Picasso’s paasstier – en Anna Magdalena Bach

. . Maria houdt haar dode kerstkind in de armen. Zij is de Piëta van Michelangelo geworden, Kerst en Pasen vinden gelijktijdig plaats in Picasso’s stal. De schilder speelt met de tijd: het gelijktijdige is een vormkenmerk van het kubisme waarin meerdere gezichtspunten op hetzelfde moment samenkomen. Tijd is niet langer een lineair perspectief met begin en eind, maar een intense ervaring waarin einde en begin samenkomen. Zo wordt de stal een gebombardeerde kerk, de os wordt stier en het onderscheid tussen hemel en hel is weggevallen. De amandelvormige ogen van de stier zijn ontleend aan de Byzantijnse fresco’s van de San Clementekerk in Tahull. Tenminste, volgens Gijs van Hensbergen in zijn bijzondere boek ‘Guernica, Biografie van een icoon van de twintigste eeuw’ (2005). Picasso bezocht het Spaanse bergdorp in 1936 met Dora Maar, een jaar voordat hij de Guernica schilderde. In Tahull zag hij de majestueuze Christus Alleenheerser die omringd is door engelen. Onder de christusfiguur bevinden zich de heilige maagd en
Lees verder...

Acht voor in de schoen

. 8 Sapates . Hijs ‘m op, de grijze muis Hieperde jieperde kieperde piep Hij s ‘m opde grijze muis Hiep erde jiep erde kiep erde piep . Wraak de noten houten boot Vouwte kauwte rouwte oud Raak de noten houten boot Foute koute rauwte out . Ring de wijde zoute zee Zing water zing water Zing water zing Ring de wijde zoute zee . Ruik ’t kuiken in de kruik Wortel mortel knoflook ui R ui kt kuik enin de kruik Word tel mort elk no fl o ok ui . Eet je scherpe messen dik Rikke tikke takke tik Eet je scherpe messen dik Ticket akker ikket ik . Gris de hare van de steen Rare ware hare maar G r is de hare van de steen Ware mare hare raar . Licht de hoge platte huid Ondersteboven achterstevoor Likt de oge platte uid Onderste b oven acht erste v oor . – – – – . .
Lees verder...

Mobiliteit en filosofie

Ik werd verrast door een column van Hans Peter Benschop over mobiliteit en filosofie. Hans werkt bij het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en nodigde collega’s uit voor een meet-up. De overall-organisatie lag in handen van: Platform WOW, NMTM (New Movements in Transport and Mobility), CROW en Platform31 In zijn uitnodiging vertelde Hans Peter: ‘Als iets werkt, waarom zou je dan dingen veranderen? Maar als we verkeerskundigen mogen geloven, is dat niet de situatie. Nog steeds waarschuwen zij voor verkeersinfarcten, nog steeds staat mobiliteit op gespannen voet met het milieu. Ons beleid is blijkbaar niet in staat om beoogde doelstellingen te realiseren. Moeten we die doelen zelf dan niet eens analyseren? Zijn we wel precies genoeg? Streven we de goede dingen na?’  De officiële uitnodiging luidde: We willen het mobiliteitsbeleid verrijken met mobiliteit overstijgende overwegingen, door filosofen in contact te brengen met het werkveld van ruimte en mobiliteit. Mobiliteit en Transport zijn volop in beweging. Grip houden op de ontwikkelingen vraagt verruiming van onze denk- en werkwijze.
Lees verder...

Geen grand jeté

Terwijl zijn vrienden zijn opgeroepen om te vechten in de Eerste Wereldoorlog, gaat Picasso in zee met het balletgezelschap van Diaghilev. Met nieuwe vrienden, zoals Jean Cocteau, Erik Satie en Igor Stravinski, trekt hij langs de grote steden van Europa. Voor het avant-garde ballet De Parade in 1917 vervaardigt hij decors en kostuums. Hij trouwt in 1918 met de balletdanseres Olga Khokhlova, zij heeft contacten met gefortuneerde Russische adel, goede kopers voor zijn schilderijen. Al snel is hij de best verdienende kunstenaar van zijn tijd. Kunstfotograaf Brassaï schrijft over zijn eerste ontmoeting met de schilder: ‘Hij was een gearriveerd kunstenaar en had daar alle uiterlijke kenmerken van: een Hispano-Suiza met een chauffeur in livrei, kostuums van grote kleermakers, rashonden, een dubbel appartement, een kasteeltje in Normandië (chateau Boisgeloup). Hij ging veel uit, bezocht premières van toneel en ballet en was aanwezig bij de recepties en grote feesten, altijd in gezelschap van zijn mooie, elegante vrouw. Hij was op het toppunt
Lees verder...

Huidig, huidig, huidig

In Parijs, op de wereldtentoonstelling van 1937, presenteren 44 landen hun wetenschap, kunst en cultuur. Rusland en Duitsland, waar Stalin en Hitler aan de macht zijn, bepalen de sfeer. In Europa is een ideologische strijd gaande tussen communisme en fascisme, een strijd die tot een uitbarsting is gekomen in de Spaanse burgeroorlog. Picasso (1881-1973) krijgt van Spanje de opdracht een schilderij te maken voor de tentoonstelling. Hij is 55 jaar oud, woont al ruim dertig jaar in Parijs en zit met de opdracht in zijn maag. De tijd dringt, een maand voor de opening die is gepland op 25 mei, weet hij nog steeds niet wat hij zal maken. Maar als op 26 april de Baskische cultuurstad Guernica wordt platgebombardeerd, weet hij het. In enkele weken tijd schildert hij zijn Guernica. Bommenwerpers van Hitler en Mussolini verwoestten de stad totaal. Voor het eerst in de geschiedenis werden vliegtuigen gebruikt om doelbewust zoveel mogelijk onschuldige burgers te vermoorden en de civiele
Lees verder...

De stal is echt

In de film Novecento houdt Leonidas in een stal zijn baas onder schot. Waarom wacht hij en schiet hij z’n baas niet overhoop? Het is oorlog, dus het kan. Ik denk dat hij wacht omdat hij onzeker is. Ga maar na: wie z’n baas overhoop schiet, wordt automatisch zelf de baas. Maar hoe kan dit als hij het fatale schot wil motiveren met: ‘Er zijn geen bazen meer!’ Wie zo van z’n baas af wil, zit tot over zijn oren in de ethische shit. Daarom hoorden we nog steeds geen schot. Stel je nu eens voor: je staat in een stal en kijkt via je mobieltje naar een popconcert, bijvoorbeeld dat van Rammstein in de Kuip, (of van een andere band, ergens anders). Nergens is een geweer te zien, wel zie je muziekinstrumenten en de zanger met een microfoon. Iemand houdt jou in die stal onder schot, maar je ziet het niet. Je kijkt naar het concert en waant je
Lees verder...

Het begint in een stal

Bertolucci’s film Novecento is een echte kerstfilm. Hij begint niet op 25 december, maar op 25 april 1945, de bevrijdingsdag in Italië. Zingend loopt een partizaan door een paradijselijk Italiaans landschap. Het geweer draagt hij losjes over de schouder, de oorlog is immers voorbij. Maar ineens duikt vanachter het struikgewas een zwarthemd op die de zanger neermaait. De openingsscene van de film refereert aan het oerverhaal van Kaïn die zijn broeder Abel vermoordt en dan op de vlucht slaat. Novecento vertelt dit oude verhaal van goed en kwaad opnieuw. Bertolucci’s ideale mens is een partizaan die van de communistische overwinning zingt. Maar dan duikt het kwaad op en wordt de idylle met mitrailleurvuur in het verderf gestort. Op het land zijn vrouwen aan het hooien. Eén van hen staat op de hooiwagen en ziet hoe in de verte het fascisten-echtpaar Attila en Regina de benen neemt. Meteen pakken de vrouwen hun hooivork en rennen achter het tweetal aan. Mannen komen
Lees verder...

Lilith

Lilith is de naam die Lucebert verzon voor zijn muze. Andere schrijvers en dichters gingen hem voor. Hölderlin (1770-1843) noemde zijn muze Diotima. Paul van Ostaijen (1896-1928) schreef een lofdicht op de filmster Asta Nielsen. Nabokov (1899-1977) schreef zijn roman Lolita – waarvan wordt beweerd dat hij de naam oppikte uit de krant toen hij de uitslagen van de paardenraces las, omdat een beroemd renpaard zo heette. Anderen menen dat Lolita een verwijzing is naar het lied ‘Die fesche Lola,’ uit de film Der Blaue Engel (1930), waarin Marlene Dietrich (1901-1992) de hoofdrol speelde. Lucebert, het kan niet anders, dacht bij Lilith ook aan het lied Lili Marleen, gezongen door Marlene Dietrich. Zij zong het in de oorlogsjaren zowel in het Duits als in het Engels. Het lied was populair bij soldaten aan beide fronten. Het lied gaat over een soldaat die hoopt zijn geliefde te zullen zoenen in het licht van een straatlantaarn. In het licht van de lantaarn worden de schaduwen
Lees verder...

Lucepérd

Omkeringen zie je dikwijls in de poëzie van Lucebert (1924-1994) bijvoorbeeld in het beroemde gedicht Visser van ma yan: ‘onder wolken vogels varen / onder golven vliegen vissen / maar daartussen rust de visser // golven worden hoge wolken / wolken worden hoge golven / maar intussen rust de visser.’ Over de waardering van het omslagmoment in dit gedicht zijn de meningen verdeeld. Is de in rust verkerende visser een spil waar de wereld om draait – of is hij juist een speelbal der elementen? De vraag is echter wat zo’n waardering waard is als de betekenis van de vissersvrouw (zij is in dit gedicht overigens niet in beeld) wordt vergeten. In andere gedichten noemt Lucebert haar wel, ze heet: Lilith. Zij is zijn luxepaard, de inspiratiebron voor hemzelf als dichtend werkpaard. Mijn blog ‘Lucepérd’ (spreek uit: lûdsjepeerd) had eigenlijk Kapseizend paard (2) moeten heten omdat ik hier voortborduurt op mijn vorige blog waarin ik de dichtbundel ‘Liederen van een kapseizend paard’,
Lees verder...

Kapseizend paard

Van het chtonische naar het aquatische overstappen, betekent de kunst verstaan het hoofd boven water te houden. Aandacht dient uit te gaan naar zwem- of vaarkunst, opdat ’t spreken niet kopje onder gaat in taal die nergens op slaat. ‘t Water in gaan is een ander element verkennen, is zoeken naar grond onder handen en voeten. Wie die kunst verstaat, baart opzien en zal dankzij de wet van Archimedes het gevoel hebben te vliegen. Wie het niet kan, zal zich spoedig op de zeebodem wanen, zoals tuinder Jacob Meiland in Tonnus Oosterhoffs verhalenbundel Kan niet vernietigd worden (1996). Meiland loopt ’t water in en blijft nog dagen, weken op de zeebodem doorlopen, totdat uiteindelijk de zee zich geheel met hem heeft vereenzelvigd. Wie angst voor water heeft, dient ‘t spiegelende element eerst grondig te verkennen. Het paardige bekijken vanuit aquatisch perspectief heeft per definitie iets oppervlakkigs. Die oppervlakkigheid is van belang om verdrinking te voorkomen. Iemand kan het ook te kwaad krijgen als
Lees verder...