The art of Horsemanship

Ergens in de geschiedenis ging het faliekant mis, en de plaats des onheils was niet het paradijs. Dankzij Homerus weten we dat het gebeurde bij de stad Troje. Of daarvoor al, want prehistorische grotschilderingen verwijzen naar het eerste begin ruim 30.000 jaar geleden. Opgravingen brachten aan het licht dat de domesticatie van paarden 5000 jaar voor de jaartelling al plaats had. In het tweede millennium zorgde het zes spakige wiel met ijzerbeslag voor een revolutie, strijdwagens met paarden ervoor verschenen op het wereldtoneel. Mens en paard toonden in vliegende vaart hun kunsten, maar ook verdween toen het geloof in het paardige. Hoe? Hoor. De kunstenaar Maurizio Cattelan zette in de zomer van 2003 op de dakrand van het Kölner Museum een jongetje neer. In de ronde vorm van het dak is gemakkelijk een paard te herkennen. ‘t Joch zat er vier maanden lang non stop te trommelen. Hij verwijst naar de figuur Oskar uit de roman Die Blechtrommel, van Günter Grass (1927-2015). De
Lees verder...

Brexit and Black Beauty

De Europese toekomst na de Brexit is onzeker. Wel weten we dat de Engelse meerderheid het paard verkoos boven de Euro. Een verrassende keuze, maar we hadden het ook kunnen weten. De Britten wedden graag en ze weten als geen ander dat wie op het juiste paard wedt, verstand van kansberekening heeft én van paarden. Deze week kopte het nieuws: ‘Italiaanse banken hebben te maken met honderden miljarden aan slechte leningen.’ Die leningen deren de Britten niet meer, ze hebben goed gegokt. Maar het Engelse Pond staat er helemaal niet rooskleurig voor, dus zit de kick ‘m blijkbaar niet in het gokken, maar in de band met ‘t paard. Culturele icoon Gina M. Dorré legt in haar ‘Victorian Fiction and the Cult of the Horse’ (2006) de Engelse ziel bloot. Ze ontdekt dat het paard dè culturele icoon is in de bloeiperiode van de Britse geschiedenis. In kunst en literatuur dient het paard als medium om de maatschappelijke situatie tot
Lees verder...

Naar het innerlijk – over de humor van Wim T. Schippers

Kunstenaar Wim T. Schippers leverde in 1997 een bijdrage aan het project Panorama 2000 – kunst rondom de Domtoren in Utrecht. Zijn idee was om pal naast de Domtoren een 112 meter diep gat (overeenkomstig de hoogte van de toren) te graven. Schippers: ‘De Negatieve Domtoren boort door alle aardlagen en trotseert het grondwater. De bezoeker kan afdalen en zo de historie en de archeologie van Utrecht ter plekke bestuderen.’ Het idee werd om praktische redenen niet uitgevoerd, maar in 2005 kwam stichting Initiatief Domplein met een plan: het toegankelijk maken van de historische grond onder de Dom. De bezoeker van DOMunder kan nu kennismaken met een dwarsdoorsnede van 20 eeuwen geschiedenis, 5 meter onder de grond. Hoe kwam Schippers op het idee van een 112 meter diep gat naast de Domtoren? Het kan niet anders of hij las in zijn jeugd Naar het middelpunt der aarde (1866) van Jules Verne. Jules Vernes verhaal gaat over een expeditie van drie man naar
Lees verder...

Toets der kritiek

Wie tot de kern van een zaak wil doordringen, doet er goed aan vooraf een inschatting te maken van het te behalen resultaat. Het is nooit de kern die het resultaat bepaalt, het zijn de omstandigheden die het ‘m doen. Want hoezo, de kern? Het maakt verschil of je naar de kern wilt tijdens het slijpen van een diamant, of bij het pellen van een ui. Of terwijl je met iemand praat over koetjes en kalfjes, of over het paardige. Doet de kern dan niet ter zake? Zeker wel, waar zouden we anders in willen doordringen? Iets in de kern raken, betekent gebruik maken van een wil die doorgrondt – en dat is een uitgesproken aardse wil. Naast deze ene wil zijn er nog drie andere te noemen: een wil die verluchtigt, één die verdiept en één die aanvuurt (lucht, water, vuur). Ze leiden naar andere doelen. Hoe nu ontstaat de wil die doorgrondt? Ik denk dat het een erfelijke
Lees verder...

Hoefbevangenheid

Wie nalaat een gegeven paard in de bek te kijken, loopt een gevaar. Hij kan het paard dan per ongeluk voer voorzetten dat niet goed wordt gekauwd, met alle gevolgen van dien: koliek (hevige buikpijn) en hoefbevangenheid. Natuurlijk bekijkt iemand het gegevene wel. En het is een goede gewoonte om, als het wat tegenvalt, hiervan geen ophef te maken. Doorgaans ervaar ik mijn leven niet als iets dat ik helemaal aan mezelf te danken heb, maar vooral als iets dat is verkregen en dat ik met anderen deel. Wie zichzelf als gegeven beschouwt, kijkt in bescheidenheid. Echter, wie te kijken nalaat, loopt risico’s. Het gegeven paard wel in de bek kijken wil zeggen: het vanzelfsprekende negeren en overgaan tot zelfonderzoek – niet bij voorbaat uit ontevredenheid, maar uit nieuwsgierigheid en uit voorzorg. Tenzij het kwaad al is geschied en je verkrampt op je benen staat en je geen raad weet met jezelf – dan is er, paards gesproken, te vrezen
Lees verder...

Het Paardige

Paarden, of ik daar niet eens iets over wilde schrijven, vroeg ze me. Ik schudde het hoofd, want ik heb niks met paarden. Ze zijn me te groot, ik vind ze eng. Onnozel ook, omdat (als ik paard was) ik me niet liet commanderen door iemand die niet op zijn eigen benen wil staan. Mij is de ezel liever vanwege zijn koppige karakter. Paarden zijn slaafs. Rudy Kousbroek (1929-2010) zegt het in Opgespoorde wonderen (2010) zo: ‘Zo wordt de wanhoop vertegenwoordigd door het paard, maar de humor, de weerstand en de opstandigheid door de ezel. Daarom is dit het dier dat wij de grootste dankbaarheid zijn verschuldigd.’ Liever de ezel dus. De ezel-humor is ook te vinden in de oude Joodse literatuur (Bijbel). Het paard wordt er met gezond wantrouwen bejegend, maar de ezel geniet het volle vertrouwen. Dat was omdat het paard een statussymbool was en omdat paarden nodig waren in een oorlog. In Psalm 32:9 staat te lezen:
Lees verder...

De versierde boom

Hel☧, dacht ik na ’t lezen van het nieuwste boek van filosoof Peter Sloterdijk. Ik volg hem al 20 jaar en weet dat hij de Westerse cultuur kritisch tegen het licht houdt. De laatste tijd merk ik dat de stemming in zijn boeken er niet beter op wordt. Zijn laatste boek ‘De verschrikkelijke kinderen van de nieuwe tijd,’ slaat echt alles. Niet eerder las ik van hem zo’n deprimerend boek. 1 INTRODUCTIE Rode draad in zijn boek is de gedachte dat de generatiewisselingen de zwakke schakels zijn van een cultuur. Elke volgende generatie maakt zich de cultuur weer eigen, of doet dat niet, of verzet zich er tegen. Sloterdijk wil aandacht voor de houding van verzet die zijns inziens kenmerkend is voor het Westen. Vanaf 1400 tot 2000 zijn er ongeveer 20 generatiewisselingen geweest. Twintig keer heeft er een wisseling plaatsgevonden van een vader op een zoon. Hoe verliepen die wisselingen en waartoe hebben ze geleid? ‘We bevinden ons in een vliegtuig
Lees verder...

Bossche ode op JZ

    van spraakmakers pallet slingeren niet mis te verstane klodders   verf kletst   op muren ramen deuren monden   tegen schaduwloze taal uit de boom gevallen eenden drijven in blauwe vulliszakken   geen nood, hoera! daar huist ook wolk breuk je navel streng te pronk aan de kraaiende kimme vist hoofdstedelijke o gen op uit diepgezwommen gr88888888   en scheert ze met de al gen krabber   ik schrijft er m’n brieven mee: – ik houd, zij houdt, wij houten echt en hemelsbreed vindt elke brief de weg terug naar eigen nest waar hooggetande steunpilaren in blauw hun afscheid koeren   doet iemand ertoe die met de deur in en verf smijt, af- schraapt, de vracht  bevraagt, zich schuwend afvraagt waar de kwast wiens hand het pallet hoe de duim te bevragen   wie schoot op straten van kinderhoofdjes de pijl af en spreidde haar beenderen   Hjir lykwols zoenen blote voeten knekelgraag een karrenspoor naar ’t zôajn dat aan vallende wijzers gehangen oren betrekt, polsend op handen zijnde bedes   wees dan
Lees verder...

Stenen verdrinken niet

Paul Celan, pseudoniem voor Paul Antschel (1920-1970) wordt gerekend tot de belangrijkste dichters van de tweede helft van de twintigste eeuw. Zijn gedichten zijn vaak moeilijk te doorgronden, hij verwerkte er zijn ervaringen in van de Holocaust. Een beroemde zin uit het gedicht Todesfuge luidt: ‘Der Tot ist ein Meister aus Deutschland.’ In dat gedicht herdenkt hij zijn moeder die in een kamp werd vermoord. Celan heeft eens gezegd dat het gedicht bedoeld was als een graf voor haar. Er zijn interpretatoren die Celans oeuvre beschouwen als ‘herdenkingspoëzie’. Zijn gedichten zouden uitsluitend gaan over het drama van de moord op miljoenen joden. Maar als poëzie enkel een middel is om terug te kijken, is het dan niet zijn ziel kwijt? Onderstaand fragment komt uit de bundel Atemwende (Ademkeer) uit 1967. De vertaling is van Ton Naaijkens (2003).   IN DEN FLÜSSEN nördlich der Zukunft werf ich das Netz aus, das du zögernd beschwerst mit von Steinen geschriebenen Schatten.   IN
Lees verder...

Nigger, are you crasy?

Velen hoopten dat de kwestie van het ras zou zijn beslecht met Obama als president. Sinds de geweldsuitbarstingen in de zomer van 2014 is duidelijk dat die hoop niet gegrond is. Hoe verwoord je racisme? Hierover stond 31 juli een artikel in de NRC, met de kop: ‘Nigger are you crasy?’ In het stuk gaf Guus Valk een heldere analyse van de rassenproblematiek in de VS. Aan de hand van recent verschenen romans wierp hij licht op hoe verschillend je het woord ‘ras’ kunt bezien. Maar The Washington Post kreeg lucht van de kop en maakte er korte metten mee. De toon was ongeveer als volgt: Wat verbeelden Nederlanders zich eigenlijk? Zomaar dat N-woord gebruiken in de krant? Ze mogen hun mond wel eens houden en de hand in eigen boezem steken. Zelf discrimeren ze er lustig op los met hun Black Peter en Sinterklaas. De toon is gezet. Mede door The Washington Post begint de zwartepietendiscussie deze zomer al.
Lees verder...