Picasso-opera, scene 5

Zo! Hallo zeg, aan handen en voeten die touwladder op, wat een klus! Maar ‘t is gelukt, ik ben aan boord. Een hemelladder, net wat u zegt. Als historicus zou ik dan toch zeggen: een Jacobsladder. Verrassend, ik had u niet aan boord verwacht, maar u bent er dus al. Onze gastheer is elders bezig en brengt nog zaken in gereedheid? Mooi. Nu we dan onder ons zijn, wil ik u wat vragen: wat dunkt u van Ruïz’ vaartuig? Denkt u dat hij er het ruime sop mee op kan? Oh, onze toreador heeft u wijsgemaakt dat hij zijn vervoersmiddel op muziek van Bach van de zeebodem opdook? Onzin natuurlijk, Ruïz kent Bach niet echt. Kijk maar naar zijn personeel, alles oogt eender, ieder wil hier op elkaar lijken en men praat elkaar na. Meelopers zijn het. Eeuwig zonde, juist omdat Bach een antigif is tegen deze zonde. Ik kan u verklappen dat onze gastheer niet zo origineel is als
Lees verder...

Picasso-opera, scene 3

. Ach ja, het jaar 2284 alweer, de tijd vliegt, net wat u zegt. Zeker als je te voet onderweg bent naar Ninevé, de stad waarvan de ruïne, volgens dr. Max, door ISIS tijdens de Jihadistische beeldenstorm in 2014 werd vernietigd. Wat zegt u? Inderdaad, de Nergal en de Mashki poorten moesten eraan geloven. Maar dat was niet het einde van een cultuur die eigenlijk al was vergeten. Nee, op de puinhopen ontstond de huidige staat! De poorten zijn herbouwd en bieden toegang tot de Inanna kathedraal. En daar gaan we nu heen, wij mannen, met het genenpaspoort op zak. Net wat u zegt, een bedevaart. Nu u ongevraagd met ons meewandelt, stel ik ons eerst aan u voor: Voilà, dit is mijn collega Tjepkema en ik ben Hepkema. Privéfilosoof. Aangenaam.  Aangenomen hoor, Hepkema! Sterker nog, als die niets zoekt, maar alles vindt! Weet u, vanochtend beluisterde ik via mijn oor-chip Le Poisson rêveur van Satie. Dat was echt nodig
Lees verder...

Picasso en Bach

. . Maria houdt haar dode kerstkind in de armen. Zij is de Piëta van Michelangelo geworden, Kerst en Pasen vinden gelijktijdig plaats in Picasso’s stal. De schilder speelt met de tijd: het gelijktijdige is een vormkenmerk van het kubisme waarin meerdere gezichtspunten op hetzelfde moment samenkomen. Tijd is niet langer een lineair perspectief met begin en eind, maar een intense ervaring waarin einde en begin samenkomen. Zo wordt de stal een gebombardeerde kerk, de os wordt stier en het onderscheid tussen hemel en hel is weggevallen. De amandelvormige ogen van de stier zijn ontleend aan de Byzantijnse fresco’s van de San Clementekerk in Tahull. Tenminste, volgens Gijs van Hensbergen in zijn bijzondere boek ‘Guernica, Biografie van een icoon van de twintigste eeuw’ (2005). Picasso bezocht het Spaanse bergdorp in 1936 met Dora Maar, een jaar voordat hij de Guernica schilderde. In Tahull zag hij de majestueuze Christus Alleenheerser die omringd is door engelen. Onder de christusfiguur bevinden zich de heilige maagd en
Lees verder...

De versierde boom

Hel☧, dacht ik na ’t lezen van het nieuwste boek van filosoof Peter Sloterdijk. Ik volg hem al 20 jaar en weet dat hij de Westerse cultuur kritisch tegen het licht houdt. De laatste tijd merk ik dat de stemming in zijn boeken er niet beter op wordt. Zijn laatste boek ‘De verschrikkelijke kinderen van de nieuwe tijd,’ slaat echt alles. Niet eerder las ik van hem zo’n deprimerend boek. 1 INTRODUCTIE Rode draad in zijn boek is de gedachte dat de generatiewisselingen de zwakke schakels zijn van een cultuur. Elke volgende generatie maakt zich de cultuur weer eigen, of doet dat niet, of verzet zich er tegen. Sloterdijk wil aandacht voor de houding van verzet die zijns inziens kenmerkend is voor het Westen. Vanaf 1400 tot 2000 zijn er ongeveer 20 generatiewisselingen geweest. Twintig keer heeft er een wisseling plaatsgevonden van een vader op een zoon. Hoe verliepen die wisselingen en waartoe hebben ze geleid? ‘We bevinden ons in een vliegtuig
Lees verder...

Bossche ode op JZ

van spraakmakers pallet slingeren niet mis te verstane klodders verf, ze kletsen tegen muren ramen deuren monden en kijk, schaduwloos valt er een taal uit de boom nooit ver van de stam, alsook een eend drijft in z’n grauwe vuilniszak, onderweg naar wolkbreukje navel streng die te pronk aan de kraaiende kimme h oofd stedelijke o gen o pvist uit z’n diepgzw o mmen gr 88888888 en ze scheert ze met z’n algenkrabber . met die gezw oren ogen bezag ik m’n brieven en las: ik houd, zij houdt, wij houten van – en hemelsbreed vond elke brief de weg terug naar eigen nest waar hooggetande steunpilaren eeuwig houtblauw afscheid koerden . doet iemand ertoe die met de deur in huis en met verf smijt, zich afschraapt, de vracht bevraagt, zich schuwend afvraagt waar de kwast wiens hand het pallet hoe duim en wijsvinger te bevragen: wie spreidde op straten van kinderh oofdjes haar beenderen? . Hjir lykwols zoenen blote voeten knekelgraag het karrenspoor dat aan vallende wijzers gehangen de oren betrekt,
Lees verder...

‘s-Hertogenbosch verdient geen hel

Op dinsdag 14 juli neemt de gemeenteraad van ‘s-Hertogenbosch een besluit over de toekomst van een stuk natuur achter het Jeroen Bosch ziekenhuis. Er staan ruim honderd bomen, waaronder tientallen walnoten, kersen, pruimen, appels en perenbomen. De gemeente noemt het een volkstuin, maar in wezen is het een recreatie gebied voor mens en natuur waarin de biodiversiteit een kans krijgt. De gemeente wil daar een parkeergarage bouwen voor meer dan duizend auto’s. De politieke besluitvorming heeft wel iets weg van het schilderij De tuin der lusten van Jheronimus Bosch. Deze schilder leefde 500 jaar geleden, hetgeen de stad in 2016 met een grote tentoonstelling herdenkt. Op dat schilderij kom ik straks terug. Eerst schilder ik de politieke gang van zake. Ik zeg het niet graag luidop en schrijf dus fluisterend dat de plaatselijke politici duimendraaiers zijn die liever bij elkaar op schoot zitten dan daadkrachtig beleid te maken (uitgezonderd Bosch Belang, de SP, de Groenen en GroenLinks). In het afgelopen
Lees verder...

De aap die over water liep

Toen iemand me vroeg wat ik toch met het paardige bedoel, bladerde ik door mijn artikelen en las ik het stuk over Frans de Waal weer. Twee jaar geleden schreef ik dat stuk. En terwijl ik het tijdens de paasdagen herlas (en ook maar meteen herschreef), realiseerde ik me dat het idee van het paardige hier is ontstaan. Apen hoef je niet te leren klimmen en mensen hoef je niet te leren denken, was mijn stelling. Toch vindt Frans de Waal dat mensapen mij te denken geven. In zijn recente boek: ‘De Bonobo en de Tien Geboden’ (2013), vertelt hij over het gedrag van mensapen. Zijn observaties zijn vaak grappig en ook ontroerend. Hij laat zien dat primaten zich emotioneel in elkaar kunnen verplaatsen en dat ze het vermogen hebben elkaar te troosten. Ze hebben ook een gevoel voor rechtvaardige beloning. Het altruïstische gedrag waarvan ze blijk geven, levert hen geen individueel voordeel op, maar waarborgt de harmonie in de groep. Dit
Lees verder...

Zielig of bezield – Bosch’ ware ik (6)

Ik droomde vannacht dat ik Jeroen Bosch was. Niemand begreep mijn schilderijen en dat maakte me woedend. Wakker geworden, wist ik weer dat ik helemaal niet tekenen, laat staan schilderen kan, ik zou nooit Jeroen Bosch kunnen zijn. Vanwaar dan zo’n droom? Omdat zijn werk me intrigeert en Bosch’ ware ik niet bestaat zonder het mijne. Ik probeer hem te begrijpen en dat begrijpen vat ik liefst letterlijk op: als een mentaal gejudo. Met een mooie worp wil ik hem de lucht in – en in een houdgreep krijgen. Een spiegelgevecht is het, waarbij ik voor zijn schilderijen gekke bekken trek. Ik speel een taalspel met schijnbewegingen die minstens zo interessant zijn als de krachtmeting zelf. In het echt had ik Bosch natuurlijk nooit de mat op gekregen. Wel hadden we een boom kunnen opzetten over Jacobs worsteling te Pniël en we hadden vast gelachen om moeder Rebecca die, via haar zoon, haar blinde man Izaäk voor het lapje hield.
Lees verder...

Zielig of bezield – een nieuwe lente (5)

Iemand houdt van de lente, of krijgt last van een voorjaarsdepressie. Ik neigde zelf tot het laatste. Een warme voorjaarsdag gaf me dikwijls valse hoop, de lente vond ik een verraderlijk jaargetijde. Maar sinds ik eigenaar ben van een volkstuin, zit ik jaarlijks op mijn knieën naar de grond te turen om te zien of de tuinbonen en kapucijners al doorbreken. Ze kunnen goed tegen de nachtvorst. Een week sneeuw in maart deert ze niet. De plantenbakken op mijn balkon vul ik vroeg in maart met viooltjes. Zij kunnen ook goed tegen de vorst, in tegenstelling tot de hanggeraniums die ik pas in juni plant. Of Jeroen Bosch ooit knielde op een bed violen, waag ik te betwijfelen. Volgens mij hield hij niet van bloemen, hij schildert ze nergens, behalve in De tuin der lusten – als symbolen van schone schijn en obsceniteit. Mogelijk was zijn reactie op de lente net als die van O. Den Beste (Wim de Bie).
Lees verder...

Zielig of bezield – natuur of cultuur (4)

Het verschil tussen natuur en cultuur is het centrale thema in de schilderkunst van Jeroen Bosch. Natuur enerzijds: het instinctmatige, collectieve, en de cyclus van geboorte- leven- dood – en cultuur anderzijds: het individuele, verstandelijke, rechtlijnige – staan bij Bosch in contrast, waarbij hij duidelijk partij kiest voor het ‘cultuurlijke’. De natuur vindt hij verdacht: het zit vol onzuivere verleidelijkheden die de mens afhouden van het goede. De verhouding tussen goed en kwaad speelt de hoofdrol en maakt dat zijn schilderijen een sprookjesachtige sfeer hebben. Het sprookjesachtige bij Bosch is verontrustend en appelleert aan het gezonde verstand. Bosch provoceert en hij zet je aan het denken. Het ‘oogstrelende’ staat in dienste van de achterliggende bedoeling die de kijker moet zien te raden. Die bedoeling heeft steevast te maken met de verhouding tussen natuur en cultuur. Deze verhouding was in zijn tijd net zo verontrustend als nu, al dacht de 15e eeuwer deze wel heel anders dan de 21e eeuwer nu.
Lees verder...