem heeft vereenzelvigd. Wie angst voor water heeft, dient ‘t spiegelende element eerst grondig te verkennen. Het paardige bekijken vanuit aquatisch perspectief heeft per definitie iets oppervlakkigs. Die oppervlakkigheid is van belang om verdrinking te voorkomen. Iemand kan het ook te kwaad krijgen als
Lees verder...

ScreenHunter_290 Jun. 12 12.06

Hoefbevangenheid

Wie nalaat een gegeven paard in de bek te kijken, loopt een gevaar. Hij kan het paard dan per ongeluk voer voorzetten dat niet goed wordt gekauwd, met alle gevolgen van dien: koliek (hevige buikpijn) en hoefbevangenheid. Natuurlijk bekijkt iemand het gegevene wel. En het is een goede gewoonte om, als het wat tegenvalt, hiervan geen ophef te maken. Doorgaans ervaar ik mijn leven niet als iets dat ik helemaal aan mezelf te danken heb, maar vooral als iets dat is verkregen en dat ik met anderen deel. Wie zichzelf als gegeven beschouwt, kijkt in bescheidenheid. Echter, wie te kijken nalaat, loopt risico’s. Het gegeven paard wel in de bek kijken wil zeggen: het vanzelfsprekende negeren en overgaan tot zelfonderzoek – niet bij voorbaat uit ontevredenheid, maar uit nieuwsgierigheid en uit voorzorg. Tenzij het kwaad al is geschied en je verkrampt op je benen staat en je geen raad weet met jezelf – dan is er, paards gesproken, te vrezen
Lees verder...

de-kruisdraging-zoom-1-BW06

Bossche ode op JZ

    van spraakmakers pallet slingert een niet mis te verstane klodder vette   verf kletst   tegen muren ramen deuren monden binnenstebuiten gekeerd   tegen schaduwloze taal uit de boom gevallen eenden achterna gevlogen weggedreven in blauwe vulliszakken – alle onderweg naar een vijver die vuur slurpt   geen nood want hoera! daar huist ook Al lehr wolk breuk je navel streng te pronk aan de kraaiende kimme vist hij o gen uit opgezwollen gezichten op als uit diepgezwommen gr88888888 en scheert ze met zijn All gen krabber   ook schrijft hij zijn brieven er mee: – Ik houd van zij Houdt van hij houdt Van – echt er elke brief vindt hemelsbreed de weg terug naar eigen nest waar hooggetande steunpilaren eeuwig oudblauw afscheid koeren   dus wat doet dan zo  ’n iemand ertoe die met de deur smijt de verf afschraapt, de vracht  bevraagt, zich schuwend afvraagt waar de kwast wiens hand het pallet, hoe onder de duim vragen zich roeren:   wie schoot de pijl af – wie? spreidde haar beenderen op een straat van stenen kinderhoofdjes   mij
Lees verder...

Fishing-net

Stenen verdrinken niet

Paul Celan, pseudoniem voor Paul Antschel (1920-1970) wordt gerekend tot de belangrijkste dichters van de tweede helft van de twintigste eeuw. Zijn gedichten zijn vaak moeilijk te doorgronden, hij verwerkte er zijn ervaringen in van de Holocaust. Een beroemde zin uit het gedicht Todesfuge luidt: ‘Der Tot ist ein Meister aus Deutschland.’ In dat gedicht herdenkt hij zijn moeder die in een kamp werd vermoord. Celan heeft eens gezegd dat het gedicht bedoeld was als een graf voor haar. Er zijn interpretatoren die Celans oeuvre beschouwen als ‘herdenkingspoëzie’. Zijn gedichten zouden uitsluitend gaan over het drama van de moord op miljoenen joden. Maar als poëzie enkel een middel is om terug te kijken, is het dan niet zijn ziel kwijt? Onderstaand fragment komt uit de bundel Atemwende (Ademkeer) uit 1967. De vertaling is van Ton Naaijkens (2003).   IN DEN FLÜSSEN nördlich der Zukunft werf ich das Netz aus, das du zögernd beschwerst mit von Steinen geschriebenen Schatten.   IN
Lees verder...