Stenen verdrinken niet

Paul Celan, pseudoniem voor Paul Antschel (1920-1970) wordt gerekend tot de belangrijkste dichters van de tweede helft van de twintigste eeuw. Zijn gedichten zijn vaak moeilijk te doorgronden, hij verwerkte er zijn ervaringen in van de Holocaust. Een beroemde zin uit het gedicht Todesfuge luidt: ‘Der Tot ist ein Meister aus Deutschland.’ In dat gedicht herdenkt hij zijn moeder die in een kamp werd vermoord. Celan heeft eens gezegd dat het gedicht bedoeld was als een graf voor haar. Er zijn interpretatoren die Celans oeuvre beschouwen als ‘herdenkingspoëzie’. Zijn gedichten zouden uitsluitend gaan over het drama van de moord op miljoenen joden. Maar als poëzie enkel een middel is om terug te kijken, is het dan niet zijn ziel kwijt? Onderstaand fragment komt uit de bundel Atemwende (Ademkeer) uit 1967. De vertaling is van Ton Naaijkens (2003). IN DEN FLÜSSEN nördlich der Zukunft werf ich das Netz aus, das du zögernd beschwerst mit von Steinen geschriebenen Schatten. IN DE RIVIEREN
Lees verder...

Nigger, are you crasy?

Velen hoopten dat de kwestie van het ras zou zijn beslecht met Obama als president. Sinds de geweldsuitbarstingen in de zomer van 2014 is duidelijk dat die hoop niet gegrond is. Hoe verwoord je racisme? Hierover stond 31 juli een artikel in de NRC, met de kop: ‘Nigger are you crasy?’ In het stuk gaf Guus Valk een heldere analyse van de rassenproblematiek in de VS. Aan de hand van recent verschenen romans wierp hij licht op hoe verschillend je het woord ‘ras’ kunt bezien. Maar The Washington Post kreeg lucht van de kop en maakte er korte metten mee. De toon was ongeveer als volgt: Wat verbeelden Nederlanders zich eigenlijk? Zomaar dat N-woord gebruiken in de krant? Ze mogen hun mond wel eens houden en de hand in eigen boezem steken. Zelf discrimeren ze er lustig op los met hun Black Peter en Sinterklaas. De toon is gezet. Mede door The Washington Post begint de zwartepietendiscussie deze zomer al.
Lees verder...

De aap die over water liep

Toen iemand me vroeg wat ik toch met het paardige bedoel, bladerde ik door mijn artikelen en las ik het stuk over Frans de Waal weer. Twee jaar geleden schreef ik dat stuk. En terwijl ik het tijdens de paasdagen herlas (en ook maar meteen herschreef), realiseerde ik me dat het idee van het paardige hier is ontstaan. Apen hoef je niet te leren klimmen en mensen hoef je niet te leren denken, was mijn stelling. Toch vindt Frans de Waal dat mensapen mij te denken geven. In zijn recente boek: ‘De Bonobo en de Tien Geboden’ (2013), vertelt hij over het gedrag van mensapen. Zijn observaties zijn vaak grappig en ook ontroerend. Hij laat zien dat primaten zich emotioneel in elkaar kunnen verplaatsen en dat ze het vermogen hebben elkaar te troosten. Ze hebben ook een gevoel voor rechtvaardige beloning. Het altruïstische gedrag waarvan ze blijk geven, levert hen geen individueel voordeel op, maar waarborgt de harmonie in de groep. Dit
Lees verder...

© Marjan Teeuwen

Een hand in de brievenbus, Kellendonklezing 2015

Het bijwonen van de Kellendonklezing, afgelopen maandag 23 februari, was een belevenis. Het onderwerp was: Engagement, taal en verbeelding. De openingszin van Maarten Asscher was om te lachen, hij citeerde een zin uit de brief van voormalig premier Balkenende, gericht aan Harry Mulisch. In de brief riep de politicus alle Nederlandse schrijvers op om een moreel standpunt in te nemen. Want dat was hoog tijd, gezien de belabberde staat waarin de Europese politiek in dat (morele) opzicht verkeerde. Om eerlijk te zijn, ergens begrijp ik zo’n curieuze actie van Balkenende wel. De vraag is alleen of hij, vanuit zijn politieke ambacht en christelijke perspectief het werk van alle Nederlandse schrijvers wel kende en zo ja, of hij vanuit zijn christelijk-politieke bedrijf wel snapte wat ze schreven. Blijkbaar niet, concludeerde Asscher, want dan had hij die brief aan Mulisch niet geschreven. Toch was ik het niet helemaal eens met Asscher. Want is de situatie niet ook zo dat uitgeverijen zich steeds
Lees verder...

Poetin over de knie van Margarita

Boelgakovs roman De Meester en Margarita is hèt medicijn tegen Poetinisme. Geschreven in 1940, is het nu weer actueel omdat hij laat zien dat een leider zonder juiste vrouw het niet redt. Waarschijnlijk las Poetin de roman niet, of hij begreep de humor van de hoofdpersoon Woland, zoals de Duivel in het boek heet, verkeerd. Michail Boelgakov (1891-1940) maakte de publicatie zelf niet meer mee. Het boek kwam in 1967 uit, zevenentwintig jaar na zijn dood. Het verhaal is een schitterende satire op het culturele leven in Stalins Sovjetunie. Boelgakov voert tevens een levensechte Jezus Christus ten tonele. Het verschijnen van de roman in 1967 werd als een teken van culturele liberalisering opgevat. De schrijver die zijn leven lang gedwarsboomd werd door de stalinistische censuur, geldt nu in Rusland als een van de grootste moderne schrijvers. In Rusland is het een cultboek, in Nederland is het ook bekend, mede dankzij de informatieve website waarop alle informatie over het boek is
Lees verder...

Sinterklaas is nog niet jarig

Sinterklaas is nog niet jarig

Onze goedheiligman bevindt zich nog op volle zee, maar de zwartepietendiscussie is al met zo’n heftigheid losgebarsten dat het lijkt alsof iedereen nog in Sinterklaas gelooft. Ik geloof niet meer in Sinterklaas, al kan ik me heel goed verplaatsen in de hoofdpersoon van een kort verhaal van Vonne van der Meer in Nachtgoed (1993). Het verhaal (Het zingen, het water, de peen), gaat over een jongen die zo verknocht is aan het ritueel van het zetten van de schoen, dat hij in Sinterklaas blijft geloven, ook als volwassen man. Zijn moeder doet haar best hem te begrijpen, maar kan dat niet. Frans Kellendonk (1951-1990) heeft zowaar geprobeerd om na de dood van god het katholieke geloof nieuw leven in te blazen, door net te doen alsof god wel bestaat. Een soort Sinterklaas als het ware. Hoe hij zich dat geloof voorstelde, schreef hij in De veren van de Zwaan en in Geschilderd eten. De ophef over de zwarte pieten heeft
Lees verder...