De stal is echt

In de film Novecento houdt Leonidas in een stal zijn baas onder schot. Waarom wacht hij en schiet hij z’n baas niet overhoop? Het is oorlog, dus het kan. Ik denk dat hij wacht omdat hij onzeker is. Ga maar na: wie z’n baas overhoop schiet, wordt automatisch zelf de baas. Maar hoe kan dit als hij het fatale schot wil motiveren met: ‘Er zijn geen bazen meer!’ Wie zo van z’n baas af wil, zit tot over zijn oren in de ethische shit. Daarom hoorden we nog steeds geen schot. Stel je nu eens voor: je staat in een stal en kijkt via je mobieltje naar een popconcert, bijvoorbeeld dat van Rammstein in de Kuip, (of van een andere band, ergens anders). Nergens is een geweer te zien, wel zie je muziekinstrumenten en de zanger met een microfoon. Iemand houdt jou in die stal onder schot, maar je ziet het niet. Je kijkt naar het concert en waant je
Lees verder...

Alles begint in een stal

Achter elk begin zit weer een ander begin. Dat maakt beginnen lastig. Er is altijd een weg terug met de mogelijkheid van een nieuw begin, ook al was je reeds begonnen. Dit is voor Bertolucci en zijn film Novecento niet anders. Hij kiest in zijn film voor een Bijbelse oplossing. Net als in het Bijbelse scheppingsverhaal zijn er bij hem twee beginnen die in elkaar grijpen. Voordeel van deze noodoplossing is dat het de aandacht afleidt van een filosofisch onoplosbaar probleem, zodat er tenminste wordt begonnen.   Gen. 1 is een abstract verhaal (lied) over een vliegende start van hemel, aarde, planten, dieren en mensen in zes dagen. Gen. 2 dat erop volgt, is een paradijsverhaal met als begin de mens en daarna verschijnen er dieren (en ook de vrouw). In Gen. 1 zijn de dieren er eerst, in Gen. 2 de mens. Een dubbel begin dus met verhalen die elkaar tegenspreken. Was de mens er eerst, of waren het
Lees verder...

Stalfilosoof

Alfredo Berlinghieri loopt door het Italiaanse landschap. Naast hem loopt de gebochelde nar met een mand vol wijnflessen aan de arm. Er klinkt muziek, iets uit Verdi’s opera Rigoletto. De twee zijn onderweg naar de maaiers in het veld om de geboorte van Alfredo’s kleinzoon te vieren. In het veld deelt Alfredo de flessen uit en de maaiers nemen de fles aan, maar drinken doen ze nog niet. Leunend op hun zeis kijken ze naar wat hun voorman Leo Dalco doet. Leo is de patriarch van de boerenfamilie Dalco, hij is vandaag ook grootvader geworden. Alfredo reikt hem de fles aan en zegt: “Op dezelfde dag geboren, dat moeten we vieren.” Maar Leo neemt de fles niet aan. “Weer een mond te voeden,” zegt hij somber. “Weet je met hoeveel Dalco’s we aan tafel zitten?” Alfredo bekent dat hij de tel is kwijtgeraakt. Ondertussen wedt Leo de zeis en zegt dat hij de ongelijkheid maar oneerlijk vindt. “De boeren doen
Lees verder...