Picasso-opera, scene 1

Aan een draad uit het plafond hangt een gloeilamp en bij het licht ervan schrijft de schilder. Hij zit aan een tafel in zijn atelier, langs de muren staan schilderijen. Op de hoek van de tafel ligt de Figaro van zaterdag 24 december 1935 en naast de krant ligt een dameshandschoen waar bloed aan zit. De hand met de pen beweegt over het papier en de schaduw van de hand volgt met kleine schokjes, het is alsof de schaduw liever elders was en met tegenzin met de hand meebeweegt. De schilder neemt een trek van zijn sigaret, staat dan op en draait de plaat om van de grammofoon die in de hoek van het atelier staat. Door de beweging in de kamer gaat de gloeilamp een beetje heen en weer en roert de schaduw van de schilder zich over de schilderijen. De plaat draait en dan gaat hij weer zitten en schrijft door op de muziek van Satie. Het is
Lees verder...

Picasso, zeg maar

. Het jachtseizoen was geopend. Maar als ik dacht hem in het vizier te hebben, dan was ‘t steeds mijn eigen masker, het keek me in de spiegel aan. Onvermijdelijk stel je je dan de vraag: herkent een schaap de wolf in schaapskleren, of is het een wolf die zijn verklede soortgenoot herkent? Picasso proberen te begrijpen, is verslavend. Critici van zijn werk beamen dit. Wie zich in zijn kunst verdiept, komt er niet gauw van los. Dit is al mijn 6e stuk over hem en er staan er nog 2 in de steigers. Wat maakt het willen ontmaskeren zo verslavend? Het is denk ik mijn jachtinstinct dat de krachtmeting inschat en snuffelend sporen zoekt in de Picasso-mythe. Of misschien ben ik de zoveelste stier in de arena en jaag ik op een rode doek waarachter niets zit? Aanvankelijk wilde ik weten waarom Picasso het paard zo afbeult. En nu dwaal ik in het labyrintische oog van zijn stier. Het
Lees verder...