Picasso-opera, scene 6

6 september 1963 Beste Pablo, Gister hebben we Braque begraven en jij was er niet, logisch, want je bent als de dood voor de dood. De uitvaart was in Varengeville-sur-Mer, in de kerk op de krijtrots met uitzicht op zee. De kist stond onder het raam met de boom van Jesse, de takken hebben de vorm van bootjes. Er was muziek van Bach en van Satie, het was prachtig. Het afscheid was verdrietig, ik heb erg gehuild. Thuis bladerde ik in Braque’s Résurrection de l’oiseau,. En kijkend naar de prachtige vogels die hij maakte, huilde ik weer, omdat ik zag hoe hij heeft geworsteld om te geloven in het goede. Logisch, aangezien hij In ’14-‘18 de loopgraven maar net heeft overleefd. Wat erg dat we hem nu moeten missen. Elgar schrijft in het boek dat de vogel vroeger een symbolische betekenis had, hij was een bemiddelaar tussen het hemelse en het aardse. Na de Renaissance was dat over en uit,
Lees verder...

Picasso-opera, scene 5

Zo! Hallo zeg, aan handen en voeten die touwladder op, wat een klus! Maar ‘t is gelukt, ik ben aan boord. Een hemelladder, net wat u zegt. Als historicus zou ik dan toch zeggen: een Jacobsladder. Verrassend, ik had u niet aan boord verwacht, maar u bent er dus al. Onze gastheer is elders bezig en brengt nog zaken in gereedheid? Mooi. Nu we dan onder ons zijn, wil ik u wat vragen: wat dunkt u van Ruïz’ vaartuig? Denkt u dat hij er het ruime sop mee op kan? Oh, onze toreador heeft u wijsgemaakt dat hij zijn vervoersmiddel op muziek van Bach van de zeebodem opdook? Onzin natuurlijk, Ruïz kent Bach niet echt. Kijk maar naar zijn personeel, alles oogt eender, ieder wil hier op elkaar lijken en men praat elkaar na. Meelopers zijn het. Eeuwig zonde, juist omdat Bach een antigif is tegen deze zonde. Ik kan u verklappen dat onze gastheer niet zo origineel is als
Lees verder...

Picasso-opera, scene 4

. Kijk aan, een nieuw gezicht. Welkom in dit gevaarte, maakt u het zich gemakkelijk. U bent de eerste, de anderen zullen zo wel komen. Hoe bevalt de reis u tot dusver? O, u komt niet voor de kathedraal? Ik ook niet. Houdt u trouwens van deze muziek? Weet u, ik twijfel vaak tussen Vivaldi en Bach. Vergeleken bij de vier seizoenen heeft Bach toch vaak iets van een klompendans. Maar zonder Bach geen Ave Maria… de dames in de kathedraal hebben dus een punt met hun Qubits, maar voor het overige hebben ze Hesses Glasperlenspiel te letterlijk genomen. Of ben ik nu oneerbiedig? Vivaldi is van de waterspiegel en de heldere lucht. Met Bach daal je naar de zeebodem af, en ach ja… daar diep ik mijn schepen op en leer ze lopen.   Ik bevind me ten zuiden van het verleden. En u, waar bent u? Wat zegt u? In het inwendige? Heel ad rem. Maar wèlk inwendige?
Lees verder...

Picasso-opera, scene 3

. Ach ja, het jaar 2284 alweer, de tijd vliegt, net wat u zegt. Zeker als je te voet onderweg bent naar Ninevé, de stad waarvan de ruïne, volgens dr. Max, door ISIS tijdens de Jihadistische beeldenstorm in 2014 werd vernietigd. Wat zegt u? Inderdaad, de Nergal en de Mashki poorten moesten eraan geloven. Maar dat was niet het einde van een cultuur die eigenlijk al was vergeten. Nee, op de puinhopen ontstond de huidige staat! De poorten zijn herbouwd en bieden toegang tot de Inanna kathedraal. En daar gaan we nu heen, wij mannen, met het genenpaspoort op zak. Net wat u zegt, een bedevaart. Nu u ongevraagd met ons meewandelt, stel ik ons eerst aan u voor: Voilà, dit is mijn collega Hepkema en ik ben Tjepkema. Privéfilosoof. Aangenaam.  Aangenomen hoor, Hepkema! Sterker nog, als die niets zoekt, maar alles vindt! Weet u, vanochtend beluisterde ik via mijn oor-chip Le Poisson rêveur van Satie. Dat was echt nodig
Lees verder...

Picasso-opera scene 2

. Ergens klinkt het lied van een walvis die vol verlangen onderweg is naar huis. Op zijn rug staan twee reisgenoten die hem al jaren vergezellen. De Twee dragen elk een bolhoed en een lange zwarte regenjas en ze voeren een gesprek, of beter gezegd, ze discussiëren al een eeuwigheid over ware kunst en waar je die aan kunt herkennen. Met opgeheven vinger spreekt de ene, niet om de ander de maat te nemen, maar om hem erop te wijzen dat hij de pointe van wat hij wil zeggen nu bijna te pakken heeft. Geduldig luistert de ander terwijl hij leunt op zijn wandelstok. Zijn geduld is hem niet aangeboren, hij heeft het zich aangeleerd. Of, je zou ook kunnen zeggen dat hij zich al jaren niet meer afvraagt wat er zou gebeuren als de grond onder zijn voeten nu eens plotseling naar de bodem dook. Het Tweetal Er is weinig bekend over het Tweetal en wat we weten, stamt
Lees verder...

Picasso-opera, scene 1

Aan een draad uit het plafond hangt een gloeilamp en bij het licht ervan schrijft de schilder. Hij zit aan een tafel in zijn atelier, langs de muren staan schilderijen. Op de hoek van de tafel ligt de Figaro van zaterdag 24 december 1935 en naast de krant ligt een dameshandschoen waar bloed aan zit. De hand met de pen beweegt over het papier en de schaduw van de hand volgt met kleine schokjes, het is alsof de schaduw liever elders was en met tegenzin met de hand meebeweegt. De schilder neemt een trek van zijn sigaret, staat dan op en draait de plaat om van de grammofoon die in de hoek van het atelier staat. Door de beweging in de kamer gaat de gloeilamp een beetje heen en weer en roert de schaduw van de schilder zich over de schilderijen. De plaat draait en dan gaat hij weer zitten en schrijft door op de muziek van Satie. Het is
Lees verder...

Picasso en Gilgamesj

Daar zit je dan, naast je overleden vriend. Je beste vriend, misschien wel je enige vriend. Hij is dood. Je zit al dagen naast hem, een week al? De anderen verdragen de geur niet langer en zijn weggegaan. Jij niet. Jij blijft tot er wormen uit zijn neus vallen. Dan gaat het niet langer en begraaf je hem. Daarna zwerf je huilend door het land. Waarom verder leven en liefhebben als de ander doodgaat en jij ook? Ook jij zult sterven en dan zal je zijn als je vriend Enkidu. Eén is er die nu raad kan geven: de verre Ut-napistim die de vloed overleefde en het eeuwige leven verwierf. Je schreeuwt het uit: ‘Ik vrees de Dood en zwerf door de wildernis om Ut-napistim te zoeken.’ (Gilgamesj-epos, tablet 9). Het is alsof je hier Picasso’s klaagzang hoort. Op zijn veertiende verliest hij een weddenschap met God waarna zijn zusje Conchita overlijdt. Zeven jaar later komt in Parijs zijn beste
Lees verder...

Spelende kinderen

. Onze Tweede Kamer stemt vandaag over het lot van 500 kinderen. Ik vind het een spannende avond, want deze kinderen doen me denken aan onze Nachtwacht en de bevrijding van het Spaanse juk: het begin van Nederland! Hadden we die oorlog toen niet gewonnen, dan spraken we nu Spaans en had ik Picasso’s poëzie nu zonder Engelse vertaling kunnen lezen. Maar ach, de Nachtwacht van Rembrandt, die hadden we dan vast niet gehad… Laat ik bij het begin beginnen: De Guernica wordt in 1957 door museumdirecteur Willem Sandberg de ‘Nachtwacht van de twintigste eeuw’ genoemd. Niet onterecht, want ondanks een kloof van 300 jaar zijn er overeenkomsten tussen Rembrandt (1606 – 1669) en Picasso (1889 – 1973). Ze maakten beiden zelfportretten en hielden zichzelf dus de spiegel voor. Picasso vond de schilderkunst opnieuw uit. Dat moest, omdat nu de fotografie bestond, een groot verschil met de tijd van Rembrandt. Daarbij kwam nog eens dat de laatste onbevangen gebruik maakte
Lees verder...

Picasso’s gezicht

De avond ervoor had het flink geregend. En nu, wandelend door het Vlijmens Ven verbaasde ik me over alle rode vlinders en de vele orchideeën. In de lucht zongen veldleeuweriken. Als ik naar ze opkeek, brandde de zon op mijn gezicht. Tijdens de wandeling was ik in gesprek met een vriend die alles weet van het scheppingsverhaal. Hij legde me uit dat in de Hebreeuwse grondtekst de zeven scheppingsdagen te zien zijn, of te zingen, als een poëtische beschrijving van het menselijk gezicht. De zeven dagen kun je zien als zeven openingen: 2 oren + 2 ogen + 2 neusgaten en de mond. Zijn uitleg kostte wat tijd en de wandeling had dus enig oponthoud. Weer thuis stond ik voor de spiegel mijn verbrande gezicht in te smeren. Altijd bespreken we onze ideeën. Dat doen we al jaren, eigenlijk al sinds de eerste ontmoeting op de allereerste dag van de introductieweek voor eerstejaars theologiestudenten in Kampen. Dat was in 1982.
Lees verder...

De erfenis

. Bedenk een gezicht bij tweeduizend jaar christendom. Hoe kijkt zo’n gezicht? Angstig? Trots? Verbaasd? Tevreden? Ontgoocheld? Gekweld? Zeg het maar. Picasso zoekt het antwoord en vindt er meerdere. Zijn antwoorden onderkennen niet het gezag dat sinds de Verlichting aan woorden wordt toegekend. Het motief van de Verlichting zou ik omschrijven als: ‘Woorden kunnen wachten, maar gezichten wachten niet. Vlees bederft, dus er is haast. Verf conserveert, maar dan nog: ‘t vervaagt, geschilderde gezichten sterven langzaam. Dus wachten woorden af, want zij verwachten te beërven. Het motief van de verlichting is de rede die de waarheid in pacht heeft. Tenminste, dat denken woorden. Picasso breekt met dit motief en stelt zich in dienst van de gezichten. Dat wordt voor het eerst goed zichtbaar in zijn blauwe periode. Hij schildert dan gezichten van armen en misdeelden die hem omringen. Na enkele jaren ontdekt hij de bezwerende functie van maskers en experimenteert met avatars. Die vormen een beschermend harnas waarmee hij zich
Lees verder...