Huidig, huidig, huidig

In Parijs, op de wereldtentoonstelling van 1937, presenteren 44 landen hun wetenschap, kunst en cultuur. Rusland en Duitsland, waar Stalin en Hitler aan de macht zijn, bepalen de sfeer. In Europa is een ideologische strijd gaande tussen communisme en fascisme, een strijd die tot een uitbarsting is gekomen in de Spaanse burgeroorlog. Picasso (1881-1973) krijgt van Spanje de opdracht een schilderij te maken voor de tentoonstelling. Hij is 55 jaar oud, woont al ruim dertig jaar in Parijs en zit met de opdracht in zijn maag. De tijd dringt, een maand voor de opening die is gepland op 25 mei, weet hij nog steeds niet wat hij zal maken. Maar als op 26 april de Baskische cultuurstad Guernica wordt platgebombardeerd, weet hij het. In enkele weken tijd schildert hij zijn Guernica. Bommenwerpers van Hitler en Mussolini verwoestten de stad totaal. Voor het eerst in de geschiedenis werden vliegtuigen gebruikt om doelbewust zoveel mogelijk onschuldige burgers te vermoorden en de civiele
Lees verder...

De stal is echt

In de film Novecento houdt Leonidas in een stal zijn baas onder schot. Waarom wacht hij en schiet hij z’n baas niet overhoop? Het is oorlog, dus het kan. Ik denk dat hij wacht omdat hij onzeker is. Ga maar na: wie z’n baas overhoop schiet, wordt automatisch zelf de baas. Maar hoe kan dit als hij het fatale schot wil motiveren met: ‘Er zijn geen bazen meer!’ Wie zo van z’n baas af wil, zit tot over zijn oren in de ethische shit. Daarom hoorden we nog steeds geen schot. Stel je nu eens voor: je staat in een stal en kijkt via je mobieltje naar een popconcert, bijvoorbeeld dat van Rammstein in de Kuip, (of van een andere band, ergens anders). Nergens is een geweer te zien, wel zie je muziekinstrumenten en de zanger met een microfoon. Iemand houdt jou in die stal onder schot, maar je ziet het niet. Je kijkt naar het concert en waant je
Lees verder...

Lilith

Lilith is de naam die Lucebert verzon voor zijn muze. Andere schrijvers en dichters gingen hem voor. Hölderlin (1770-1843) noemde zijn muze Diotima. Paul van Ostaijen (1896-1928) schreef een lofdicht op de filmster Asta Nielsen. Nabokov (1899-1977) schreef zijn roman Lolita – waarvan wordt beweerd dat hij de naam oppikte uit de krant toen hij de uitslagen van de paardenraces las, omdat een beroemd renpaard zo heette. Anderen menen dat Lolita een verwijzing is naar het lied ‘Die fesche Lola,’ uit de film Der Blaue Engel (1930), waarin Marlene Dietrich (1901-1992) de hoofdrol speelde. Lucebert, het kan niet anders, dacht bij Lilith ook aan het lied Lili Marleen, gezongen door Marlene Dietrich. Zij zong het in de oorlogsjaren zowel in het Duits als in het Engels. Het lied was populair bij soldaten aan beide fronten. Het lied gaat over een soldaat die hoopt zijn geliefde te zullen zoenen in het licht van een straatlantaarn. In het licht van de lantaarn worden de schaduwen
Lees verder...

Lucepérd

Omkeringen zie je dikwijls in de poëzie van Lucebert (1924-1994) bijvoorbeeld in het beroemde gedicht Visser van ma yan: ‘onder wolken vogels varen / onder golven vliegen vissen / maar daartussen rust de visser // golven worden hoge wolken / wolken worden hoge golven / maar intussen rust de visser.’ Over de waardering van het omslagmoment in dit gedicht zijn de meningen verdeeld. Is de in rust verkerende visser een spil waar de wereld om draait – of is hij juist een speelbal der elementen? De vraag is echter wat zo’n waardering waard is als de betekenis van de vissersvrouw (zij is in dit gedicht overigens niet in beeld) wordt vergeten. In andere gedichten noemt Lucebert haar wel, ze heet: Lilith. Zij is zijn luxepaard, de inspiratiebron voor hemzelf als dichtend werkpaard. Mijn blog ‘Lucepérd’ (spreek uit: lûdsjepeerd) had eigenlijk Kapseizend paard (2) moeten heten omdat ik hier voortborduurt op mijn vorige blog waarin ik de dichtbundel ‘Liederen van een kapseizend paard’,
Lees verder...

Kapseizend paard

Van het chtonische naar het aquatische overstappen, betekent de kunst verstaan het hoofd boven water te houden. Aandacht dient uit te gaan naar zwem- of vaarkunst, opdat ’t spreken niet kopje onder gaat in taal die nergens op slaat. ‘t Water in gaan is een ander element verkennen, is zoeken naar grond onder handen en voeten. Wie die kunst verstaat, baart opzien en zal dankzij de wet van Archimedes het gevoel hebben te vliegen. Wie het niet kan, zal zich spoedig op de zeebodem wanen, zoals tuinder Jacob Meiland in Tonnus Oosterhoffs verhalenbundel Kan niet vernietigd worden (1996). Meiland loopt ’t water in en blijft nog dagen, weken op de zeebodem doorlopen, totdat uiteindelijk de zee zich geheel met hem heeft vereenzelvigd. Wie angst voor water heeft, dient ‘t spiegelende element eerst grondig te verkennen. Het paardige bekijken vanuit aquatisch perspectief heeft per definitie iets oppervlakkigs. Die oppervlakkigheid is van belang om verdrinking te voorkomen. Iemand kan het ook te kwaad krijgen als
Lees verder...

The art of Horsemanship

Ergens in de geschiedenis ging het faliekant mis, en de plaats des onheils was niet het paradijs. Dankzij Homerus weten we dat het gebeurde bij de stad Troje. Of daarvoor al, want prehistorische grotschilderingen verwijzen naar het eerste begin ruim 30.000 jaar geleden. Opgravingen brachten aan het licht dat de domesticatie van paarden 5000 jaar voor de jaartelling al plaats had. In het tweede millennium zorgde het zes spakige wiel met ijzerbeslag voor een revolutie, strijdwagens met paarden ervoor verschenen op het wereldtoneel. Mens en paard toonden in vliegende vaart hun kunsten, maar ook verdween toen het geloof in het paardige. Hoe? Hoor. De kunstenaar Maurizio Cattelan zette in de zomer van 2003 op de dakrand van het Kölner Museum een jongetje neer. In de ronde vorm van het dak is gemakkelijk een paard te herkennen. ‘t Joch zat er vier maanden lang non stop te trommelen. Hij verwijst naar de figuur Oskar uit de roman Die Blechtrommel, van Günter Grass (1927-2015). De
Lees verder...

Naar het innerlijk – over de humor van Wim T. Schippers

Kunstenaar Wim T. Schippers leverde in 1997 een bijdrage aan het project Panorama 2000 – kunst rondom de Domtoren in Utrecht. Zijn idee was om pal naast de Domtoren een 112 meter diep gat (overeenkomstig de hoogte van de toren) te graven. Schippers: ‘De Negatieve Domtoren boort door alle aardlagen en trotseert het grondwater. De bezoeker kan afdalen en zo de historie en de archeologie van Utrecht ter plekke bestuderen.’ Het idee werd om praktische redenen niet uitgevoerd, maar in 2005 kwam stichting Initiatief Domplein met een plan: het toegankelijk maken van de historische grond onder de Dom. De bezoeker van DOMunder kan nu kennismaken met een dwarsdoorsnede van 20 eeuwen geschiedenis, 5 meter onder de grond. Hoe kwam Schippers op het idee van een 112 meter diep gat naast de Domtoren? Het kan niet anders of hij las in zijn jeugd Naar het middelpunt der aarde (1866) van Jules Verne. Jules Vernes verhaal gaat over een expeditie van drie man naar
Lees verder...

Toets der kritiek

De filosofe Joke Hermsen brengt de thematiek van het tijdige ter sprake in boeken met titels als: Stil de tijd – pleidooi voor een langzame toekomst. En: Kairos – een nieuwe bevlogenheid. In haar boeken valt op dat ze minder van echt doorgronden houdt, ze houdt meer van luchtigheid en bevlogenheid. In Windstilte van de ziel zegt ze: ‘Het enige wat ik tot dusverre van Aristoteles wil aannemen is dat de ziel als het ware de blaasbalg voor het leven is’ (p. 33). Bij Hermsen zocht ik vergeefs naar handreikingen om de tijd te doorgronden. Haar begrip van het tijdige blijkt een vorm van op adem komen te zijn in een tijd die haar de adem beneemt. Ze doorgrondt niet, ze wandelt liever. ‘Wandelen is een vorm van luchten van de ziel’ (p 63). In Windstilte stoort ze zich aan de filosoof Gerard Visser die de ziel beschouwt als pure individualiteit – en uiteindelijk als dat wat die individualiteit opheft.
Lees verder...

Hoefbevangenheid

Kijk een gegeven paard altijd in de bek. Doe je het niet, dan zet je hem misschien voer voor dat hij niet goed kauwt, met alle gevolgen van dien. Zoals: koliek (hevige buikpijn) en hoefbevangenheid! Bekijk het gegevene dus. En maak geen ophef als dat wat je kreeg tegenvalt. Als je jezelf als gegeven beschouwt, leef je in bescheidenheid. Het gegevene in de bek kijken betekent dat je uit voorzorg aan zelfonderzoek doet (een regelmatig tandartsbezoek helpt ook). Tenzij het kwaad al is geschied. Je staat verkrampt op je benen en weet met jezelf geen raad. Dan is te vrezen dat je lijdt aan hoefbevangenheid. De oorzaak van hoefbevangenheid bij paarden is een doorbloedingsprobleem in de hoef. Dit gaat met hevige pijn gepaard en kan leiden tot onherstelbare schade en invaliditeit. Het ontstaat door hoge concentraties giftige stoffen in het bloed, veroorzaakt door een stoornis in het maag-darmstelsel ten gevolge van verkeerd, of onverteerd voedsel. Door kramp in de buik neemt
Lees verder...

Het Paardige

Paarden, of ik daar niet eens iets over wilde schrijven, vroeg ze me. Ik schudde het hoofd, want ik heb niks met paarden. Ze zijn me te groot, ik vind ze eng. Onnozel ook, omdat (als ik paard was) ik me niet liet commanderen door iemand die niet op zijn eigen benen wil staan. Mij is de ezel liever vanwege zijn koppige karakter. Paarden zijn slaafs. Rudy Kousbroek (1929-2010) zegt het in Opgespoorde wonderen (2010) zo: ‘Zo wordt de wanhoop vertegenwoordigd door het paard, maar de humor, de weerstand en de opstandigheid door de ezel. Daarom is dit het dier dat wij de grootste dankbaarheid zijn verschuldigd.’ Liever de ezel dus. De ezel-humor is ook te vinden in de oude Joodse literatuur (Bijbel). Het paard wordt er met gezond wantrouwen bejegend, maar de ezel geniet het volle vertrouwen. Dat was omdat het paard een statussymbool was en omdat paarden nodig waren in een oorlog. In Psalm 32:9 staat te lezen:
Lees verder...