Picasso-opera, scene 7

Wat een prachtige ochtend, wat een schitterende zonsopkomst! Het is alsof ik weer thuis ben in Japan. Een gevoel herboren te zijn, net wat u zegt. En wat een verrassing dat u met ons meereist. In de verte zie ik de toren al van de Inanna-kathedraal. U zult niet mee naar binnen gaan, dat weet ik. Bij de deur zullen we afscheid nemen van elkaar. Maar nu wandelen we samen in de ochtendzon. Deze wandeling stemt me hoopvol omdat ik u kan leren kennen, maar tegelijk stemt het me melancholiek. Waarom? Omdat de ontmoeting ook het afscheid nemen in zich bergt. Wat zegt u? De religieuze sfeer van een kathedraal bevalt u niet? Wel, wat mij betreft had men het gevaarte moskee mogen noemen, of politbureau, Wit Huis, Kremlin, Tai Mahal, of parlement. Kafka-lezers noemen ’t een slot. En liefhebbers van Thomas Mann vinden het een sanatorium. Zelf zie ik het als een gouden paviljoen. Maar het maakt geen verschil,
Lees verder...

Stenen verdrinken niet

Paul Celan, pseudoniem voor Paul Antschel (1920-1970) wordt gerekend tot de belangrijkste dichters van de tweede helft van de twintigste eeuw. Zijn gedichten zijn vaak moeilijk te doorgronden, hij verwerkte er zijn ervaringen in van de Holocaust. Een beroemde zin uit het gedicht Todesfuge luidt: ‘Der Tot ist ein Meister aus Deutschland.’ In dat gedicht herdenkt hij zijn moeder die in een kamp werd vermoord. Celan heeft eens gezegd dat het gedicht bedoeld was als een graf voor haar. Er zijn interpretatoren die Celans oeuvre beschouwen als ‘herdenkingspoëzie’. Zijn gedichten zouden uitsluitend gaan over het drama van de moord op miljoenen joden. Maar als poëzie enkel een middel is om terug te kijken, is het dan niet zijn ziel kwijt? Onderstaand fragment komt uit de bundel Atemwende (Ademkeer) uit 1967. De vertaling is van Ton Naaijkens (2003). IN DEN FLÜSSEN nördlich der Zukunft werf ich das Netz aus, das du zögernd beschwerst mit von Steinen geschriebenen Schatten. IN DE RIVIEREN
Lees verder...