Magritte_6667_small_large@2x

De vlucht van Issaschar – eerste deel

1 Ze zette haar saxofoon in de hal neer, waar Lenin vanaf de poster aan de wand over het instrument en over ieders toekomst waakte. Eigenlijk moest ze de hele middag repeteren, maar de concentratie was er niet, haar spel klonk mat. Ze wist hoe dat kwam, ze had de brief nog niet lezen. Op zijn sterfdag las ze altijd de brief. Met een zucht liep ze naar de kast om de brief te pakken, maar in plaats daarvan nam ze het fotoalbum uit de kast met de foto’s van HALTEBANG, zo heette de band. Tien jaar geleden had ze de naam gevonden toen ze lijnen trok tussen de steden waar de leden geboren waren, een lijn van Havanna naar Leningrad en een lijn van Teheran naar Bangkok. De lijnen kruisten elkaar in de stad Groningen. Ze bekeek de foto’s en zag dat haar gezicht elke keer bleek afstak bij de lachende gezichten van de anderen. Joans donkere huid bijvoorbeeld,
Lees verder...

schrijvenopwater

Zielig of bezield – Bosch’ ware ik (6)

Ik droomde vannacht dat ik Jeroen Bosch was. Niemand begreep mijn schilderijen en dat maakte me woedend. Wakker geworden, wist ik weer dat ik helemaal niet tekenen, laat staan schilderen kan, ik zou nooit Jeroen Bosch kunnen zijn. Vanwaar dan zo’n droom? Omdat zijn werk me intrigeert en Bosch’ ware ik niet bestaat zonder het mijne. Ik probeer hem te begrijpen en dat begrijpen vat ik liefst letterlijk op: als een mentaal gejudo. Met een mooie worp wil ik hem de lucht in – en in een houdgreep krijgen. Een spiegelgevecht is het, waarbij ik voor zijn schilderijen gekke bekken trek. Ik speel een taalspel met schijnbewegingen die minstens zo interessant zijn als de krachtmeting zelf. In het echt had ik Bosch natuurlijk nooit de mat op gekregen. Wel hadden we een boom kunnen opzetten over Jacobs worsteling te Pniël en we hadden vast gelachen om moeder Rebecca die, via haar zoon, haar blinde man Izaäk voor het lapje hield.
Lees verder...