Picasso-opera, scene 3

.

Ach ja, het jaar 2284 alweer, de tijd vliegt, net wat u zegt. Zeker als je te voet onderweg bent naar Ninevé, de stad waarvan de ruïne, volgens dr. Max, door ISIS tijdens de Jihadistische beeldenstorm in 2014 werd vernietigd. Wat zegt u? Inderdaad, de Nergal en de Mashki poorten moesten eraan geloven. Maar dat was niet het einde van een cultuur die eigenlijk al was vergeten. Nee, op de puinhopen ontstond de huidige staat! De poorten zijn herbouwd en bieden toegang tot de Inanna kathedraal. En daar gaan we nu heen, wij mannen, met het genenpaspoort op zak. Net wat u zegt, een bedevaart. Nu u ongevraagd met ons meewandelt, stel ik ons eerst aan u voor: Voilà, dit is mijn collega Hepkema en ik ben Tjepkema. Privéfilosoof. Aangenaam. 

Aangenomen hoor, Hepkema! Sterker nog, als die niets zoekt, maar alles vindt!

Weet u, vanochtend beluisterde ik via mijn oor-chip Le Poisson rêveur van Satie. Dat was echt nodig na de chaotische discussie van gisteravond. Zeker, ik zal het u zeggen. Mijn compagnon en ik begonnen de reis aan de oever van de Rijn en nu lopen we eindelijk langs de Tigris. Onderweg sloten we ons aan bij een reisgezelfschap. Zoals u ziet bestaat dit uit een driemanschap. Drie jonge mannen die morgen hun geluk gaan beproeven in de kathedraal. Morgen zullen ze horen of ze in aanmerking komen voor nageslacht, dankzij de Qubits van de kwantumcomputer waar de ASJTAR-priesteres over waakt.

Ik stel ze alle drie aan u voor: dit is Yukio Lee uit Tokio, bijgenaamd De Samoerai. Hij weet alles van vechtsport en een trotse samenleving. En deze heer is René Laozé, hydrobioloog. Zijn lijfspreuk luidt: ‘Indien niets, dan alles niets, of water!’ U zult het wel uit zijn eigen mond vernemen. En tot slot historicus Prof. dr. Gerrit Max. Hij schreef de bestsellers: Een eeuw met mijn moeder; De spelende mensheid; en Lente der voortgaande eeuwen.

Ach, nu was ik bijna de vierde man vergeten. Alhoewel… zijn naam is Paulo Ruiz en hij wordt omringd door een onbekend aantal kompanen die zich allen met Mr Smith laten aanspreken. Paulo reist sinds gister met ons mee in zijn bateau.

Hepkema hallo! Zeg maar gerust: in zijn Bataille!

Zeker. Ruiz is een kempfhaan, hij beweerde een stier te kunnen bevechten en noemt zich kunstenaar. Zijn vaartuig doet denken aan een oud Brabants schilderij. De kompanen die hem vergezellen zijn visueel niet van elkaar te onderscheiden, het zijn allen kenners, kopers en bewonderaars. Bij tijd en wijle roepen ze iets vanaf het bateau naar de wal. Nu ook weer, hoor maar:

‘Ahoi! Uilenballen! Nog aan de wandel? Je ware Carnavalsoptocht, bravo! Hé Joekiejo, kijk je uit met dat zwaard? Rustig aan, geen stier te bekennen hier. En jullie twee, ja jullie bollebozen, kom je ook weer aan boord? Waar heb je eigenlijk die Nietzschesnorren op de kop getikt? Mijn maat hier wil ‘t adresje! Tot straks, het wordt al donker en aan land loopt gespuis rond, dat je ‘t wéét! We hebben speciaal voor jullie Khatia vanavond, ze heeft een golvende vertolking van Satie in huis.’

Dat bedoel ik. Gespuis. U hoort het zelf. Na alle ontbering en verleidingen die we onderweg ondervonden, is Mr Smith wel het toppunt, gelooft u mij.

Mr Smith is een onbeschaamde aap, een vliegende Hollander, cultuurterrorist, idioot op de kale berg.

Pardon Hepkema, ik zou zeggen: kale dwerg in een uitgelepelde berg.

Gisteravond waren wij daar te gast. Nu moet ik zeggen, de entree was een belevenis. Godsallemachtig. Maar de ideeën die hij aanhangt zijn niet van deze tijd en hij heeft geen verstand van Qubits. Weet u wat hij beweert? Moet u horen.

Kunst zou dienen om een moraal ‘aannemelijk’ te maken. Toen de heilige geschriften niet langer als waarheid fungeerden en hun heiligheid en gezag verloren, vulde kunst de leemte op en werd ‘religieus’. Aha, dus wij vroegen eenstemmig: ‘Wat maakt kunst volgens jou dan ‘religieus’?

Niet een waarheid, of een Qubit, maar het ‘mysterie,’ luidde zijn antwoord. Onder mysterie verstond hij het raadsel van het leven. En ook de wonderlijke gewaarwording dat er überhaupt iets is en niet niets. U kunt wel raden wat Laozé daarop antwoordde, maar Ruiz pareerde hem en zei dat religie ook een vormende waarde heeft, gerelateerd aan de zijns-gewaarwording. Dat betekende dat er meer is dan alleen water. Kunt u het tot zover nog volgen?

Aan mysterie is geen concrete waarde toe te kennen. Wel aan de vormen waarmee dat mysterie te verstaan wordt gegeven. Zo’n vorm kan van alles zijn: een godheid, mens-zijn, een sportteam, muziek, film, een land, de natuur, een samenleving, een economie. Toen vertelde Ruiz dat hij een verre nakomeling is van de Spaanse schilder Picasso, hij is de 11e generatie. In de salon wees hij naar een schilderij en vroeg ons te raden naar de waarde. Het was meer waard dan wij dachten. Was de verf zo duur? Of het linnen en de lijst? Nee, het mysterie bepaalde volgens hem de waarde. En via die waarde zou het mysterie veranderen in iets dat voor iemand ‘heilig’ is.

Nou, die waardebepaling van het heilige was tegen het zere been van de heren Lee en Laozé, dat kan ik u verzekeren!

Hepkema, zeg maar gerust: Het was een knal tegen hun toch al zere schénen!

Zeker. Ze verweten Ruiz een kapitalistische visie en een quasi-geloof in het vrijhandelsprincipe. Ze brachten tegen hem in dat discipline en rituelen in zichzelf al waarde vertegenwoordigen en dat die niet in geld zijn uit te drukken. Laozé zei ook iets over een Afroditische ethiek en prof Max begon over opiumoorlogen in 1840 en 1860. Zeer verwarrend allemaal. Temeer omdat Ruiz hen gewoon uitlachte en ter verluchtiging van zijn explicatie memoreerde dat zijn bateau ooit een vliegdekschip was geweest van de voormalig U.S.A.

Verwarrend Hepkema? Ik zou toch zweren dat het gesprek een complete heksenketel was!

Inderdaad. Zeker toen de kok in de keuken zich er ook nog mee bemoeide. Er was geen touw aan vast te knopen. Ik denk eerlijk gezegd dat die sneeuw door Ruiz als camouflage was bedoeld omdat hij ter aanvulling op zijn visie nog iets over de Joodse religie in petto had. Luister. Hij meent dat die godsdienst ontstond omdat men merkte dat er aan het heilige iets haperde. Heilig is niet wat een gek er voor geeft, maar wat er redelijkerwijs voor mag worden betaald. En dat redelijke verandert het concept van religie totaal.

In het Jodendom zou het levensmysterie naar de achtergrond zijn verschoven en stond een levensmoraal centraal. De gewaarwording dat er iets is en niet niets, veranderde in een gewaarwording dat er iets mis is. Dat het leven ‘feitelijk’ niet deugt. En als dit mis-zijn de boventoon voert, resulteert dat in een houding van religieuze verontwaardiging waar de gewaarwording van het wonder en het levensmysterie aan worden opgeofferd.

Poeh, dat was raak! Koren op de molen van Yukio die het met hem eens was. De trotse samenleving! Maar Max begon over de schandplek van 1940-45, de zwarte bladzij in de wereldgeschiedenis… waarna Yukio vertelde over zijn persoonlijke held Bruce. Hoe deze om het leven was gekomen. En dat trots wel eerst bewezen moest worden, bijvoorbeeld door moed te tonen en de kunst te verstaan in je eentje tegen de stroom in te gaan en het gevecht durven aangaan. Kortom een kwestie van het juiste temperament.

Dit leidde tot verschil van mening, want ieder had zo zijn eigen idee over wat de stroom is en hoe daar tegenin te gaan, of juist niet zoals Max meende. Maar volgens Ruiz was er helemaal geen vraag, want hoe bereikte iemand de bron anders dan door tegen de stroom in te varen?

Laozé dacht het verlossende woord te hebben. Hij stelde dat niet temperament maar temperatuur en de seizoenen bepalend zijn. Iemand kon immers over water lópen, tenminste als de tijd daar is. Maar de anderen namen hier geen genoegen mee, ze vonden het niet kies om alles af te schuiven op ‘de tijd.’ Dus eindigde de avond in een open vraag.

Sterker Hepkema, de avond en de hele nacht! De ochtendschemer verlichtte immers de horizon van onze voorlaatste reisdag al!

Correct. Maar Tjepkema, zeg jij nu eens wat. Morgen is de laatste reisdag en we zijn vanavond opnieuw uitgenodigd. Wat zeg je, gaan we weer aan boord?

Hoor eens hier Hepkema, moet ik daar echt op antwoorden als jij het antwoord al weet?

.

.

.