screenhunter_416-sep-07-13-52

Kapseizend paard

Van het chtonische naar het aquatische overstappen, betekent de kunst verstaan het hoofd boven water te houden. Aandacht dient uit te gaan naar zwem- of vaarkunst, opdat ’t spreken niet kopje onder gaat in taal die nergens op slaat. ‘t Water in gaan is een ander element verkennen, is zoeken naar grond onder handen en voeten. Wie die kunst verstaat, baart opzien en zal dankzij de wet van Archimedes het gevoel hebben te vliegen. Wie het niet kan, zal zich spoedig op de zeebodem wanen, zoals tuinder Jacob Meiland in Tonnus Oosterhoffs verhalenbundel Kan niet vernietigd worden (1996). Meiland loopt ’t water in en blijft nog dagen, weken op de zeebodem doorlopen, totdat uiteindelijk de zee zich geheel met hem heeft vereenzelvigd. Wie angst voor water heeft, dient ‘t spiegelende element eerst grondig te verkennen. Het paardige bekijken vanuit aquatisch perspectief heeft per definitie iets oppervlakkigs. Die oppervlakkigheid is van belang om verdrinking te voorkomen. Iemand kan het ook te kwaad krijgen als
Lees verder...

The Queen Estimate

Brexit and Black Beauty

De Europese toekomst na de Brexit is onzeker. Wel weten we dat de Engelse meerderheid het paard verkoos boven de Euro. Een verrassende keuze, maar we hadden het ook kunnen weten. De Britten wedden graag en ze weten als geen ander dat wie op het juiste paard wedt, verstand van kansberekening heeft én van paarden. Deze week kopte het nieuws: ‘Italiaanse banken hebben te maken met honderden miljarden aan slechte leningen.’ Die leningen deren de Britten niet meer, ze hebben goed gegokt. Maar het Engelse Pond staat er helemaal niet rooskleurig voor, dus zit de kick ‘m blijkbaar niet in het gokken, maar in de band met ‘t paard. Culturele icoon Gina M. Dorré legt in haar ‘Victorian Fiction and the Cult of the Horse’ (2006) de Engelse ziel bloot. Ze ontdekt dat het paard dè culturele icoon is in de bloeiperiode van de Britse geschiedenis. In kunst en literatuur dient het paard als medium om de maatschappelijke situatie tot
Lees verder...

mine1

Naar het innerlijk

Kunstenaar Wim T. Schippers leverde in 1997 een bijdrage aan het project Panorama 2000 – kunst rondom de Domtoren in Utrecht. Zijn idee was om pal naast de Domtoren een 112 meter diep gat (de exacte hoogte van de toren) te graven. Schippers: ‘De Negatieve Domtoren boort door alle aardlagen en trotseert het grondwater. De bezoeker kan afdalen en zo de historie en de archeologie van Utrecht ter plekke bestuderen.’ Het idee werd om praktische redenen niet uitgevoerd, maar in 2005 kwam stichting Initiatief Domplein met een plan dat het wel haalde, namelijk: het toegankelijk maken van de historische grond onder de Dom. De bezoeker van DOMunder kan kennismaken met een dwarsdoorsnede van 20 eeuwen geschiedenis op 5 meter onder de grond. Hoe kwam Schippers op het idee van de Negatieve Domtoren? Het kan niet anders of hij las in zijn jeugd Naar het middelpunt der aarde (1866) van Jules Verne en kwam zo op het idee.  Jules Verne vertelt hoe een
Lees verder...

toetsenbord-paard1

Toets der kritiek

Wie tot de kern van een zaak wil doordringen, doet er goed aan vooraf een inschatting te maken van het te behalen resultaat. Het is nooit de kern die het resultaat bepaalt, het zijn de omstandigheden die het ‘m doen. Want hoezo, de kern? Het maakt verschil of je naar de kern wilt tijdens het slijpen van een diamant, of bij het pellen van een ui. Of terwijl je met iemand praat over koetjes en kalfjes, of over het paardige. Doet de kern dan niet ter zake? Zeker wel, waar zouden we anders in willen doordringen? Iets in de kern raken, betekent gebruik maken van een wil die doorgrondt – en dat is een uitgesproken aardse wil. Naast deze ene wil zijn er nog drie andere te noemen: een wil die verluchtigt, één die verdiept en één die aanvuurt (lucht, water, vuur). Ze leiden naar andere doelen. Hoe nu ontstaat de wil die doorgrondt? Ik denk dat het een erfelijke
Lees verder...

weizsacker

Het Paardige

Paarden, of ik daar niet eens iets over wilde schrijven, vroeg ze me. Ik schudde het hoofd, want ik heb niks met paarden. Ze zijn me te groot, ik vind ze eng. Onnozel ook, omdat (als ik paard was) ik me niet liet commanderen door iemand die niet op zijn eigen benen wil staan. Mij is de ezel liever vanwege zijn koppige karakter. Paarden zijn slaafs. Rudy Kousbroek (1929-2010) zegt het in Opgespoorde wonderen (2010) zo: ‘Zo wordt de wanhoop vertegenwoordigd door het paard, maar de humor, de weerstand en de opstandigheid door de ezel. Daarom is dit het dier dat wij de grootste dankbaarheid zijn verschuldigd.’ Liever de ezel dus. De ezel-humor is ook te vinden in de oude Joodse literatuur (Bijbel). Het paard wordt er met gezond wantrouwen bejegend, maar de ezel geniet het volle vertrouwen. Dat was omdat het paard een statussymbool was en omdat paarden nodig waren in een oorlog. In Psalm 32:9 staat te lezen:
Lees verder...