-athene-musea-04

Lugnasad

Hij keerde de sneeuwstorm de rug toe en verliet de studeerkamer. In de refter maakte hij de haard aan en nestelde zich bij het vuur. Hij las een boek en dronk een glas wijn terwijl buiten de wind joelde. Het was al bijna donker toen de deurbel ging. Met een zucht legde hij het boek neer om te kijken wie het was. Hij wilde niet opendoen, maar gezien de weersomstandigheden kon hij iemand niet buiten laten staan. De ijswind sloeg hem in het gezicht toen hij de deur open deed. ‘Waling, ik moet echt met Jeroen spreken.’ Voor hem stond een Eskimo die sprak met de stem van Esther. Hij gebaarde dat ze binnen moest komen. De Eskimo gleed over de drempel en bleef op de deurmat staan. ‘Hoe kom jij hier?’ vroeg hij, nadat hij de wind had buitengesloten. ‘Op de fiets, maar halverwege ben ik gaan lopen… Ik moet Jeroen spreken.’ Hij bracht haar naar de refter en
Lees verder...

d028badafa8a58fcd9b7981131f4babd

Sinterklaas is dood – leve Paardeklaas!

Een overlijdensbericht:   Oplettende kinderen hebben gemerkt dat Sint al jaren niet echt werkt. Hij is afwezig, komt slecht uit zijn woorden zag niet hoe Pieten de orde verstoorden.   Hij is zichzelf niet, net zo min als zijn Piet. Geen wonder, hij kan niet zichzelf zijn. Waarom? Wie is hij? Hoe kan dat zijn? Hoor hier het onderliggend verdriet.   Volwassenen weten: de Sint was zeer oud. En geen mens is onsterfelijk, meneer. Het onvermijdelijke gebeurde, niet kortbij maar al vrij lang geleden overleed hij.   De Sint die toen kwam aangevaren, is een ander. En? Waren er geen bewaren? Waarom die ander voor lief genomen, hij die het imago stal is feitelijk een dief.   Ouders wisten zich geen raad, ze vonden de dood te zwart-wit, ze stonden met monden vol tanden, wisten niet hoe ze dan het goede gevoel aan kinderen overdragen konden.   Maar luister eens hier, want hoort de dood niet bij het leven? Spoort
Lees verder...

screenhunter_416-sep-07-13-52

Kapseizend paard

Van het chtonische naar het aquatische overstappen, betekent de kunst verstaan het hoofd boven water te houden. Aandacht dient uit te gaan naar zwem- of vaarkunst, opdat ’t spreken niet kopje onder gaat in taal die nergens op slaat. ‘t Water in gaan is een ander element verkennen, is zoeken naar grond onder handen en voeten. Wie die kunst verstaat, baart opzien en zal dankzij de wet van Archimedes het gevoel hebben te vliegen. Wie het niet kan, zal zich spoedig op de zeebodem wanen, zoals tuinder Jacob Meiland in Tonnus Oosterhoffs verhalenbundel Kan niet vernietigd worden (1996). Meiland loopt ’t water in en blijft nog dagen, weken op de zeebodem doorlopen, totdat uiteindelijk de zee zich geheel met hem heeft vereenzelvigd. Wie angst voor water heeft, dient ‘t spiegelende element eerst grondig te verkennen. Het paardige bekijken vanuit aquatisch perspectief heeft per definitie iets oppervlakkigs. Die oppervlakkigheid is van belang om verdrinking te voorkomen. Iemand kan het ook te kwaad krijgen als
Lees verder...

ScreenHunter_332 Jul. 27 14.41

The art of Horsemanship

Ergens in de geschiedenis ging het mis en het fatale moment is dankzij Homerus te traceren. Het was bij Troje. Of daarvoor al, maar Homerus schreef het op en dat telt. Prehistorische grotschilderingen verwijzen naar het eerste begin ruim 30.000 jaar geleden. Opgravingen brachten aan het licht dat de domesticatie van paarden 5000 jaar voor de jaartelling plaats had. In het tweede millennium zorgde het zes spakige wiel met ijzerbeslag voor een revolutie, strijdwagens met paarden ervoor verschenen op het strijdtoneel. Mens en paard toonden in vliegende vaart hun kunsten, maar ook verdween toen het geloof in het paardige. Hoe? Hoor. De kunstenaar Maurizio Cattelan zette in de zomer van 2003 op de dakrand van het Kölner Museum een jongetje neer. In de ronde vorm van het dak is gemakkelijk een paard te herkennen. ‘t Joch zat er vier maanden lang non stop te trommelen. Hij verwijst naar de figuur Oskar uit de roman Die Blechtrommel, van Günter Grass (1927-2015). De verfilming (1979)
Lees verder...

toetsenbord-paard1

Toets der kritiek

Wie tot de kern van een zaak wil doordringen, doet er goed aan vooraf een inschatting te maken van het te behalen resultaat. Het is nooit de kern die het resultaat bepaalt, het zijn de omstandigheden die het ‘m doen. Want hoezo, de kern? Het maakt verschil of je naar de kern wilt tijdens het slijpen van een diamant, of bij het pellen van een ui. Of terwijl je met iemand praat over koetjes en kalfjes, of over het paardige. Doet de kern dan niet ter zake? Zeker wel, waar zouden we anders in willen doordringen? Iets in de kern raken, betekent gebruik maken van een wil die doorgrondt – en dat is een uitgesproken aardse wil. Naast deze ene wil zijn er nog drie andere te noemen: een wil die verluchtigt, één die verdiept en één die aanvuurt (lucht, water, vuur). Ze leiden naar andere doelen. Hoe nu ontstaat de wil die doorgrondt? Ik denk dat het een erfelijke
Lees verder...

ScreenHunter_290 Jun. 12 12.06

Hoefbevangenheid

Wie nalaat een gegeven paard in de bek te kijken, loopt een gevaar. Hij kan het paard dan per ongeluk voer voorzetten dat niet goed wordt gekauwd, met alle gevolgen van dien: koliek (hevige buikpijn) en hoefbevangenheid. Natuurlijk bekijkt iemand het gegevene wel. En het is een goede gewoonte om, als het wat tegenvalt, hiervan geen ophef te maken. Doorgaans ervaar ik mijn leven niet als iets dat ik helemaal aan mezelf te danken heb, maar vooral als iets dat is verkregen en dat ik met anderen deel. Wie zichzelf als gegeven beschouwt, kijkt in bescheidenheid. Echter, wie te kijken nalaat, loopt risico’s. Het gegeven paard wel in de bek kijken wil zeggen: het vanzelfsprekende negeren en overgaan tot zelfonderzoek – niet bij voorbaat uit ontevredenheid, maar uit nieuwsgierigheid en uit voorzorg. Tenzij het kwaad al is geschied en je verkrampt op je benen staat en je geen raad weet met jezelf – dan is er, paards gesproken, te vrezen
Lees verder...

weizsacker

Het Paardige

Paarden, of ik daar niet eens iets over wilde schrijven, vroeg ze me. Ik schudde het hoofd, want ik heb niks met paarden. Ze zijn me te groot, ik vind ze eng. Onnozel ook, omdat (als ik paard was) ik me niet liet commanderen door iemand die niet op zijn eigen benen wil staan. Mij is de ezel liever vanwege zijn koppige karakter. Paarden zijn slaafs. Rudy Kousbroek (1929-2010) zegt het in Opgespoorde wonderen (2010) zo: ‘Zo wordt de wanhoop vertegenwoordigd door het paard, maar de humor, de weerstand en de opstandigheid door de ezel. Daarom is dit het dier dat wij de grootste dankbaarheid zijn verschuldigd.’ Liever de ezel dus. De ezel-humor is ook te vinden in de oude Joodse literatuur (Bijbel). Het paard wordt er met gezond wantrouwen bejegend, maar de ezel geniet het volle vertrouwen. Dat was omdat het paard een statussymbool was en omdat paarden nodig waren in een oorlog. In Psalm 32:9 staat te lezen:
Lees verder...