Zielig of bezield – een nieuwe lente (5)

Iemand houdt van de lente, of krijgt last van een voorjaarsdepressie. Ik neigde zelf tot het laatste. Een warme voorjaarsdag gaf me dikwijls valse hoop, de lente vond ik een verraderlijk jaargetijde. Maar sinds ik eigenaar ben van een volkstuin, zit ik jaarlijks op mijn knieën naar de grond te turen om te zien of de tuinbonen en kapucijners al doorbreken. Ze kunnen goed tegen de nachtvorst. Een week sneeuw in maart deert ze niet. De plantenbakken op mijn balkon vul ik vroeg in maart met viooltjes. Zij kunnen ook goed tegen de vorst, in tegenstelling tot de hanggeraniums die ik pas in juni plant. Of Jeroen Bosch ooit knielde op een bed violen, waag ik te betwijfelen. Volgens mij hield hij niet van bloemen, hij schildert ze nergens, behalve in De tuin der lusten – als symbolen van schone schijn en obsceniteit. Mogelijk was zijn reactie op de lente net als die van O. Den Beste (Wim de Bie).
Lees verder...

© Marjan Teeuwen

Een hand in de brievenbus, Kellendonklezing 2015

Het bijwonen van de Kellendonklezing, afgelopen maandag 23 februari, was een belevenis. Het onderwerp was: Engagement, taal en verbeelding. De openingszin van Maarten Asscher was om te lachen, hij citeerde een zin uit de brief van voormalig premier Balkenende, gericht aan Harry Mulisch. In de brief riep de politicus alle Nederlandse schrijvers op om een moreel standpunt in te nemen. Want dat was hoog tijd, gezien de belabberde staat waarin de Europese politiek in dat (morele) opzicht verkeerde. Om eerlijk te zijn, ergens begrijp ik zo’n curieuze actie van Balkenende wel. De vraag is alleen of hij, vanuit zijn politieke ambacht en christelijke perspectief het werk van alle Nederlandse schrijvers wel kende en zo ja, of hij vanuit zijn christelijk-politieke bedrijf wel snapte wat ze schreven. Blijkbaar niet, concludeerde Asscher, want dan had hij die brief aan Mulisch niet geschreven. Toch was ik het niet helemaal eens met Asscher. Want is de situatie niet ook zo dat uitgeverijen zich steeds
Lees verder...

Zielig of bezield – op expeditie (2)

Het schilderij van Bosch dat ik onlangs op het internet tegenkwam, kende ik al. De eerste keer dat ik het zag, dertig jaar geleden, was toen ik met een kameraad  aan het winkelen was in Hoog Catharijne. Ik zag de poster in een etalage liggen en wist meteen: die wil ik. Eigenlijk had ik het schilderij jaren daarvoor al eens gezien in een aflevering van de tv-jeugdserie Floris, waarin het schilderij uit de handen van Grutte Pier wordt gered. De poster verhuisde mee, van de ene naar de andere studentenkamer, totdat hij tenslotte in de prullenbak belandde omdat ik mijn vertrouwen in de schilder verloren had. Tijdens mijn studie las ik de filosoof Nietzsche en daarna had ik geen vertrouwen meer in religieuze kunst. Zijn filosofische analyse leidde er toe dat ik geen idee had hoe er van de christelijke traditie iets goeds te maken was. Ik studeerde nota bene theologie, een studie waar ik uit interesse aan was begonnen,
Lees verder...

Zielig of bezield – terrorisme (1)

De betekenis van de ziel lijkt in het maatschappelijk debat te zijn verdwenen. Het woord bestaat nog wel in de taal, maar waart erin rond als een spook. Sporadisch doet een politicus wel eens een poging om te bezielen, maar succesvol is dat niet, zo sloeg voormalig premier Balkenende eens een raar figuur toen hij Nederlanders opriep tot een VOC-mentaliteit. In die tijd verscheen ook het essay Adel van de Geest (2009) van Rob Riemen die waarschuwde dat in een gepolitiseerde wereld moralisten de dienst uitmaken ten koste van de vrijheid van de cultuur. Hij riep in zijn boek de lezers op zich om hun ziel te bekommeren. Zijn oproep kwam echter zelf eerder moraliserend dan bezielend over. Wel bracht hij voor het voetlicht dat er in het huidige maatschappelijk bestel weinig animo of ontvankelijkheid is voor een adel van de geest. Toen kwam cultuurfilosoof Peter Sloterdijk op een zondagochtend op bezoek in het boekenprogramma van Wim Brands. Sloterdijk werd
Lees verder...

Poetin over de knie van Margarita

Boelgakovs roman De Meester en Margarita is hèt medicijn tegen Poetinisme. Geschreven in 1940, is het nu weer actueel omdat hij laat zien dat een leider zonder juiste vrouw het niet redt. Waarschijnlijk las Poetin de roman niet, of hij begreep de humor van de hoofdpersoon Woland, zoals de Duivel in het boek heet, verkeerd. Michail Boelgakov (1891-1940) maakte de publicatie zelf niet meer mee. Het boek kwam in 1967 uit, zevenentwintig jaar na zijn dood. Het verhaal is een schitterende satire op het culturele leven in Stalins Sovjetunie. Boelgakov voert tevens een levensechte Jezus Christus ten tonele. Het verschijnen van de roman in 1967 werd als een teken van culturele liberalisering opgevat. De schrijver die zijn leven lang gedwarsboomd werd door de stalinistische censuur, geldt nu in Rusland als een van de grootste moderne schrijvers. In Rusland is het een cultboek, in Nederland is het ook bekend, mede dankzij de informatieve website waarop alle informatie over het boek is
Lees verder...

Sinterklaas is nog niet jarig

Sinterklaas is nog niet jarig

Onze goedheiligman bevindt zich nog op volle zee, maar de zwartepietendiscussie is al met zo’n heftigheid losgebarsten dat het lijkt alsof iedereen nog in Sinterklaas gelooft. Ik geloof niet meer in Sinterklaas, al kan ik me heel goed verplaatsen in de hoofdpersoon van een kort verhaal van Vonne van der Meer in Nachtgoed (1993). Het verhaal (Het zingen, het water, de peen), gaat over een jongen die zo verknocht is aan het ritueel van het zetten van de schoen, dat hij in Sinterklaas blijft geloven, ook als volwassen man. Zijn moeder doet haar best hem te begrijpen, maar kan dat niet. Frans Kellendonk (1951-1990) heeft zowaar geprobeerd om na de dood van god het katholieke geloof nieuw leven in te blazen, door net te doen alsof god wel bestaat. Een soort Sinterklaas als het ware. Hoe hij zich dat geloof voorstelde, schreef hij in De veren van de Zwaan en in Geschilderd eten. De ophef over de zwarte pieten heeft
Lees verder...