Geen grand jeté

Terwijl zijn vrienden zijn opgeroepen om te vechten in de Eerste Wereldoorlog, gaat Picasso in zee met het balletgezelschap van Diaghilev. Met nieuwe vrienden, zoals Jean Cocteau, Erik Satie en Igor Stravinski, trekt hij langs de grote steden van Europa. Voor het avant-garde ballet De Parade in 1917 vervaardigt hij decors en kostuums. Hij trouwt in 1918 met de balletdanseres Olga Khokhlova, zij heeft contacten met gefortuneerde Russische adel, goede kopers voor zijn schilderijen. Al snel is hij de best verdienende kunstenaar van zijn tijd. Kunstfotograaf Brassaï schrijft over zijn eerste ontmoeting met de schilder: ‘Hij was een gearriveerd kunstenaar en had daar alle uiterlijke kenmerken van: een Hispano-Suiza met een chauffeur in livrei, kostuums van grote kleermakers, rashonden, een dubbel appartement, een kasteeltje in Normandië (chateau Boisgeloup). Hij ging veel uit, bezocht premières van toneel en ballet en was aanwezig bij de recepties en grote feesten, altijd in gezelschap van zijn mooie, elegante vrouw. Hij was op het toppunt
Lees verder...

Kunst is oorlog

Picasso schildert de Guernica na het bombardement op de Baskische stad Gernica. Hij is benieuwd naar de reacties. De eerste teleurstelling komt als Manuel de Irujo, afgevaardigde van de Baskisch-Nationalistische Partij, niet wil komen kijken. De Baskische kunstenaar José María Ucelay komt wel. Hij oordeelt: ‘Het is een van de miserabelste kunstwerken ooit vervaardigd. Er is niets in te ontdekken dat op een compositie lijkt, het is niets anders dan zeven bij drie meter pornografie, een schande voor de stad Gernika, voor Baskenland, voor alles!’ Ruimhartig bood Picasso het schilderij aan de Baskische bevolking aan. Hij liet president Aguirre weten: ‘Als u erom vraagt, is het schilderij voor het Baskische volk.’ Aguirre kwam kijken en vroeg de schilder naar de gezwollen vingers van de vrouw op het doek. Picasso antwoordde: ‘Dat zijn geen vingers, dat zijn piemels.’ De president sloeg het aanbod af. Picasso hoopte dat het schilderij dan in elk geval bij de arbeidersklasse in de smaak zou vallen.
Lees verder...

Huidig, huidig, huidig

In Parijs, op de wereldtentoonstelling van 1937, presenteren 44 landen hun wetenschap, kunst en cultuur. Rusland en Duitsland, waar Stalin en Hitler aan de macht zijn, bepalen de sfeer. In Europa is een ideologische strijd gaande tussen communisme en fascisme, een strijd die tot een uitbarsting is gekomen in de Spaanse burgeroorlog. Picasso (1881-1973) krijgt van Spanje de opdracht een schilderij te maken voor de tentoonstelling. Hij is 55 jaar oud, woont al ruim dertig jaar in Parijs en zit met de opdracht in zijn maag. De tijd dringt, een maand voor de opening die is gepland op 25 mei, weet hij nog steeds niet wat hij zal maken. Maar als op 26 april de Baskische cultuurstad Guernica wordt platgebombardeerd, weet hij het. In enkele weken tijd schildert hij zijn Guernica. Bommenwerpers van Hitler en Mussolini verwoestten de stad totaal. Voor het eerst in de geschiedenis werden vliegtuigen gebruikt om doelbewust zoveel mogelijk onschuldige burgers te vermoorden en de civiele
Lees verder...

De stal is echt

In de film Novecento houdt Leonidas in een stal zijn baas onder schot. Waarom wacht hij en schiet hij z’n baas niet overhoop? Het is oorlog, dus het kan. Ik denk dat hij wacht omdat hij onzeker is. Ga maar na: wie z’n baas overhoop schiet, wordt automatisch zelf de baas. Maar hoe kan dit als hij het fatale schot wil motiveren met: ‘Er zijn geen bazen meer!’ Wie zo van z’n baas af wil, zit tot over zijn oren in de ethische shit. Daarom hoorden we nog steeds geen schot. Stel je nu eens voor: je staat in een stal en kijkt via je mobieltje naar een popconcert, bijvoorbeeld dat van Rammstein in de Kuip, (of van een andere band, ergens anders). Nergens is een geweer te zien, wel zie je muziekinstrumenten en de zanger met een microfoon. Iemand houdt jou in die stal onder schot, maar je ziet het niet. Je kijkt naar het concert en waant je
Lees verder...

Stalfilosoof

Alfredo Berlinghieri loopt door het Italiaanse landschap. Naast hem loopt de gebochelde nar met een mand vol wijnflessen aan de arm. Er klinkt muziek, iets uit Verdi’s opera Rigoletto. De twee zijn onderweg naar de maaiers in het veld om de geboorte van Alfredo’s kleinzoon te vieren. In het veld deelt Alfredo de flessen uit en de maaiers nemen de fles aan, maar drinken doen ze nog niet. Leunend op hun zeis kijken ze naar wat hun voorman Leo Dalco doet. Leo is de patriarch van de boerenfamilie Dalco, hij is vandaag ook grootvader geworden. Alfredo reikt hem de fles aan en zegt: “Op dezelfde dag geboren, dat moeten we vieren.” Maar Leo neemt de fles niet aan. “Weer een mond te voeden,” zegt hij somber. “Weet je met hoeveel Dalco’s we aan tafel zitten?” Alfredo bekent dat hij de tel is kwijtgeraakt. Ondertussen wedt Leo de zeis en zegt dat hij de ongelijkheid maar oneerlijk vindt. “De boeren doen
Lees verder...

snaren luchtorkist

vliegen willen is de weg van alle vlees herinneringen kruipen als maden   na de laatste cellen zucht sterf de oude plicht – stilte dan uitgebloed gebaren geborchte gehangene in broeiend licht   harpen sluimer van luier tot luid, luider geluid, door het open venster vaart de vogel uit het stemnest   of een spin zich als vlinder ontspint? schrap woorden wind voor de glasdraad, pluk de klank voor het vierkant boeket.   Er was eens een bromvlieg te Haren die wist zeer rechtlijnig te varen maar hij had het te kwaad en hij wist zich geen raad bij het zien van de woelige baren   een andere vlieg uit Sint Andries bezag het wat meer optimisties hij ging aan de zwier en riep: ‘Kiek noe ‘ns hier altegaar bent wie soam ja Kuu-bist-ies!’   *   beginnen is openen ‘t laten plooien van ‘t podiumgordijn   paardenbloemen zaden draven langs de gaten in het lood, licht ontloken sust de panische mug van munch  
Lees verder...

Oogcontact

Het vliegende paard van Gansu is een bronzen beeldje uit China, gemaakt in de 2e eeuw. Tijdens de culturele revolutie in 1969 werd het opgegraven door boeren in het plaatsje Wuwei. Ze vonden in de grond een oud kloostergewelf en het graf van een legergeneraal. Het vliegende paard is over de hele wereld tentoongesteld en werd de icoon voor het moderne China. Ik vond het volgende commentaar: “Terwijl het paard langs het zwerk vliegt, stapt het op een zwaluw die bewonderend naar hem opkijkt. Anders dan de Westerse Pegasus maakt het Chinese paard geen gebruik van vleugels, hij galoppeert op eigen kracht en is sneller dan de wind.” De oorsprong van dit commentaar kon ik niet achterhalen, maar de bedenker ervan ziet iets over het hoofd. Het kan natuurlijk zijn dat het paard de zwaluw uitlacht terwijl hij over hem heen walst, toch denk ik dat de Chinese monniken met dit beeldje iets anders wilden vertellen. Want waarom houdt het
Lees verder...

Lilith

Lilith is de naam die Lucebert verzon voor zijn muze. Andere schrijvers en dichters gingen hem voor. Hölderlin (1770-1843) noemde zijn muze Diotima. Paul van Ostaijen (1896-1928) schreef een lofdicht op de filmster Asta Nielsen. Nabokov (1899-1977) schreef zijn roman Lolita – waarvan wordt beweerd dat hij de naam oppikte uit de krant toen hij de uitslagen van de paardenraces las, omdat een beroemd renpaard zo heette. Anderen menen dat Lolita een verwijzing is naar het lied ‘Die fesche Lola,’ uit de film Der Blaue Engel (1930), waarin Marlene Dietrich (1901-1992) de hoofdrol speelde. Lucebert, het kan niet anders, dacht bij Lilith ook aan het lied Lili Marleen, gezongen door Marlene Dietrich. Zij zong het in de oorlogsjaren zowel in het Duits als in het Engels. Het lied was populair bij soldaten aan beide fronten. Het lied gaat over een soldaat die hoopt zijn geliefde te zullen zoenen in het licht van een straatlantaarn. In het licht van de lantaarn worden de schaduwen
Lees verder...

Sinterklaas is dood – leve Paardeklaas!

Een overlijdensbericht:   Oplettende kinderen hebben gemerkt dat Sint al jaren niet echt werkt. Hij is afwezig, komt slecht uit zijn woorden zag niet hoe Pieten de orde verstoorden.   Hij is zichzelf niet, net zo min als zijn Piet. Geen wonder, hij kan niet zichzelf zijn. Waarom? Wie is hij? Hoe kan dat zijn? Hoor hier het onderliggend verdriet.   Volwassenen weten: de Sint was zeer oud. En geen mens is onsterfelijk, meneer. Het onvermijdelijke gebeurde, niet kortbij maar al vrij lang geleden overleed hij.   De Sint die toen kwam aangevaren, is een ander. En? Waren er geen bewaren? Waarom die ander voor lief genomen, hij die het imago stal is feitelijk een dief.   Ouders wisten zich geen raad, ze vonden de dood te zwart-wit, ze stonden met monden vol tanden, wisten niet hoe ze dan het goede gevoel aan kinderen overdragen konden.   Maar luister eens hier, want hoort de dood niet bij het leven? Spoort
Lees verder...