Picasso-opera scene 2

.

Ergens klinkt het lied van een walvis die vol verlangen onderweg is naar huis. Op zijn rug staan twee reisgenoten die hem al jaren vergezellen. De Twee dragen elk een bolhoed en een lange zwarte regenjas en ze voeren een gesprek, of beter gezegd, ze discussiëren al een eeuwigheid over ware kunst en waar je die aan kunt herkennen. Met opgeheven vinger spreekt de ene, niet om de ander de maat te nemen, maar om hem erop te wijzen dat hij de pointe van wat hij wil zeggen nu bijna te pakken heeft. Geduldig luistert de ander terwijl hij leunt op zijn wandelstok. Zijn geduld is hem niet aangeboren, hij heeft het zich aangeleerd. Of, je zou ook kunnen zeggen dat hij zich al jaren niet meer afvraagt wat er zou gebeuren als de grond onder zijn voeten nu eens plotseling naar de bodem dook.

Het Tweetal

Er is weinig bekend over het Tweetal en wat we weten, stamt uit het verleden. Via de Spoetnik die in oktober 1957 was gelanceerd, waren ze te volgen en werden hun gesprekken opgenomen en geanalyseerd. Op aarde werd hun gesprek door velen gezien als luchtfietserij, maar vanuit ruimtelijk perspectief beluisterd genieten de vvolkengesprekken tegenwoordig het voordeel van de twijfel. Waar spraken zij over en wat was de pointe waar de Hand op doelde? Die vraag bezorgde Russische wetenschappers toen al kopzorgen en een definitief antwoord is er nog altijd niet.

Wat de bolhoeden bespraken was nooit exact te verstaan. Alleen wat ze elkaar met stemverheffing meedeelden klonk boven de walviszang uit en was te horen. Algemeen wordt nu aangenomen dat zij de kwestie Picasso bespraken, dat wil zeggen: zijn poëzie. Ze hoorden in zijn gedichten wellicht een overeenkomst met de zang die opklonk van onder hun voeten. Het wetenschappelijke onderzoek richt zich dan ook op een link die moet bestaan tussen de poëzie van de kunstenaar en de zin van het walvislied.

Een document

Een annotatie van hun laatste gesprek werd in 1959 gevonden in een lege fles die een Franse vader en zijn dochter aantroffen op het strand te Algiers.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is ScreenHunter_2259-Jul.-20-10.40.jpg

Tientallen jaren was het document in hun bezit, totdat zij het de grens over smokkelden omdat in 2006 een wet van kracht werd die publicatie van niet-Islamitische teksten verbiedt op straffe van een gevangenisstraf van tenminste 2 jaar. De fles kwam in handen van een zekere Jean-Baptiste, een gevierde advocaat uit Parijs, die in een bordeel op de Zeedijk in de val liep en het document kwijt raakte, waarna de redactie van De Groene er de hand op legde. Doch verdween het daar op miraculeuze wijze en kwam in handen van een witwassende eigenaar van een antiquariaat die een integere èn ambitieuze publicatie eiste. En ja, ik was de gelukkige, zijn keuze viel op mij. Niet geheel bij toeval overigens, want ik was ook degene geweest die op de Wallen tegen een attache-koffer was aangelopen waarvan ik de inhoud had aangeboden aan de redactie van De Groene die mijn verhaal uit de lucht gegrepen vond en er geen brood in zag. Zelf zag ik er ook geen brood in, maar wel een uitdaging, want alle dagen moeten thuiswerken, boeken zitten lezen, planten water geven en de was moeten doen, is ook niet alles. Maar er was nóg iets…

Een mysterie

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is ScreenHunter_2323-Aug.-08-08.17.jpg

Een jaar of wat terug trof ik in een stoffig fotoalbum een merkwaardige foto aan van mijn inmiddels overleden vader. Het moet ergens in de vijftiger jaren zijn en hij is in de twintig. Hij staat op een dijk, of een pier en kijkt in de verte waar een dikke mist hangt. En dan komt het… in de mist zwemt een walvis, er zwemmen er zelfs twee.

Had mijn moeder hem genomen? Nee, zij kende de foto niet en wist ook niet wie hem genomen had. Ze dacht aan vriend Syb van de kweekschool. Mijn vader en hij waren eens op fietsvakantie geweest en misschien was de foto toen genomen op de Afsluitdijk? Syb is jaren voor mijn vader overleden, dus de herkomst van de foto blijft een mysterie. Ik was in de veronderstelling dat het een grap van hen was en dat ze de vissen er zelf in hadden getekend. Syb en mijn vader werden namelijk vrienden tijdens de tekenlessen. Dat dacht ik, totdat ik de BASS-fles met inhoud in mijn bezit kreeg. En zodoende figureer ik nu dus zomaar in mijn eigen opera en ja, ik geef toe dat dit niet hoort, maar het is niet anders, ik kan er niet omheen. Ik ben trouwens de eerste niet, denk aan Alfred Hitchcock die er een gewoonte van maakte.

Voorgeschiedenis

Het document bevond zich in een BASS-beugelfles. Het biermerk BASS is te herkennen aan de embossering in het glas, het etiket ging in het zeewater verloren. In de fles zat een stuk linnen opgerold. Het linnen is uit een schilderij geknipt waarna de verf er vanaf is gekrabd en daarna is beschreven met Oost-Indische inkt. Rafelig en aangetast, de fles was niet 100% waterdicht, delen van de tekst gingen verloren.

De tekst ontcijferen was monnikenwerk. Lastig ook vanwege de ontbrekende stukken en omdat er geen geluidsopnamen zijn van dit gesprek. Want, nadat de fles in 1959 aanspoelde werd niets meer van de Twee vernomen. Geen enkele satelliet heeft sindsdien enig signaal van hen opgepikt. Men denkt dat ze schipbreuk leden en dat ze – zo mogen we hopen – zich in leven hebben gehouden op een of ander eiland. Van de walvis ontbreekt ook elk spoor. Met stromingskaarten wordt gezocht naar locaties waar de fles in het water kan zijn geworpen.

Omdat een geluidsopname van hun gesprek ontbreekt, heb ik de tekst vergeleken met opnamen van voorgaande gesprekken en het is gelukt een passend ritme en een juiste toon te vinden. Toon, ritme en zelfs de melodie die ik vond passen zo goed bij de tekst, dat kan worden aangenomen dat deze werd gezongen en werkelijk zo klonk. Waarschijnlijk is de melodie van de Twee ook het aanknopingspunt voor het vinden van de link tussen Picasso’s poëzie en het walvislied.

.

.

Het lied

Uiteraard kwam de tekst tot stand met hulp van buitenaf. Vertalers en onderzoekers wiens namen ik om privacy- en veiligheidsredenen niet zal noemen, boden hulp. Zonder hen was er weinig van het project terechtgekomen, dus dank! Het geheel kwam op zijn pootjes terecht en bleef niet eeuwig in de lucht hangen. Ook dank ik de eigenaar van het antiquariaat voor het vertrouwen dat hij mij schonk, al viel er via mij niets wit te wassen. Ik dank jullie allen, alle eer komt eigenlijk jullie toe. Niettemin moet gezegd dat niet de complete tekst te reconstrueren was en dat, als puntje bij paaltje komt, nog menig punt op een ontbrekend paaltje wacht. Zo zij het. In elk geval is er nu een startpunt, een begin.

Tot zover de voorgeschiedenis van het document. En ja, ik ben de gelukkige want velen werden geroepen, doch weinigen uitverkoren. Aan mij nu de eer om de tekst wereldkundig te maken:

.

.

.