weizsacker

Het Paardige

Paarden, of ik daar niet eens iets over wilde schrijven, vroeg ze me. Ik schudde het hoofd, want ik heb niks met paarden. Ze zijn me te groot, ik vind ze eng. Onnozel ook, omdat (als ik paard was) ik me niet liet commanderen door iemand die niet op zijn eigen benen wil staan. Mij is de ezel liever vanwege zijn koppige karakter. Paarden zijn slaafs. Rudy Kousbroek (1929-2010) zegt het in Opgespoorde wonderen (2010) zo: ‘Zo wordt de wanhoop vertegenwoordigd door het paard, maar de humor, de weerstand en de opstandigheid door de ezel. Daarom is dit het dier dat wij de grootste dankbaarheid zijn verschuldigd.’ Liever de ezel dus. De ezel-humor is ook te vinden in de oude Joodse literatuur (Bijbel). Het paard wordt er met gezond wantrouwen bejegend, maar de ezel geniet het volle vertrouwen. Dat was omdat het paard een statussymbool was en omdat paarden nodig waren in een oorlog. In Psalm 32:9 staat te lezen:
Lees verder...

Fishing-net

Stenen verdrinken niet

Paul Celan, pseudoniem voor Paul Antschel (1920-1970) wordt gerekend tot de belangrijkste dichters van de tweede helft van de twintigste eeuw. Zijn gedichten zijn vaak moeilijk te doorgronden, hij verwerkte er zijn ervaringen in van de Holocaust. Een beroemde zin uit het gedicht Todesfuge luidt: ‘Der Tot ist ein Meister aus Deutschland.’ In dat gedicht herdenkt hij zijn moeder die in een kamp werd vermoord. Celan heeft eens gezegd dat het gedicht bedoeld was als een graf voor haar. Er zijn interpretatoren die Celans oeuvre beschouwen als ‘herdenkingspoëzie’. Zijn gedichten zouden uitsluitend gaan over het drama van de moord op miljoenen joden. Maar als poëzie enkel een middel is om terug te kijken, is het dan niet zijn ziel kwijt? Onderstaand fragment komt uit de bundel Atemwende (Ademkeer) uit 1967. De vertaling is van Ton Naaijkens (2003).   IN DEN FLÜSSEN nördlich der Zukunft werf ich das Netz aus, das du zögernd beschwerst mit von Steinen geschriebenen Schatten.   IN
Lees verder...

SchoenenvGoghbeide

Waarheid in een schoen

Tijdens een kanotocht over het Paterswoldsemeer had ik m’n schoenen uitgedaan en op de punt van de boot gezet. De week daarop schreef ik er een gedicht over. Toen wist ik niet dat die schoenen sprekend leken op het paar dat Van Gogh eens schilderde. Nu weet ik dat wel, en ook dat de filosoof Heidegger iets over die schoenen zegt in De oorsprong van het kunstwerk, een college uit 1936. Aan de hand van dat schilderij legt hij uit wat ware kunst is. Zijn visie op kunst heeft mij geholpen om mijn eigen gedicht beter te leren begrijpen, ik kijk er met andere ogen naar. De wil tot waarheid Vanwaar de drive van Heidegger (1889-1976) om te zoeken naar zoiets als ‘de waarheid’? Wat bewoog hem en hoezo dacht hij dit voor anderen te kunnen bepalen? Rüdiger Safranski beschrijft in Heidegger en zijn Tijd welke weg H bewandelt. Het startpunt is de Eerste Wereldoorlog. Na die oorlog staat de
Lees verder...

Marjan Teeuwen | Verwoest Huis Bloemhof 1 (2013), © Marjan Teeuwen

Verwoest Huis op Noord, 2014

Een geologie van het buitengewone   Had Marjan Teeuwen haar Verwoest Huis op Noord driehonderd jaar geleden gerealiseerd, dan was ze waarschijnlijk als heks op een kerkplein verbrand, want een huisvrouw die het huis zo toetakelt, moest wel van de duvel bezeten zijn. Tweehonderd jaar geleden was haar werk mogelijk een monument geworden ter ere van de overwinning bij de Slag bij Waterloo. Het was dan gezien als ruïne waarop het nieuwe Europa kon worden gebouwd. Honderd jaar geleden had het werk kunnen staan voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, een oorlog met ongekende aantallen doden. Het had symbool kunnen zijn voor de gevaren van de techniek en een oorlog waarvan een ieder dacht dat het de allerlaatste was. Deze aanloop over een periode van driehonderd jaar is een mogelijke, maar niet realistische benadering van de kunst van Marjan Teeuwen. Niet realistisch, omdat haar werk niet toen tot stand kwam, maar nu. Toch is zo’n aanloop zinnig, omdat hij
Lees verder...